‘Zeelandschap’ in Utrecht is een iconisch buitenkunstwerk, en toch raakte het verweesd

Uitgegraven, in stukken gezaagd, opgetakeld, afgevoerd. Zo werd de afgelopen weken het monumentale Utrechtse kunstwerk Zeelandschap losgewrikt van de plek waar het meer dan 35 jaar had gestaan. Op de bouwlocatie in het stationsgebied die ooit het Smakkelaarsveld heette, is geen plaats meer voor de enorme vierdelige sculptuur van witte, blauwe, gele en bruinrode tegels. Zeelandschap was bij plaatsing het grootste keramische kunstwerk van Nederland, en zover bekend is het dat nog steeds.

Binnenkort verrijst er hoogbouw met appartementen op het Smakkelaarsveld. De gemeente zocht voor Zeelandschap naar een andere locatie in de stad, maar vond die niet. Buurtbewoners van twee parken verzetten zich tegen de komst van de beeldengroep, die enorm is. Vier objecten, waarvan de grootste zes meter hoog zijn, stonden oorspronkelijk verspreid over een afstand van meer dan honderd meter.

Nu wordt het kunstwerk van David van de Kop uit 1987 gestald op een gemeenteterrein aan de westkant van Utrecht. Tijdelijk, volgens de gemeente, dus mogelijk krijgt de sculptuur nog een nieuw bestaan. Maar in de voorbije jaren was Zeelandschap een kunstwerk dat langzaam maar zeker verweesd raakte.

Een deel van de beeldengroep ‘Zeelandschap’ in Utrecht (dit is de onderkant van een sculptuur) werd eind december opgetakeld en afgevoerd.
Foto Hester van Santen

In stilte vertrokken

De vrijdagochtend voor Kerst is een gepast moment voor een kunstwerk om in stilte te vertrekken. De lucht is grijs, de regen heeft plassen achtergelaten op het beton. 25 ton weegt het deel dat op de oplegger gaat: van één van de vier delen van Zeelandschap is het de onderste helft. Nadat het metersgrote object door de lucht is getakeld, over de nieuwe trambaan heen, draait het als ‘convoi exceptionnel’ de weg op.

Hoewel het blok onthoofd is – het is zo groot dat het alleen verzaagd vervoerd kon worden – is de golvende vorm nog herkenbaar. Keramische tegels geven het beeld een tastbaar, natuurlijk oppervlak van schors of rots. Dit deel van de beeldengroep is wit, blauw en terra. Een andere sculptuur, geel en zes meter hoog, staat klaar voor vervoer. Een wit slingerpad en een witte berg zijn een week eerder al vertrokken.

Het vierde deel, een blauw-wit reliëf dat in een kademuur is ingebouwd, raakte de afgelopen jaren begraven onder een berg aarde vanwege de bouwwerkzaamheden. Daarbij raakte het beschadigd. Als Zeelandschap nog wordt herplaatst, wil de gemeente het reliëf laten namaken door Struktuur 68, het Haagse keramiekatelier dat ook het oorspronkelijke werk produceerde.

Structuur van de ‘huid’

Het werk van David van de Kop, die in 1994 op 57-jarige leeftijd overleed, is ten onrechte in de vergetelheid geraakt, zegt de Utrechtse kunstenaar Ruud Kuijer. Kuijer, maker van de betonnen beeldengroep Waterwerken langs het Amsterdam-Rijnkanaal, kende David van de Kop persoonlijk: Van de Kop was hoofd beeldhouwen aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht toen Kuijer daar in de jaren tachtig studeerde.

„Hij was een van de eersten die klei uit de kunstnijverheid trok”, zegt Kuijer. Van de Kop gaf zijn beelden kleur via het glazuur. Hij besteedde veel aandacht aan de structuur van de ‘huid’ van zijn keramiek, herinnert Kuijer zich. „Hij had medewerkers om zijn grote sculpturen te maken. Maar de huid van klei bewerkte hij zelf, hij stompte erin, sloeg erin met een stok.”

Van de Kop – die zijn naam uiteindelijk veranderde in Vandekop – gold als een vernieuwer in de Nederlandse beeldhouwkunst. Hij begon als maker van vooral stalen constructivistische beelden in de school van Carel Visser (1928-2015). In de jaren zeventig paste Van de Kop zijn werk steeds sterker in het landschap in, zoals Richard Serra dat destijds deed met zijn grote sculpturen van cortenstaal.

Tegelijk brak Van de Kop met het uitgeklede, abstracte en geometrische constructivisme. Hij ging werken in klei, later ook hout, en schilderde aquarellen met veel geel en blauw. Zijn keramische werk werd aards en kleurrijk, geïnspireerd door mythologie en het Zeeuwse landschap waar hij woonde. Toenmalig koningin Beatrix kocht meerdere werken van Van de Kop. Een van zijn aquarellen hing in haar werkkamer.

Een deel van ‘Zeelandschap’ (dit is de bovenkant van een sculptuur) werd eind december op een oplegger afgevoerd naar een gemeenteterrein in Utrecht.

Foto Mona van den Berg

Iets té dynamisch

„Ik zag de maquette die Van de Kop had gemaakt voor het Smakkelaarsveld en was heel positief”, herinnert Hans Pemmelaar zich. Hij was in de laatste decennia van de twintigste eeuw een van de belangrijkste ontwerpers van de openbare ruimte in de stad Utrecht. Hij ontwikkelde meerdere stadsparken, waaronder het Smakkelaarsveld – pal naast het toen nieuwe winkelcentrum Hoog Catharijne en het centraal station.

„Een plek met een enorme dynamiek, met stadsbussen en streekbussen, en de gele trein in de verte.” Een plek ook met veel scheidslijnen, door de vele sporen en een gracht.

Van de Kop was gevraagd om een sculptuur voor die plek te maken, en Pemmelaar vond dat de kunstenaar daar wonderwel in was geslaagd met het naamloze kunstwerk dat later Zeelandschap is gaan heten (niemand met wie NRC sprak, weet hoe het werk die naam kreeg). Het was zo groot en kleurrijk dat het zich staande hield op deze plek, een postzegel natuur en rust in een landschap vol infrastructuur. Het geel van de beeldengroep deed Pemmelaar denken aan de bussen en treinen. „De kunstenaar had alle mogelijkheden in het parkplannetje gezien en gebruikt. Het samenstel ging over de barrières heen.”

Uiteindelijk was het Smakkelaarsveld voor dit kunstwerk wel wat té dynamisch

Uiteindelijk was het Smakkelaarsveld voor Zeelandschap wel wat té dynamisch, denkt Pemmelaar. „Mensen gedragen zich niet zoals op maquettes.” Het Smakkelaarsveld werd nooit een aantrekkelijk wandelpark: in de jaren negentig huisden er junks en daklozen. „Er was nooit rust op die plek. Er kwam een fietsenstalling van twee lagen in het park, dat was beschamend. Het kunstwerk verdronk tussen de fietsen.”

Projectontwikkelaars

„Ik ben al acht jaar met de gemeente bezig met het herplaatsen van het beeld”, zegt de Rotterdamse interieurbouwer Arnold Winkelman. Hij is de ex-echtgenoot van de enige dochter van David van de Kop en behartigt de belangen van de kunstenaar. „Vroeger had de gemeente Utrecht een heel goed cultuurbeleid. Maar ik kreeg elke keer met andere mensen te maken en vroeg me af: wordt hier wel wat overgedragen?”

„Het is een treurig verhaal”, zegt ook kunstenaar Ruud Kuijer. Aanvankelijk wilde de gemeente Utrecht Zeelandschap laten terugkeren op het Smakkelaarsveld, naast een nieuwe, grote bibliotheek. Kuijer schreef er in 2013 een plan voor, samen met Mathilde Heyns van de gemeentelijke adviescommissie kunst openbare ruimte. Maar toen de bibliotheek geschrapt werd, verdween het plan in een la en er kwam niets voor in de plaats.

„Niemand nam meer de leiding, de persoonlijke betrokkenheid ontbrak”, zegt Kuijer. „Iedereen zegt kunst zo belangrijk te vinden als uiting van de vrije geest, en in de openbare ruimte is die kunst het meest zichtbaar. Maar als het eenmaal gaat om dure plekken zijn de belangen van projectontwikkelaars belangrijker.”

Een deel van de sculptuur ‘Zeelandschap’ was al een tijd niet meer zichtbaar wegens bouwwerkzaamheden en raakte ook beschadigd.
Foto Hester van Santen

Schuilplaats voor hangjeugd

De afgelopen twee jaar deed de gemeente Utrecht vergeefse pogingen om Zeelandschap te verhuizen naar twee andere stadsparken. Eerst zou het een plek krijgen in de flatwijk Overvecht, daarna probeerde de gemeente het in het Beatrixpark bij de jaren 70-wijk Lunetten. „Dat waren geen goede locaties, te veel in het verdomhoekje”, zegt Arnold Winkelman. „Het werk is bedoeld voor een knooppunt waar natuur en stad elkaar ontmoeten, waar veel mensen komen.”

Op beide locaties keerden ook omwonenden zich tegen de komst van de sculptuur. Bewoners van Lunetten schreven een verweerschrift met velerlei argumenten. Een groen park past niet bij de kunstzinnige bedoeling van Van de Kop. Het kunstwerk verstoort zichtlijnen vanaf het monumentale fort van de Hollandse Waterlinie ernaast. Het schaadt salamanders. En zulke grote objecten in een park worden al gauw schuilplaatsen voor hangjeugd.

Kunstenaar Ruud Kuijer vindt dat Zeelandschap beslist bewaard moet worden. Hij schaart Van de Kop onder de belangrijkste Nederlandse makers van kunst in de openbare ruimte, zoals Carel Visser, André Volten en Ad Dekkers. Met hun werk wordt in gemeenten te laks omgegaan, vindt Kuijer – door kwesties rond eigendom, gebrek aan betrokkenheid in het bestuur, verzet van bewoners. „Er zou van rijkswege een register moeten komen van werken die vanwege hun kunstzinnige waarde behouden moeten blijven. En Zeelandschap hoort daar absoluut bij.”

Aan de telefoon zinspeelt Van der Kops ex-schoonzoon Arnold Winkelman erop dat Zeelandschap mogelijk tóch een nieuwe plek gaat krijgen in Utrecht. „Er is nog veel onzeker. Maar er is een plek waar het werk heel mooi tot zijn recht komt.”

De gemeente Utrecht heeft zelf nog niets bekendgemaakt over hoe het verder gaat. Een raadsbrief van afgelopen november noemt alleen de „negatieve reactie” van de omwonenden van de twee parken, en meldt dat het stadsbestuur verder zoekt. „Het staat niet in depot”, zegt een woordvoerder van de gemeente wel. „Deze opslag is echt tijdelijk.”

Lees ook Over de recente restauratie van De Blauwe Golven van Peter Struycken, een kunstwerk annex parkeerplaats van 3 hectare in Arnhem

Stratenmakers herstellen <strong>Blauwe golven</strong> van Peter Struycken in Arnhem.