‘We hebben elkaar altijd iets leuks te vertellen’

Marise: „De dag begint hier als Donna wakker wordt, meestal rond zeven uur. Dan komt ze bij ons in bed liggen en gaat Martijn naar beneden om een flesje voor haar te halen en koffie voor ons. Eenmaal terug in bed hebben we dan een uurtje quality time met z’n drietjes – een vast ritueel ondertussen. Als we het wel eens overslaan, mis ik het echt.”

Martijn: „Daarna brengt een van ons Donna naar de opvang, of Marises ouders zijn er. Zij komen om de week op woensdagavond vanuit Zwolle om op te passen.”

Marise: „Ze blijven slapen en zijn dan de hele donderdag met Donna. Voordat ze weer terugrijden, eten we ’s avonds met z’n allen, vaak pizza. Ja, heel fijn is dat.”

Martijn: „Op de andere dagen kookt Marise na een werkdag meestal iets voor Donna en kook ik daarna nog apart voor ons tweetjes. Ik houd erg van koken, recepten van Ottolenghi bijvoorbeeld, maar al die kruiden en pepers zijn niet zo handig met een kind.”

Marise: „Als Donna dan op bed ligt, kunnen wij rustig eten met z’n tweetjes en nemen we de dag door. We hebben heel ander werk, dus we hebben altijd leuke verhalen te vertellen aan elkaar.”

Martijn: „Ik werk bij een architectenbureau, maar wilde vroeger altijd psychiater worden. Dat klinkt als totaal iets anders, maar zo zie ik dat toch niet. Ik wilde psychiater worden omdat ik mensen beter wilde maken, maar ik bleek daar zelf te emotioneel voor te zijn. Al die zware verhalen, dat zou ik niet goed los kunnen laten. Dus dacht ik: dan wil ik gebouwen maken waar mensen beter van worden. Die instelling zit helemaal in het dna van het bureau waar ik nu partner ben, dus ik zit daar goed op mijn plek.”

Marise: „Ja, jij vindt je werk écht leuk. Dat vind ik altijd mooi om te zien.”

Martijn: „De architectuurwereld is vrij competitief. Je moet hard werken, creatief kunnen zijn en dan ook nog vergaderen en mailen tussendoor. In minder dan vijf dagen kan dat eigenlijk niet, al zou ik het ook niet willen.”

Marise: „Ik werk nu drie om vier dagen en heb wel geprobeerd Martijn zover te krijgen dat hij ook wat minder ging werken. Vier dagen is voor ouders nu gewoon de norm, toch? Maar het was moeilijk onderhandelen op dit punt. En tegelijkertijd stelde het mij wel in staat om langer met verlof te gaan na de geboorte van Donna. Het is wel rustig dat er een steady basis is.”

In een bubbel

Martijn: „Het eerste jaar met Donna is best intens geweest.”

Marise: „Ik had een lange nasleep van de bevalling door bloedverlies. Ook Donna had een pittige start, waardoor we de eerste week nog in het ziekenhuis moesten blijven. Eenmaal thuis sliep ze lang niet goed door en kwamen we ook nog terecht bij een opvang waar het niet goed geregeld was.”

Martijn: „In die periode zelf zit je in een soort bubbel. Je weet niet beter en gaat gewoon door. Pas nu het wat rustiger is en je terug kunt kijken, dringt het door: o, dat was eigenlijk best een heftige tijd.”

Marise: „Maar het was tegelijkertijd ook een mooie periode, zo met z’n drietjes. En het helpt dat Donna altijd vrolijk is.”

Martijn: „Ja, ze is echt een héél vrolijk kind.”

Marise: „Nu Donna bijna anderhalf is, is het leven een stuk rustiger. Ze gaat naar een fijne opvang hier om de hoek, het slapen gaat beter en we kunnen ’s avonds weer eens op date.”

Martijn: „Wat al die tijd gelukkig goed is gegaan, is dat we als ouders echt een team zijn. We kennen elkaar al megalang. Jij was vijftien en ik zestien toen we verkering kregen.”

Marise: „Dus als de ander moe is, of ziek, zie je al aan iemands ogen: volgens mij gaat het even niet.”

Martijn: „Daarbij is Marise expert op het gebied van kinderen van nul tot zes. Zij kan soms signalen bij Donna oppikken, waarvan ik denk: wauw! Dat had ik er echt niet uitgehaald.”

Marise: „Ik ben orthopedagoog en IMH-specialist, dat staat voor Infant Mental Health. Ik werk bij het Jeugdteam in Zaandam en mijn expertise daar is diagnostiek en behandeling vanuit de ggz. Zelf moeder worden heeft mijn blik op het vak wel veranderd. En zat me soms ook wel in de weg in mijn eigen handelen. Als ik Donna bijvoorbeeld ’s nachts niet stil kreeg, kon ik me wel wanhopig voelen: waarom lukt het me niet? Wat doe ik verkeerd? Maar het scheelt dat Donna zich goed ontwikkelt en een sociaal, gevoelig en gezellig meisje is. Dat maakt me dan weer heel blij.”

Martijn: „Je weet er gewoon veel van af, dat is superfijn. Als Donna ’s nachts lag te huilen en ik me bezorgd afvroeg of ze niet te veel prikkels overdag had gehad, kon Marise rustig zeggen: dat is gewoon even een ontlading. Ze moet even herstellen van alle opgestapelde stress en daarna kan ze weer ontspannen. Ik volg wat dat betreft Marise en vertrouw helemaal op haar kennis en kunde. En daar ben ik oké mee. Ja hoor, ik heb niet het gevoel dat ik met 1-0 achtersta of zoiets.”

Boerderij met veel groen eromheen

Marise: „Voorlopig blijven we nog wel even hier in Amsterdam wonen. De stad heeft zoveel te bieden! Kroegjes, theaters en speeltuintjes in de buurt en natuurlijk Artis; iedere vrije dag gaan we er wel even naartoe. Al heb ik ook altijd een soort romantische droom gehad om in een boerderij te wonen met veel groen eromheen en de natuur dichtbij. Die droom heb ik nog steeds.”

Martijn: „Natuurlijk zou ik als architect ooit nog eens mijn eigen huis willen ontwerpen, maar het lijkt me ook heel ingewikkeld. Voor klanten kan ik beter scherpe afwegingen maken tussen prijs, wensen en vierkante meters dan voor mezelf. Dus op kantoor grap ik wel eens: áls ik nog eens zelf wil gaan bouwen, huur dan acteurs in die precies mijn wensen hebben. En dat het dan als een soort Bananasplit-actie toch een huis voor mezelf blijkt te zijn.”