Tv-recensie | Lang geleden dat er zo’n fris, redelijk en inhoudelijk politiek debat op tv was.

‘Ik hoop dat de mensen thuis nog kijken want het was natuurlijk niet om aan te zien’, zei PVV-lijsttrekker Sebastiaan Stöteler een kwartier voor het einde van Europa kiest: Het Debat (NPO1). Zo gaf hij een vernietigende recensie van het verkiezingsdebat nog vóór het goed en wel was afgelopen. Op de vooravond van de Europese Verkiezingen liet de NOS negen Nederlandse lijsttrekkers debatteren in de Hogeschool Den Haag over EU-kwesties als klimaat, oorlog, landbouw en migratie. Boven hun hoofd zweefde een enorme sterrenkrans van de Europese Unie, maar die bleek virtueel te zijn.

De zorgen van Stöteler over de wegzappende kijkers kwamen niet uit de lucht vallen: bij eerdere tv-programma’s grepen kijkers bij het noemen van de woorden ‘Europese’ en ‘verkiezingen’ massaal naar de afstandsbediening. Maar was het debat ook „niet om aan te zien”, zoals de PVV’er poneerde?

Integendeel. Lang geleden dat er zo’n fris, redelijk en inhoudelijk politiek debat op tv was. En dat terwijl er negen mensen aan het woord moesten komen, van wie vijf nieuwkomers. Geen bekenden van de kiezers ook, ze waren tot woensdagavond vrijwel onzichtbaar geweest op tv.

Ze zijn onbekend en deels nieuw, maar dat was niet te merken aan de kwaliteit. Ze scholden niet, ze speelden niet op de man, ze lieten elkaar uitpraten. Presentatoren Simone Weimans en Winfried Baijens hadden er geen omkijken naar. Wanneer je deze beoogde Europarlementariërs aan het werk zag, besefte je opeens wat voor merkwaardige politieke leiders we eigenlijk momenteel in Den Haag hebben, en hoe ongemanierd die debatteren.

Dat de lijsttrekkers wellevend bleven, wil niet zeggen dat er geen harde dingen werden gezegd. Zo hekelde Sander Smit (BBB) het „onbetaalbare” klimaatbeleid – de „doorgeschoten Green Deal” die de voedselvoorziening in gevaar zou brengen. Malik Azmani (VVD) zei over de rechts-radicale fractie in het Europese Parlement: „Die werken niet. We zien ze niet.” Stöteler (PVV), die vermoedelijk tot die fractie zal toetreden, wierp tegen dat zijn zusterpartijen in Brussel werden buitengesloten.

De debaters konden het niet laten om het Haagse beleid erbij te halen. Zo viel de oppositie de beoogde coalitie aan op het Hoofdlijnenakkoord dat op gespannen voet zou staan met het Europees beleid, zeker wat betreft migratie. Dit bracht de lijsttrekkers van de coalitiepartijen in het nauw want die moesten hun Europese ideeën verdedigen zonder hun Haagse leiders af te vallen. Zo kreeg Azmani (VVD) het even moeilijk. Die was in 2019 speciaal naar Brussel gegaan om aan een Europees migratieplan te werken, waar zijn eigen partij zich nu aan wil onttrekken.

Vooral Stöteler (PVV) werd aangevallen. Volgens Gerben-Jan Gerbrandy (D66) streeft de PVV naar een „mini-Nexit”: „U wil Europa van binnenuit kapot maken, u verkoopt knollen voor citroenen.” De PVV’er ontkende dat zijn partij de EU van binnenuit wil uithollen, terwijl zijn partijleider Wilders dit letterlijk zo zegt.

De opt out uit het akkoord werd gehekeld: de wens van de beoogde regering om ontheffing van de Europese migratieregels te krijgen. Stöteler (PVV) zei relativerend dat de Europese leiders heus niet van de Nederlandse opt out in de war zouden raken. Eickhout (GL/PvdA): „Ze raken er niet van in de war omdat ze zien dat het onzin is. Het zou een zootje worden en het gaat ook niet gebeuren.”

Heerlijk, zo’n debat zonder vuurwerk. Misschien is dit minder verhit dan een Haags verkiezingsdebat omdat het Europese Parlement verder van de mensen staat. Je kunt er wat beschouwender naar kijken. Vergeleken bij de vorming van de eerste Nederlandse radicaal-rechtse regering, zoals die in Den Haag gaande is, voelde dit debat als een tussendoortje.