April Heinrichs: ‘Doe je huiswerk. Ga een vrouw zoeken, zeur niet’

Haar cv is indrukwekkend, in haar geboorteland is ze een sportieve grootheid. Maar in een Zoomgesprek blijkt de Amerikaanse April Heinrichs (59) een bescheiden vrouw. Getooid met een baseballpet gaat ze voor de camera zitten. „Vertel, wat wil je weten?”

In vogelvlucht scheren we langs haar voetbalcarrière. Na haar spelersloopbaan in de Verenigde Staten – 35 doelpunten in 46 interlands, twee keer Speler van het jaar, aanvoerder van het nationale elftal dat in 1991 de eerste wereldbeker in ontvangst nam – werd ze in 2000 de eerste vrouwelijke bondscoach van het Amerikaanse vrouwenelftal. Haar team behaalde olympisch zilver in Sydney in 2000, goud in 2004 in Athene en brons op het WK van 2003 in de VS.

Vier jaar lang werkte Heinrichs daarna buiten het voetbal, als sport performance director voor het Amerikaanse Olympisch Comité. Om vervolgens terug te keren in haar sport, als technisch directeur van de nationale jeugdelftallen bij de vrouwen, waarvoor ze een nieuw programma opzette. Tegenwoordig reist ze de wereld rond als high performance specialist voor de FIFA. „Een droombaan in deze fase van mijn carrière”, zegt ze.

Volgende week wordt Heinrichs bijgeschreven in de Hall of Fame van United Soccer Coaches, samen met die andere succesvolle Amerikaanse coach, Jill Ellis. Het is de zoveelste onderscheiding, want sinds 1998 prijkt haar naam al in de National Soccer Hall of Fame. En in 2019 won ze de prestigieuze Werner Fricker Builder Award, de hoogste onderscheiding in het Amerikaanse voetbal. Haar impact op de sport werd „oneindig groot” genoemd.

Hoe oud was u toen u voor het eerst in competitieverband voetbalde?

„Ik was vijf of zes. Ik deed aan meerdere sporten: American football, basketbal, softbal. Maar mijn passie lag toch vooral bij voetbal. Op mijn vijftiende begon het echt serieus te worden.”

Toen u in 1991 als speelster de eerste wereldbeker won, beweerden veel artsen nog dat voetbal slecht was voor de baarmoeder en eierstokken. Herinnert u zich daar nog wat van?

„Ongelooflijk hè. Behalve het late inzicht dat dat niet klopt, zijn er gelukkig ook veel andere zaken veranderd. Er wordt veel meer geëist van speelsters. Toen ik bij het nationale team kwam, speelde ik maar twee interlands per jaar. Terwijl ik er wel twintig had willen spelen!”

Krijgen vrouwen tegenwoordig voldoende kansen in de sport?

„Het woord ‘gelijkheid’ wordt vaak in de mond genomen. Door media, sponsoren, bedrijven. Maar in de praktijk gaat het erg langzaam. Het is alsof je een kloof in de aarde uithouwt. Neem al die vacante posities die worden opgevuld door mannen zonder coachervaring in het vrouwenvoetbal …”

In Nederland werd Mark Parsons een paar jaar geleden bondscoach van het nationale vrouwenelftal. Hij had alleen ervaring als coach van clubteams.

Ze brengt haar hand naar haar mond, doet die denkbeeldig op slot en rolt met haar ogen. „Laat ik daar maar niet te veel over uitweiden. Ik besef dat deze situatie voorlopig niet gaat veranderen, want het aantal vrouwelijke coaches neemt steeds verder af. Kijk naar alle coaches van wie het contract na het WK niet werd verlengd: Martina Voss-Tecklenburg bij Duitsland, Inka Grings bij Zwitserland, Vera Pauw bij Ierland, Pia Sundhage bij Brazilië – om er een paar te noemen.”

Wat zit daar achter?

„Degenen die personeel aannemen, gaan ervan uit dat een man beter kan coachen dan een vrouw, zelfs als hij geen ervaring in het vrouwenvoetbal heeft. Ze gaan er niet van uit dat een vrouw zomaar mannen kan coachen. Intussen is het wel zo dat vrouwelijke bondscoaches een geweldig track record hebben opgebouwd. Van de negen winnende ploegen op het WK voor vrouwen werden er vier geleid door een vrouw. En dat terwijl weinig vrouwen kansen krijgen op het hoogste niveau, en degenen díe kansen krijgen onder een vergrootglas liggen.

„Niet zo lang geleden werd ik gebeld door iemand van de nationale bond van een land dat afgelopen zomer op het WK speelde. Hij vroeg of ik bondscoach wilde worden. Ik bedankte voor de eer: geen goede timing. Op zijn verzoek stuurde ik een paar namen van vrouwen die ik heel geschikt vond voor de functie. Een week lang was er intensief contact. Toen huurden ze alsnog een man. Ze deden hun stinkende best hoor, en het is niet makkelijk vrouwen te overreden, maar de vastberadenheid bij mannelijke bestuurders is vaak van korte duur. Ze nemen de korte, makkelijke route. Ik denk dan: doe je huiswerk. Ga een vrouw zoeken, zeur niet. Hoe lang hield die man bij het Nederlands elftal het uit?”

Een jaartje.

„Dat bedoel ik. Er zijn vrouwen die meer in hun mars hebben.”

Wat is de grootste bottleneck bij de doorstroom van vrouwelijke coaches?

„Het gebrek aan vrouwelijke bestuurders. Er zijn geen vrouwen die beslissingen nemen.”

U kent er niet een?

„Nou ja, ik ken ook een man met borstkanker, maar dat wil niet zeggen dat mannen even vaak borstkanker krijgen als vrouwen.”

April Heinrichs in 2019, als leider van een FIFA-commissie die het WK van 2019 analyseerde.
Privé-foto

Maakt u zich daar het meeste zorgen over als het om de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal gaat: het gebrek aan vrouwelijke coaches?

„Ja. En het gebrek aan vrouwelijke leidinggevenden. Op veel andere terreinen gaat het snel: meer clubs, meer nationale teams, meer sponsors, beter materiaal. Maar dáár dreigen we terug te vallen.”

Waarom is het belangrijk dat die trend gestopt wordt?

„Omdat diversiteit altijd beter is. Zo tussen hun 25ste en 35ste zijn vrouwen als coach werkzaam in de sport. Weinig vrouwen gaan door na hun veertigste. Op een paar uit mijn generatie na: Jill Ellis, Vera Pauw, Pia Sundhage. Dat is jammer, want mannen zijn vaak om hele andere redenen werkzaam in het vrouwenvoetbal dan vrouwen. In het mannenvoetbal komen mannen er minder snel tussen. Ze zien de functie van bondscoach bij een vrouwenteam als een opstapje. Lukt het niet, dan gaan ze toch iets anders doen? Hun partner thuis steunt hen wel. Het vele reizen is geen probleem. Vrouwen hebben naast het coachen vaak zware zorgtaken. Ik denk dat zij daarom op relatief jonge leeftijd een punt achter hun coachingscarrière zetten. Ze stoppen als ze experts worden.”

Zou je niet moeten zeggen: bij gelijke geschiktheid gaat de voorkeur voorlopig naar een vrouw uit?

„Dat gaat me te ver. Maar het zou wel goed zijn als clubs zeggen: bij sollicitaties voor een nieuwe coach nodigen we minstens drie vrouwen uit en we documenteren op welke gronden we hen hebben aangenomen of afgewezen. Want de huidige situatie brengt ons niet verder. Ruim een jaar geleden werd ik gebeld door mijn nationale bond: of ik interesse had om manager van het nationale teamprogramma te worden, de mannen en de vrouwen. Ik had geen interesse, omdat ik blij ben met mijn werk voor de FIFA. Maar het leek me niet strategisch om het via de mail af te handelen, dus ik belde. Toen het inhoudelijk werd, krabbelde mijn gesprekspartner terug. ‘Nou, ik weet niet of het een goede match is.’ Ik zei ‘geen probleem’ en hing op. Met een vervelend gevoel: die gaat nu een kruisje achter mijn naam zetten. Zo van: ik kan zeggen dat ik met een vrouw heb gesproken.”

Een ander probleem is dat relatief weinig vrouwen zich inschrijven voor coachopleidingen – een vereiste om het vak op hoog niveau te kunnen beoefenen.

„Sportorganisaties kunnen het traject voor vrouwelijke coaches op verschillende manieren verbeteren. Ze kunnen zorgen dat vrouwen een mentor krijgen toegewezen. Je kunt de opleidingen ook minder kostbaar maken voor vrouwen, bijvoorbeeld door beurzen aan te bieden, of ervoor zorgen dat ze zich eerder kunnen inschrijven dan de rest. Of je kunt coachingscursussen voor alleen vrouwen aanbieden. Sportorganisaties zouden ook meer hun best kunnen doen om de lesstof inclusiever te maken. Nu wordt nog te vaak verwezen naar het mannenvoetbal. Als je tijdens opleidingen verwijst naar vrouwelijke spelers en vrouwelijke coaches en ook videoclips toont met hoogtepunten uit vrouwenwedstrijden, geef je vrouwen het gevoel dat de lesstof over hén gaat.”

U was zelf vijf jaar lang bondscoach. Ook niet heel lang, toch?

„Ik ben 34 jaar coach geweest” – ze verwijst naar alle coachfuncties die ze bekleedde na haar spelerscarrière, onder meer op een handvol Amerikaanse universiteiten. „Toen vond ik het welletjes.”

Volgende week wordt u gelauwerd. Is erkenning belangrijk voor u?

„Erkenning was belangrijker toen ik jonger was. Zoals die keer dat ik in de Hall of Fame werd bijgeschreven en een enorme ring kreeg, de grootste die je ooit aan de vinger van een vrouw hebt gezien. Ze stonden er in 1998 blijkbaar nog niet bij stil dat je voor een vrouw een apart exemplaar kunt ontwerpen. Hopelijk is dat nu anders. Maar goed, je vroeg me naar de aanstaande uitreiking. Dat voelt meer als een oeuvreprijs. Ontzettend eervol natuurlijk.”