‘Hypnosen’ is een tenenkromedie voor millennials en zzp’ers

Hoe vertaal je ‘cringe comedy’? Tenenkromedie? Dat is het Zweedse Hypnosen: een film waarbij je met gekromde tenen wilt wegkijken. Maar laat je die plaatsvervangende schaamte toe, dan ervaar je hoe verknipt onze normaliteit is.

Bij een tenenkromedie ontregelt iemand onbewust sociale rituelen zodat de absurditeit daarvan manifest wordt. Zo wordt manager David Brent in The Office dankzij een volstrekt misplaatst zelfbeeld een katalysator voor tenenkrommende satire op de 20ste-eeuwse kantoorcultuur.

Hypnosen is 21ste-eeuwse millennial-satire voor zzp’ers. Decor is de workshop Shake Up in een non-descript hotel: een coach helpt, gewapend met een arsenaal positieve platitudes, makers van wereldverbeterende apps aan hun pitch te schaven. Daarna komen investeerders langs: moge de beste winnen! Het koppel Vera (Asta Kamma August) en André (Herbert Nordrum) hoopt met hun app Epione binnen te lopen – pardon: de toegang tot de gezondheidszorg te verbeteren voor vrouwen in de derde wereld. In hun pitch verpakken ze hun ergste leugens in idealisme en quasi-eerlijkheid.

Ronduit surrealistisch

Vlak voor de workshop gaat Vera evenwel in hypnotherapie om van het roken af te komen, waardoor ze ongepast ontspannen raakt: haar sociale filters staan uit. Even pakt dat positief uit, dan wordt haar gedrag bot en bizar – zo heeft ze een imaginaire chihuahua. In paniek doet André iets wat hun relatie op het spel zet.

Nu valt er echt geen peil te trekken op Vera, haar gedrag wordt in de finale ronduit surrealistisch. Daardoor lach je de ongemakkelijke conformist André niet louter uit, je belandt – met gekromde tenen – toch een beetje in zijn schoenen. Het is een glansrol van Herbert Nordrum (The Worst Person in the World) die met de mond vol meel de schijn ophoudt in steeds absurdere situaties. „Een achtbaan van onwillekeurige tics”, beschrijft de coach hem. „Die verkrampte energie moet je gebruiken!”

En passant toont Hypnosen zo een milieu dat bol staat van stress, hypocrisie en passieve agressie. „Zó dapper om je als man op te werpen als voorvechter van vrouwenzaken”, fleemt een rivaal tegen André. Iedereen beseft dat Shake Up geen behulpzame pitchcursus is maar een voorselectie, met de coach als talent scout. Terwijl de app-makers op hun investeerders wachten rond zwoel belichte statafels met bubbels en hapjes is er elders in het hotel al een stiekem diner gaande met de uitverkoren Karin, die een app over drinkwater ontwikkelde. (Pitch: „Water! We need it! We drink it!”) Wat een verrukkelijke situatie oplevert als de wantrouwige André er binnen stommelt en wil aanschuiven. Helaas, de stoelen zijn op, mompelt men betrapt – waarna hij een barkruk aansleept en als ongenode gast boven alles uittorent.

Hypnosen gaat meestal verder dan je wenst, de humor doet denken aan Toni Erdmann, waar een vader en dochter een duel van ontregeling uitvechten in de consultancy. Ook hier draait het tenslotte om acceptatie van het onverwachtse – van het leven, zeg maar – als André met een genant gebaar alsnog iets uit het vuur redt. Dat gun je hem na zijn sociale helletocht best. Hypnosen is een masochistisch genoegen, maar blijft je door dat ongemak bij.

https://www.youtube.com/watch?v=znqQhsNBVlY