Zomer na corona: heel Europa danst op de vulkaan

Analyse

De zomer van 2022 Voor het eerst in drie jaar verpestte het virus de vakantie niet. Maar de zomer vol nieuwe crises voelde allesbehalve zorgeloos.

Lage waterstand in de Waal bij Nijmegen, vorige maand.
Lage waterstand in de Waal bij Nijmegen, vorige maand.

Foto Jonathan Raa

De mondkapjes en QR-codes konden de hele rit in het handschoenenkastje blijven. De zomer van 2022 werd de eerste in drie jaar zonder corona als obstakel. Maar terwijl in de achteruitkijkspiegel de pandemie uit beeld verdween, voerde de route naar het vakantieadres langs de ene na de andere nieuwe crisis.

De stijgende energie- en voedselprijzen veroorzaakten overal schrik aan de pomp en kassa. Personeelstekorten maakten reizen en horecabezoek tot een beproeving. Nederlanders hoefden hun land niet uit om extreme hitte of droogte te ondergaan. De oorlog in Oekraïne woedde onverminderd voort. En terwijl de geroosterde natuur al in de herfststand schiet, waarschuwen Europese bestuurders deze weken alvast voor een soort oorlogswinter.

Zo voorspelde de Franse president Macron vorige week – uren na zijn zoveelste telefonade met het Kremlin – dat „ons volk de komende tijd grote standvastigheid zal moeten tonen om onzekerheid en vijandschap te trotseren, of de makkelijke uitweg, teneinde verenigd de prijs van onze vrijheid en waarden te accepteren”.

De Belgische premier De Croo voorzag maandag dat het „vijf à tien winters moeilijk gaat zijn”. En het hoofd van de inlichtingendienst in de Duitse deelstaat Brandenburg verklapte in Die Welt am Sonntag alert te zijn dat extreme groeperingen „dromen van een Duitse woedewinter”.

Bij thuiskomst dringt zich zo het gevoel op dat de zorgeloze post-coronatijd alweer voorbij is voor hij kon beginnen. Terwijl de verwachtingen zo hooggespannen waren na de vele valse starts bij de ‘heropening’ na de pandemie. De Deltavariant bedierf de zomer van 2021 nog onverwachts, Omikron afgelopen Kerst. Nu moest het er echt van komen. In de VS werden in de lente al de termen als ‘revenge travel’ en ‘vacation vengance’ gemunt: wraak nemen op het virus met een verre, uitbundige vakantie.

Luchthavenleed

Maar die gretigheid was allereerst buiten de naweeën van dat virus gerekend. Zeker in Nederland is het mondkapje al maanden nagenoeg uit het straatbeeld verdwenen en weinigen worden nog dodelijk ziek, maar de wereldeconomie blijft uit het lood hangen. Bedrijven hebben zich daar 2,5 jaar lang met horten en stoten aan aangepast.

Nu velen staan te trappelen om weer te reizen en te consumeren als voorheen, blijkt lang niet elke sector daar klaar voor. Het blijft lastig in te schatten welke coronatrends beklijven. Zelf brood bakken is geen massabehoefte gebleken, praten via webcams wel. De arbeidsmarkt volgt met vertraging: een crècheleidster die magazijnmedewerker werd, is niet zomaar teruggehaald.

Deze herijking van de economie leidt tot allerlei tegenstrijdigheden. Er is volop werk, maar het consumentenvertrouwen keldert. Wereldwijd leeft vrees voor een nieuwe recessie, maar de energieprijzen blijven – ook door de oorlog in Oekraïne – torenhoog. Wie ondanks de inflatie zijn opgepotte geld wil uitgeven, stuit op winkels of restaurants die dicht zijn door personeelsgebrek.

Zo voelde het als vakantievieren op een vulkaan. We betaalden fiks meer voor een hotel, terrasje of vlucht – en drukten weg dat geld in de winter waarschijnlijk hard nodig is om de gasrekening te betalen.

Op weinig plekken dringt dit zich duidelijker op dan in het vliegverkeer. Eén op drie Europeanen wilde weer vliegen, maar de menskracht hiervoor ontbrak. Op Schiphol – en vele andere luchthavens wereldwijd – leidde het tot annuleringen en chaos, die nog maanden kan aanhouden. Zelfs de topman van prijsstunter Ryanair voorspelde dat vliegen tegen bodemprijzen verleden tijd is.

Kurkdroog continent

Ook wie uit vrees voor luchthavenleed (of vliegschaamte) de auto nam, kon niet om de vele crises heen. Hoewel reiskoepel ANVR dit jaar iets meer vroege boekingen naar koel Scandinavië zag en de staycation (vakantie-in-eigen-land) een blijvertje lijkt, kozen de meeste Nederlanders nog altijd voor een autorit naar het warme zuiden. Het leidde tot roadtrips door een kurkdroog continent, dat op menige plek vlam vatte. Handig is dat de Californische lispeltuut automobilisten tegenwoordig op hun schermpje toont waar de natuur brandt. Maar ook wie zo om vuur en files heen slalomde, kon op snelwegen belanden die verduisterd werden door geel-grijze rookdekens. En de zwartgeblakerde schade van eerdere branden zien.

Minder zichtbaar, maar niet minder verontrustend, was de droogte. Stuwmeren en rivieren die ver onder hun gebruikelijke peil staan. Tegenvallende oogsten. Waterkracht- en kerncentrales die stilvallen door gebrek aan (koel)water. Kolencentrales die geen kolen krijgen door binnenvaart die strandt in te ondiepe rivieren. En dat bij energie- en voedselprijzen die toch al door het dak gaan.

Al die in elkaar grijpende crises onderstrepen – opnieuw – de noodzaak van de energietransitie. Maar langs de route naar het zuiden was te zien hoe die op zijn grenzen stuit. In de dunstbevolkte gebieden van het Iberisch schiereiland wordt al volop stroom uit zonne- en windenergie gewonnen. Maar in zo’n lege regio in Noord-Portugal, waar de regering op grote schaal lithium wil gaan delven, stond op veel muren ‘Não à mina’ (Nee tegen de mijn) gekalkt. Aan de andere kant van de grens, in Spanje, werd geroddeld of de vele bosbranden niet zijn aangestoken om in de verkoolde natuur windmolens neer te kunnen zetten.

‘Overvloed ten einde’

Op Franse rotondes had het blauw-geel van de Oekraïense vlag het neongeel van de gilets jaunes vervangen. De gele hesjes stonden jaren terug op uit protest tegen dure benzine en diesel. Zoals meer Europese leiders lijkt de president Macron er allesbehalve gerust op dat de solidariteit met Oekraïne overeind blijft als de energieprijzen iedereen veel armer maken. Eerste levensbehoeften hebben in Frankrijk intussen een officiële maximumprijs, en Parijs subsidieert brandstof fors. Maar woensdag hield hij opnieuw een toespraak die de Fransen moest voorbereiden op een barre winter. „We zijn aan het eind beland van wat een tijdperk van overvloed leek”, waarschuwde hij.

Lees verder…….