Opinie | Londense fietstaxi’s: hebben die echt de meeste prioriteit?

In Covent Garden, Soho en West End, de meest toeristische delen van Londen, zijn de flikkerende verlichting en fluorescerende, nepbonten bekleding van fietstaxi’s een vast onderdeel van het straatbeeld. Net als de hits van Abba of Whitney Houston die ze het liefst uit hun luidsprekers knallen, zo luid mogelijk. En rond Kerst gaan natuurlijk Wham! en Mariah Carey op herhaling – tot in de vroege uurtjes.

Die geluidsoverlast is één reden dat de Britse regering de fietstaxi’s in het centrum van Londen wil reguleren. Belangrijker nog zijn de exorbitante prijzen die sommige taxichauffeurs rekenen, voor vaak maar korte ritjes.

Door het gebrek aan regulering mogen de chauffeurs vragen wat ze willen en dus doen de wildste prijzen de ronde. De BBC vond vorig jaar een Belgisch gezin dat 464 pond (ongeveer 540 euro) moest betalen voor een rit van nog geen tien minuten. Moeder protesteerde, de chauffeur werd pissig. En de Daily Mail sprak drie Amerikanen die voor een ritje van drie minuten 205 pond moesten betalen (zo’n 240 euro).

Afgelopen week besprak het Lagerhuis daarom nieuwe wetgeving voor de (vaak elektrische) fietstaxi’s. Transport for London, de transportautoriteit die ook verantwoordelijk is voor de bussen en metro’s in de hoofdstad, mag de regels rond tarieven en geluidsoverlast gaan bepalen. Chauffeurs moeten straks een vergunning hebben, hun voertuigen moeten voldoen aan veiligheidscriteria en er komen snelheidslimieten.

Fanatiek voorstander van regulering is Nickie Aiken, de parlementariër van het Londense kiesdistrict Westminster. Ze mopperde in het Lagerhuis over groepjes fietstaxi’s op de stoep en vertelde over een brief van een kiezer die toeristen zag ruziën met een chauffeur, omdat ze voor hun ritje van Trafalgar Square naar Great Smith Street (1,3 kilometer) 300 pond moesten betalen. En het kan niet zo zijn, zei ze, dat chauffeurs van de beroemde en geliefde black cabs „door allerlei administratieve hoepels moeten springen terwijl een fietstaxi zo de weg op kan”.

Toch kreeg het wetsvoorstel vorig jaar een schamper onthaal in de Britse media. Het plan was in november onderdeel van de troonrede van koning Charles, zijn eerste sinds zijn aantreden. Het werd een illustratie van het gebrek aan visie en langetermijnplannen van de huidige regering. Waren wetgeving voor fietstaxi’s en een nieuwe toezichthouder voor voetbal nou echt het beste waar premier Rishi Sunak (Conservatieven) mee kon komen, schreef het rechtse tijdschrift The Spectator, „om een land met stagnerende groei, een falende gezondheidszorg en pensioenverplichtingen die het nooit kan nakomen, weer de juiste richting op te krijgen?”

Op links was de kritiek vergelijkbaar. Weekblad The New Statesman stelde vast dat in het Verenigd Koninkrijk een recordaantal verdachten op hun strafzaak wacht, maar dat de regering ervoor kiest om fietstaxi’s aan te pakken. Koning Charles „keek niet tevreden” tijdens zijn toespraak, schreven ze. Maar misschien was Charles vooral ongelukkig omdat hij moest aankondigen dat de regering nieuwe vergunningen voor olie- en gasboringen in de Noordzee gaat toestaan, terwijl iedereen weet hoe belangrijk Charles het klimaat vindt.

Met de verkiezingen in aantocht – het is aan premier Sunak om die uit te roepen, de verwachting is dat hij dat ergens dit najaar doet – is het ook goed denkbaar dat het parlement de wetgeving over de taxi’s er niet op tijd doorkrijgt. Dan blijft West End voorlopig het Wild West End, zoals Nickie Aiken zei. En zijn de taxi’s inderdaad het symbool geworden van een regering die maar weinig gedaan heeft gekregen.

In deze rubriek belichten correspondenten het publieke debat op hun standplaats.