Wat merken bedrijven nu al van een dalende leesvaardigheid?

Bestellingen noteren. Offertes opstellen. Overdrachten schrijven. Instructies lezen. Wie werkt, komt vrijwel altijd in aanraking met taal: of het nu in een bloemenzaak is of bij de klantenservice, of je fabrieksarbeider bent of ingenieur.

En in taal worden Nederlanders slechter. De prestaties bij het lezen van middelbare scholieren bereikten een nieuw dieptepunt, bleek deze week uit PISA-onderzoek, een internationale vergelijking van schoolprestaties in OESO-landen. Een derde van de Nederlandse 15-jarigen loopt het risico de middelbare school laaggeletterd te verlaten. In 2018, bij het vorige PISA-onderzoek, was dat nog een kwart – en daarover werd al luid alarm geroepen. Van alle Europese OESO-landen scoort alleen Griekenland slechter in lezen.

Ook met andere vaardigheden op het gebied van taal en rekenen gaat het slecht in Nederland, blijkt al jaren uit allerlei onderzoeken. De schrijfvaardigheid van leerlingen is ondermaats, de duidelijkheid van handschriften kachelt achteruit, en ook in rekenen dalen de prestaties. „Dit is zeker een zorg”, zegt Gemma Groot Koerkamp, die zich als aanjager geletterdheid bij ondernemersvereniging VNO-NCW MKB Noord richt op Nederlandstalige werknemers. „Deze jongeren komen straks in het bedrijfsleven of bij maatschappelijke organisaties terecht.”

Bedrijven zien het al gebeuren, blijkt uit een rondgang van NRC. „Als je niet kunt lezen en schrijven, sluit je je deels uit van de maatschappij”, stelt Agnes van der Wel van de zorgorganisatie Oosterlengte. „We herkennen dat jongeren die we nu aannemen echt minder taalgevoel hebben en minder taalvaardig zijn”, zegt een woordvoerder van Vebego, onder meer actief in schoonmaak en groenvoorzieningen. Groot Koerkamp noemt het een misvatting dat het alleen om mensen gaat met een lager intellect. „Je kunt dus ook veel doen om die vaardigheden te verbeteren.”

Laaggeletterdheid bij werknemers, wat inhoudt dat ze amper kunnen lezen en schrijven, was al een groot probleem voor bedrijven. In Nederland zijn 2,5 miljoen 16-plussers laaggeletterd. Uit onderzoek van Stichting Lezen & Schrijven uit 2019 blijkt dat 34 tot 44 procent van de schoonmakers en van de hulpkrachten in bouw, industrie, landbouw en keukens laaggeletterd is. Vaak kunnen laaggeletterden ook niet goed met de computer of smartphone overweg.

Bouwbedrijven hebben er ervaring mee: onderzoek laat zien dat laaggeletterden relatief het vaakst in die sector werken. Dat is vooral een probleem, zegt een woordvoerder van Heijmans, als het gaat over veiligheid. „Dat mensen instructies niet hebben begrepen. Wanneer moet je een bouwhelm op? Waar mag je bellen? Dat kan niet als je in de hoogte aan het werk bent. Of op plekken waar machines komen. Heel basaal allemaal.” Uit onderzoek van de Stichting Lezen en Schrijven blijkt dat zo’n 10 procent van alle zware bedrijfsongevallen voortkomt uit communicatieproblemen.

Medewerkers die instructies geven, kunnen er niet zomaar van op aan dat die worden begrepen. „Ook omdat er niet alleen Nederlandse mensen op zo’n bouwplaats aanwezig zijn. Dus bij iedereen moet je nagaan: komt mijn boodschap over? Bij de een is dat omdat hij taalvaardigheid niet heeft vanuit school, bij de ander omdat Nederlands niet zijn moedertaal is.”

Bouwbedrijf VolkerWessels ziet dat werknemers Nederlands en rekenen soms moeilijk vinden. De vakken maken onder meer deel uit van de vakopleiding grondwerker infra. „Het rekenen betreft vaak talige sommetjes, ‘verhaaltjessommen’”, verklaart de woordvoerder de moeilijkheid van dat vak. „We geven deze vakopleiding intern, via onze eigen vakschool. De docent Nederlands geeft zo nodig individuele aandacht om de deelnemers naar het benodigde niveau te trekken.”

Digitale laaggeletterdheid belemmert mensen door te groeien naar ander werk, stelt de woordvoerder. „Denk aan de ouder wordende timmerman die fysieke klachten krijgt en zijn kennis ook goed kan inzetten als portier bij een bouwplaats. Maar onderdeel van die functie is het aanmaken en registreren van een bouwpas met de computer. Soms lukt dat niet.”

Beeldtaal

Ook bij een grote fabriek zoals die van Tata Steel is het van levensbelang dat werknemers alle veiligheidsregels snappen. „Die instructies werken we op zo’n niveau uit dat ze voor iedereen begrijpelijk zijn”, zegt een woordvoerder. Het bedrijf maakt daarbij veel gebruik van beeldtaal in plaats van tekst. Voorschriften worden ook in video’s uitgelegd.

Zo hangen naast alle trappen, ook in het kantoor, icoontjes van iemand die de leuning vasthoudt. „Vanaf mijn werkplek zie ik een vergaderzaaltje waarop een stopbord met mes en vork staat: ik mag er niet eten.” Heeft dat te maken met de groeiende laaggeletterdheid? Die constatering durft de woordvoerder niet aan. „Het is ook: een beeld zegt meer dan duizend woorden.”

Zulke tekens mogen dan als vervanging dienen voor tekst, het maakt het belang van goede taalbeheersing niet overbodig, zegt de woordvoerder. Daarom organiseert het bedrijf taalklassen, zodat werknemers de Nederlandse taal kunnen leren of bijspijkeren. „We hebben ook veel mensen hier van andere achtergronden. Statushouders van de opvangboot die hier in Velsen afgemeerd ligt, bijvoorbeeld.”

Meer bedrijven bieden programma’s aan om de taalvaardigheid van werknemers te verbeteren. Zo zegt Vebego, waar het gros van de werknemers laaggeschoold is of een taalachterstand heeft, taallessen te organiseren en maatjesprojecten aan te bieden. Ook Heijmans werkt met „buddy’s”, die collega’s op weg helpen in het bedrijf. „Dat is een breed opleidingsprogramma, waarin taal een rol kan spelen”, zegt de woordvoerder. VolkerWessels heeft een intern werk-leerbedrijf, VolkerWessels Inclusief, waarin nieuwe medewerkers worden opgevangen die extra begeleiding nodig hebben, soms gericht op taal.

Dakdekker Dakpanvervanging.nl probeert op nog een andere manier te stimuleren om bezig te zijn met taal. Wie formulieren voor beoordelingsgesprekken juist invult of de veiligheidsvoorschriften correct opvolgt, krijgt een extra beloning. Het bedrijf uit Stadskanaal ontwikkelde daarvoor een speciaal dukaat, de ‘complimentenmunt’, die werknemers kunnen inruilen voor een presentje.

Directeur Aart de Boer merkte dat taal een probleem was binnen zijn bedrijf, doordat klanten contact opnamen over opdrachten die net niet helemaal goed waren uitgevoerd. „We werken met een app, waar onze werknemers hun werkbonnen op ontvangen. Daar staat op wat ze die dag moeten uitvoeren bij een klant. Het bleek dat die gasten niet allemaal begrijpen wat er staat. Dat begon met een opmerkingen als ‘ik heb m’n leesbril niet bij me’ of ‘de lettertjes op de telefoon zijn te klein’. Maar op een mobiel kun je natuurlijk inzoomen. Zo kwamen we erachter dat er toch veel mensen moeite mee hebben.” Het bedrijf schrijft de werkbon nu in twee of drie heldere zinnen uit.

Meer ziekteverzuim

Het gemis aan lees-, schrijf- en digitale vaardigheden leidt ook tot een hoger ziekteverzuim, zegt Groot Koerkamp van VNO-NCW. „Als een bedrijf een nieuw systeem in gebruik neemt, zal die groep werknemers daar eerder stress van krijgen of uit schaamte afwachten tot andere collega’s hun ervaringen kunnen delen.”

CSU Total Care, een van de grootste schoonmaakbedrijven van het land, heeft zelfs het arbeidscontract gevisualiseerd. „Omdat mensen, ook hogeropgeleiden, dat vaak te moeilijk vinden”, zegt een woordvoerder. „Terwijl het gaat over een van de belangrijkste dingen in het leven: wat ga je straks doen en wat ga je verdienen? Dat is belangrijk om te weten.”

Bij de zorginstelling Oosterlengte in Oost-Groningen worden leidinggevenden getraind om problemen te herkennen waar laaggeletterden onder hun medewerkers tegenaan lopen. „Je ziet het bijvoorbeeld in het niet opvolgen van instructies op papier”, zegt programmamanager innovatie Agnes van der Wel. „Tijdens de coronacrisis veranderden de richtlijnen elke week. Dan moest je weer handschoenen aan, dan weer een mondkapje. We zagen dat een aantal mensen het lastig vond om die instructies op te volgen, zowel jong als oud.”

In het ergste geval kan laaggeletterdheid van zorgmedewerkers leiden tot gezondheidsrisico’s voor patiënten. Dat zullen vooral indirecte gevolgen zijn, denkt Van der Wel: „Een voorbeeld kan zijn dat huishoudelijke medewerkers niet altijd de juiste producten gebruiken. Bijvoorbeeld dat met het verkeerde doekje een keukenaanrecht van een cliënt wordt schoongemaakt, waardoor er meer bacteriën achterblijven.” Tot echt gevaarlijke situaties heeft het niet kunnen begrijpen van handleidingen nog niet geleid, volgens Van der Wel nog niet, „maar het is wel een risico”.

Krappe arbeidsmarkt

Oosterlengte biedt medewerkers bij wie laaggeletterdheid wordt vermoed een test aan en extra scholing, mocht dit nodig blijken. „Dit alles in afstemming met de medewerker. Niet iedereen zal scholing willen volgen. Meer kun je als werkgever ook niet doen.”

Van der Wel is geschrokken van de slechte PISA-resultaten. „In de toekomst zal het steeds belangrijker zijn om hier als organisatie over na te denken”, zegt ze. „Hoe gaan we ervoor zorgen dat medewerkers kunnen functioneren op het niveau waarop wij ze willen inzetten? Vroeger kon je nog denken: iemand functioneert niet, we kijken naar iets anders. Maar zeker gezien de arbeidskrapte in de zorg, zullen we moeten investeren in onze medewerkers. Want uiteindelijk moet iemand dit werk doen.”

Leesvaardigheid zie ook pagina 2-3

Leeslijst