Wie denkt er bij tbs aan een vrouw?

This is a man’s world, zong James Brown en geef hem eens ongelijk. Neem tbs-patiënten. Wie denkt dan aan vrouwen? Iedereen staat op het verkeerde been. Maar ze bestaan, al zijn ze met weinigen. Van de 1.614 patiënten in de elf tbs-klinieken van Nederland zijn er 94 vrouw: 5,8 procent. Gemengde groepen zijn er onder andere in de Oostvaarderskliniek in Almere en in de Van der Hoeven Kliniek die locaties heeft in Utrecht en Amersfoort.

Fotograaf Mona van den Berg kreeg toestemming twee vrouwen te volgen in de Amersfoortse locatie, de Voorde geheten. Ze mocht hen niet herkenbaar in beeld brengen. Ook hun namen blijven achterwege met het oog op hun privacy en het gemoed van hun slachtoffers. Daarom blijft ook onvermeld wat ze misdeden. Maar feit is dat zij niemand hebben gedood en dat je tbs kan krijgen voor delicten waar minimaal vier jaar celstraf op staat. Feit is ook dat tbs’ers bij het begaan van hun misdaad zijn beïnvloed door ernstige psychiatrische problematiek zoals een persoonlijkheidsstoornis of een psychose.

De vrouw met kort haar had te veel last van buikpijn en woede om een interview te geven maar de vrouw met het lange haar stond NRC te woord, in het bijzijn van een van haar behandelaars. Longcare, zo heet het type behandeling en zorg dat de Amersfoortse locatie biedt: tbs richt zich altijd op de terugkeer van de patiënt naar de maatschappij maar op longcare gaat dat langzamer vanwege de complexiteit van de stoornissen van de bewoners.

De vrouw zit elf jaar in tbs. Dat is een derde van haar leven want ze is 33.

Ze heeft een kamer op de eerste verdieping van een afdeling waar nog twaalf patiënten verblijven, onder wie elf mannen. Een leefgroep vormen zij niet: er is weliswaar een woonkamer beneden waar ze op gezette tijden een spelletje spelen of tv kijken, maar op deze ‘individuele afdeling met intensieve zorg’ zijn patiënten nog volop bezig met hun eigen traject op weg naar beterschap. ‘Kleine stapjes’: die term valt hier vaak.

Kijkend uit het raam van haar kamerdeur. Die gaat bij haar – een teken van vertrouwen – ’s nachts niet meer op slot.
Foto Mona van den Berg

De vrouw staat op tussen kwart over zeven en half acht, spuit parfum op haar hals en meldt zich om acht uur in de werkplaats van de kliniek voor een dienst van twee à drie uur. Ze pakt er meestal lolly’s in, vijf per zakje. Drie ondersteboven en twee erbovenop. Er is daar een ‘werkmeester’ die ze ‘Pander’ noemt. „Want hij heet Alexander”, vertelt ze. „En vroeger zeiden ze wel Sander de Pander. Dat is natuurlijk heel kinderachtig. Maar voor de gein zeg ik steeds Pander tegen hem. En daar reageert hij gewoon op.”

Ze volgt ook onderwijs. Laatst ging het over geld en sparen en rente. Ze haalde een tien. Ze krijgt één op één les. Toneel doet ze ook één op één. „Maar we oefenen wel in kleine stapjes dat je dingen in groepjes gaat doen”, zegt de behandelaar tegen haar.

En de vrouw loopt hard, zowat elke dag, op de loopband of buiten het terrein, met een begeleider. Als enige in de kliniek trainde ze deze lente voor een vijfkilometerwedstrijd in Amersfoort. Ze liep ’m uiteindelijk niet. „Ik was die dag bang dat ik agressief zou worden naar andere mensen en dat wou ik niet.” Met een therapeut spreekt ze over omgaan met spanning. Spanning door emoties of doordat plots haar oog ergens op valt. Op een mes bijvoorbeeld, zegt ze. „Dat je dan denkt: o ja, vroeger ging ik daar gekke dingen mee doen.”

In 2020 onderging ze een hersenoperatie om minder te worden beheerst door dwangmatige gedachten. Dat heeft geholpen, zegt ze. „Mijn ouders merken het ook. Dat ik minder gespannen ben en zo.”

Met Bink, de ‘oppashond’. Die komt eens in de week.
Foto Mona van den Berg
De gang langs de kamers.
Foto Mona van den Berg

Heeft ze het doel uit deze kliniek te komen? „Ik ben eerder bezig met gewoon de dag doorkomen.” De behandelaar: „Je vertelde mij deze week wel een toekomstdroom.” De vrouw: „Ja dat is dat ik een eigen hond kan hebben, een Sint Bernard, dat ik die een beetje kan opvoeden. En dat ik dan op mezelf zou wonen. Maar ik weet niet of ik dat ooit zou kunnen.”

Mildheid

„Terugkeer in de maatschappij is voor vrouwelijke tbs-patiënten extra moeilijk”, zegt Vivienne de Vogel, zij is al 26 jaar onderzoeker in de Van der Hoeven Kliniek, en daarnaast bijzonder hoogleraar forensische zorg in Maastricht en lector aan de Hogeschool Utrecht. „Hun problematiek is vaak net wat complexer.” Want wil je als vrouw in tbs belanden, legt ze uit, moet er als het ware ‘meer mis’ zijn. „Naar gewelddadige vrouwen wordt doorgaans met meer mildheid gekeken dan naar gewelddadige mannen”, vertelt ze. „Ook door rechters ja.” Hun celstraf valt daardoor vaak lager uit of ze belanden in de psychiatrie, en niet achter tralies of in een tbs-kliniek. Totdat het zo misgaat dat een serieuze veroordeling realiteit wordt.

De Vogel vergaart al jaren kennis over de behandeling van gewelddadige vrouwen en stuit op de ene blinde vlek na de andere. Mannen met een hoge mate van psychopathie (persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door chronisch antisociaal gedrag) maken zich groot en doen stoer en vrouwen, blijkt uit onderzoek, vertonen vaak heimelijker, manipulatief gedrag. Maar de checklist waarmee behandelaars de mate van psychopathie van tbs-patiënten bepalen, houdt daar – James Brown indachtig – geen rekening mee. Stelling één: ‘Hij gedraagt zich als een gladde prater of als een macho.’

Vrouwelijke patiënten wonen in tbs-klinieken zij aan zij met mannen. De „overgrote meerderheid” van „professionals én patiënten” is daar voorstander van, zegt De Vogel, „want het doel is terugkeer in de maatschappij en die is ook gemengd.” Maar de begeleiding moet wel zorgvuldig zijn. „Komt een vrouw voor het eerst binnen, dan bouw je rust in en werk je aan de traumabehandeling voordat actieve deelname in de kliniek in beeld komt.”

„Soms is het wel een beetje vervelend”, zegt de tbs-patiënt over het leven met mannen. „Dan zie je ze een beetje naar je kijken enzo. Daar hou ik niet zo van.” Maar ze verbleef ook wel eens in zorginstellingen met alleen vrouwelijke patiënten, zegt ze, en daar verlangt ze niet naar terug. „Dan wordt er elke keer over je geroddeld, ik weet precies hoe dat gaat.”

Van de 1.614 tbs-patiënten in Nederland zijn er 94 vrouw: 5,8 procent.
Foto Mona van den Berg
In haar eigen kamer.
Foto Mona van den Berg
Een kast met antischeurkleding.
Foto Mona van den Berg
Bij de ingang van de kliniek worden tassen gecontroleerd.
Foto Mona van den Berg
De sleutels in het kantoor.
Foto Mona van den Berg
Voor de veiligheid kan een tbs-patiënt tijdelijk in deze ‘separeerruimte’ worden geplaatst.
Foto Mona van den Berg
De andere vrouw die Mona van den Berg fotografeerde in de Van der Hoeven Kliniek.
Foto Mona van den Berg