Als de band boos of breekbaar is, is Idles op zijn best

‘Fucking look at me!” Idles-zanger Joe Talbot staat nog geen tien minuten op het podium van de uitverkochte Afas Live en heeft zojuist na een bloedstollende versie van ‘Colossus’ met één handgebaar de zee van springende fans in tweeën gespleten. Ik ben het, buldert hij tevreden: „Mister Mozes.” En als hij zich dan toch even in het Heilige Land waant, heeft hij nog wel een boodschap: „Viva Palestina!”

Hup, daar vliegt gitarist Lee Kiernan alweer door de lucht en over de hoofden van het stuiterende publiek om in recordtempo de honderd meter rugslag af te leggen én tegelijkertijd te soleren. En daar fladdert collega Mark Bowen over de meute heen, in zijn beste blauwe baljurk (mét zwarte sportsokken en witte Adidasjes).

Nee, Idles, de vijfkoppige postpunktornado uit Bristol is goddank nog niet getemd, zoals het vorige maand verschenen vijfde album Tangk even deed vrezen.

Oké, Talbot croont soms meer dan je lief is. En het is de vraag hoeveel de meegesleepte piano, immense synthesizers en extra ingehuurde blazer Colin Webster (met een saxofoon van het formaat raketwerper) daadwerkelijk toevoegen.

Maar het grootste probleem (lees je mee, Duncan Laurence?): het concert duurt te lang. Er klinken te veel onnodige, trage en weinigzeggende vullers, die alleen tot doel hebben dat band én fans even naar adem kunnen happen. Maar een stomende (post-)punkshow hoeft echt niet twee uur door te gaan. Het heilige principe ‘minder = meer’ betekent immers ook: niet tijdrekken. En Idles is toch echt op zijn best als de band blaft én bijt.

Kijk maar hoe woest Talbot paradeert tijdens ‘Divide & Conquer’, dat uit weinig meer bestaat dan één simpele, aanzwellende riff en repetitief ritme dat steeds dreigender begint te dreunen. Als een zichzelf oppompende gewichtheffer cirkelt hij rondjes, zijn brede armen omlaag slaand alsof hij elk moment zijn knokkels kapot gaat beuken. Maar als hij in het refrein „Ai! Ai Ai!” brult (met stembanden als roestige kettingen), heft hij opeens als een gevoelige tangodanser zijn handen naar de hemel en laat met één opgetrokken knie zijn kontje heen en weer zwieren.

Als het te gezellig dreigt te worden, roept Talbot: „We zijn hier niet om de wereld te verbeteren, maar onszelf.”

Die schijnbare schizofrenie van boos versus breekbaar zit Idles als gegoten. Met minimale middelen weet de band een uiterst grimmig geluid op te bouwen én toch tegelijkertijd een boodschap van vrijheid, gelijkheid en broederschap (m/v/x) te verkondigen. Het ene moment vervloekt de zanger scheldend vreemdelingen- en homohaat, rechtse populisten en de Brexit, meteen erna bedankt hij emotioneel alle bandleden, zielsgenoten in de zaal én zijn lieve moedertje. „Ik ben trots dat ik uit haar baarmoeder ben gekropen. Als ze nog zou leven zou ze één ding willen zeggen: „Free Palestine!”

Maar zodra het kolkende volksfeest van dankbaarheid, moederliefde en wereldvrede te gezellig dreigt te worden, roept Talbot iedereen weer tot de orde: „We zijn hier niet om de wereld te verbeteren, maar onszelf.” Of simpeler gebruld: „Zijn er nog klootzakken in de zaal?”

https://www.youtube.com/watch?v=_HQrM5L9T1g