Componist Thomas van Dun is suppoost in het Concertgebouw, waar zijn nieuwste werk wordt uitgevoerd

Toen ensemble Asko|Schönberg hem benaderde om een nieuw stuk te schrijven was hij „verrast”, zegt componist Thomas van Dun (1995). „Ik vond het een aparte match. Mijn werk is heel anders dan de muziek die zij meestal spelen, dus ik had het nooit verwacht. Maar ik ben vereerd, en de spelers zijn geweldig.”

Van Duns werk heet Rocailles de l’après-vie… en gaat dit weekend in première in de NTR ZaterdagMatinee in het Concertgebouw. Het programma bevat daarnaast twee werken van Unsuk Chin en het Pianoconcert van Chins leermeester György Ligeti, met specialist Pierre-Laurent Aimard als solist.

Leuk detail: Van Dun werkt zelf in het Concertgebouw, waar hij al jaren suppoost is: „Sommige collega’s weten wel dat ik componeer, maar de meeste kennen mijn muziek niet. Ik vind het leuk dat ik ook deze kant van mezelf kan laten horen.” Zaterdag is hij vrij gepland, uiteraard.

Van Dun maakte afgelopen jaren naam met orkestwerken die opvielen door de instrumentatiekunst. Dat is geen toeval, vertelt hij in het café van debatcentrum De Balie in Amsterdam: „Componeren voor orkest was altijd mijn doel, vanaf mijn aanmelding voor het conservatorium. Componisten die mij inspireren, zoals Ravel, Skrjabin en Ligeti, beschouwen instrumentatie als een vak op zich. Dat spreekt me aan. Een belangrijke reden dat ik in Den Haag ging studeren is de nauwe band van het Koninklijk Conservatorium met het Residentieorkest. Ik heb in 2018 voor het eerst een kort stuk voor dat orkest geschreven, Abyss. Dat was heel fijn.”

Toch vond hij aanvankelijk totaal geen aansluiting op het conservatorium. Van Dun hield van romantische, Franse en Russische muziek van rond 1900: „Alles van Schönberg tot Xenakis klonk voor mij hetzelfde. Ik snapte er niets van. Veel snap ik trouwens nog steeds niet.”

Hetzelfde overkwam hem als tiener bij een introductiecursus op de kunstacademie: conceptueel modern werk zei hem niets, hij hield juist van barok- en renaissancekunst. Sinds twee jaar schildert Van Dun weer, volgens oudemeestertechnieken. Het is begonnen als hobby, maar hij is er onverwacht succesvol mee: „Ik doe het omdat ik er rustig van word. Maar ik verkoop mijn schilderijen ook, en langzamerhand verschuift de verdeling tussen mijn werkzaamheden als componist en kunstschilder richting 50/50.”

https://www.youtube.com/watch?v=2w6AdrtS51I

Mahler-fase

Op het conservatorium ontdekte Van Dun gaandeweg hedendaagse componisten die hem wél wat zeiden, zoals Penderecki en Ligeti. „Nu vind ik Tsjaikovski en Rimski-Korsakov vaak saai. Het risico is dat de inhoud na een tijdje opraakt, terwijl het stuk nog doorgaat. Momenteel zit ik al anderhalf jaar in een Mahler-fase. Ik luister nauwelijks iets anders. Wat ik bij Mahler benijd, is dat alles zo vrij en zelfverzekerd klinkt. De sfeer slaat om de zoveel seconden om. Zoiets durf ik maar zelden, mijn muziek is toch meer één ding.”

Namelijk: sferische stukken met een grote klankrijkdom. Opvallend is het gebruik van pulserende akkoorden in het slagwerkconcert In transit (2021) en orkeststukken als Unrestrictions (2021) en Abyss (2018), die muziek van Steve Reich in herinnering roepen, zoals het strijkkwartet Different trains. Van Dun knikt: „Dat is geen muziek waar ik per se naar luister, maar ik heb wel belangstelling voor de esthetiek ervan.”

Sterker nog, hij schreef een scriptie over minimal music en orkestrale trancemuziek. Zelf maakt hij sinds een paar jaar ook elektronische dancemuziek: „De vormtaal van house en techno wil ik nog meer gaan toepassen in mijn orkestwerk. De manier van spanning opbouwen, het uitschrijven van quasi-elektronische effecten. Een grote galmende klank, daar ben ik niet vies van.”

Zijn werk voor Asko|Schönberg voelt als iets nieuws, door de relatief kleine bezetting van het ensemble, maar ook door zijn emotionele betrokkenheid. „In onze gesprekken zei Fedor Teunisse, de artistiek leider van het ensemble: wij willen dat je jouw ding doet. Voel je niet gestuurd door onze reputatie of het beeld dat je van ons hebt. In dit stuk heb ik voor het eerst echt een persoonlijk verhaal vertelt, over mijn plek in de wereld.”

Nergens thuis

Het is een verhaal over eenzaamheid, verklaart Van Dun: als kind veel gepest, zich lange tijd een buitenstaander gevoeld, nooit aansluiting gekregen: „Tot een jaar geleden heb ik nog nooit een vaste vriendengroep gehad. De vraag die ik me voor dit stuk stelde is: hoe kun je verwoorden dat je nooit echt ergens landt?”

Rocailles de l’après-vie… begint met een ‘koraal’ door het hele ensemble, waaruit een melodie zich losmaakt. Die verklankt het gevoel nergens bij te horen, nergens thuis te zijn. De spanning loopt op en voert naar een „wanhopige climax”. Van Dun: „Het was een zwaar stuk om te schrijven, maar het had ook een therapeutisch effect.”

https://www.youtube.com/watch?v=B-pQSlYEe84

Van Dun combineert erin twee fascinaties die niet vaak samengaan: enerzijds voor de geschiedenis en liturgie van het christendom, anderzijds voor housemuziek en de queer scene. „Beide gaan voor mij over overgave, over samenkomst. Ik ben niet gelovig, maar ik heb een grote voorliefde voor oude kunst, muziek en mystiek. Er zit ook een existentieel randje aan mijn persoonlijkheid, ik bevraag continu alles, op het nihilistische af. Uiteindelijk is die wens voor gemeenschap, om ergens deel van uit te maken, een soort oerwond. Want die gemeenschap ‘bestaat’ helemaal niet, hij is althans niet zo groot als de wens hem maakt. Het is een methode om invulling te geven aan de leegte van het bestaan, bijna als een soort afleiding.”

Die dubbelzinnige houding tegenover kunst en het leven keert terug in de titel die Van Dun koos, Rocailles de l’après-vie… Een ‘rocaille’ is een krullerig schelpmotief, zoals dat veel gebruikt werd in de rococo – de benaming van die achttiende-eeuwse stijlperiode is afgeleid van het woord rocaille. „Ik hou erg van barok- en rococo-architectuur. De uitbundige kerken van Zuid-Duitsland vind ik overweldigend. Door de organische vormen lijkt alles te ademen. Bij mij hoor je dat terug in allerlei snelle loopjes en patronen. Het deeltje ‘Kanon’ uit het Hamburg Concerto van Ligeti, met z’n overlappende vierklanken, was ook een inspiratiebron. Ik hoop op een overweldigend, bedwelmend effect.”

Rocailles de l’après-vie… van Thomas van Dun door Asko|Schönberg o.l.v. Bas Wiegers. NTR ZaterdagMatinee, 28/10 Concertgebouw A’dam. Live op NPO Klassiek. Inl.: concertgebouw.nl