‘Future Me’: biologerend slot van ‘millennialtrilogie’ van Vincent Boy Kars

Vincent Boy Kars (1990) is een van de dapperste en brutaalste filmmakers die nu in Nederland werkzaam zijn. Hij maakt films die eng navelstaarderig kunnen lijken, maar die dan, als je je daar even overheen zet, of daar doorheen kijkt, gaan over de grote kwesties van zijn generatie.

In het intrigerende laatste deel van zijn ‘millennialtrilogie’ Future Me verpakt hij ze in hypnotiserende vragen: kun je jezelf spelen in een film? Wat gebeurt er als je met een acteur die jou speelt je eigen leven bespreekt? Of als je een relatiebreuk in scène zet die nooit heeft plaatsgevonden, maar wel had kunnen plaatshebben, omdat je je het zo goed kunt voorstellen? Hij bouwt spiegelpaleizen waarin de waarheid wordt gelogen en fictie de eerlijkere variant van de werkelijkheid is.

We kennen zijn methode waarin artistiek en zelfonderzoek verpakt zijn in droste-effecten, narratieve spiegelconstructies en brechtiaanse vervreemdingseffecten uit eerdere films als Independent Boy (2017) en Drama Girl (2020) . En ook Future Me buitelt weer duizelingwekkend van de paradoxen en contradicties. Samen met acteur Martijn Lakemeier, die Vincent speelt, gaan de echte en de nagespeelde Vincent in gesprek met Vincents ouders, zijn vriendin Eva en een therapeut om een beeld te krijgen van hoe Vincent de persoon is geworden die hij denkt dat hij is.

Hoewel de structuur van het doolhof dat Kars optrekt de meeste aandacht trekt, zijn de onderliggende verhaallijnen niet triviaal. Kars onderzoekt onder andere de relatie met zijn overleden vader en daarmee het autobiografische als materiaal voor kunst. Hij mag zich dan wel doodernstig ironiserend afvragen hoe het komt dat hij alleen in fictie zichzelf durft te zijn, of hoe het komt dat acteurs sowieso altijd een leukere en betere versie van hemzelf spelen, omdat ze nu eenmaal, nou ja actéurs zijn. Zijn zoektocht is die naar authenticiteit. Niet om ermee te dwepen, maar om een existentiële leegte mee te vullen.

Het verlangen om groots en meeslepend te willen leven is niet voor niets een gevleugelde zin in de Nederlandse literatuur sinds Marsman er bijna honderd jaar geleden zijn gedicht ‘De grijsaard en de jongeling’ mee begon. Marsmans vitalisme is van alle tijden, want het is van de jeugd. Maar voor mensen van de generatie van Kars lijkt het ingewikkelder dan ooit. Zijn metafictie is de enige manier waarop hij en zijn leeftijdgenoten de werkelijkheid nog kunnen ervaren en vertegenwoordigen. Als een eindeloze reeks versnipperde mogelijkheden. Hier de ene rol spelend, daar de andere. Daarbij overstijgt zijn zoektocht het particuliere en wordt ontroerend en herkenbaar.

https://www.youtube.com/watch?v=Edb-kYUkdBc