‘Slaven, rot op’, riepen de RSF-soldaten tegen de Masalit-stamleden

Na het uitbreken van de oorlog in april in de Soedanese hoofdstad Khartoem, laaide in de westelijke regio Darfur een oud conflict om land op tussen Soedanezen van Arabische en van Afrikaanse afkomst. Doelwit in de woonwijk Ardamata is het Afrikaanse volk de Masalit. Deze inwoners worden volgens getuigenissen mishandeld, misbruikt en vernederd, of bijeen gedreven en vermoord. Sommigen worden in brand gestoken. De begin deze maand begonnen bloedbaden van Ardamata door de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) spelen zich af op een militaire basis en in nabijgelegen woonwijken, aan de rand van de stad El Geneina, waar tienduizenden ontheemden wonen. Dit is een reconstructie op basis van zeventig getuigen geïnterviewd door persbureau Reuters, nog eens twintig vluchtelingen door Human Rights Watch in buurland Tsjaad en vier telefonische interviews door NRC. Het dodental van de slachtpartij deze maand wordt geschat op tussen de 1.300 en 2.000.

Opvang over de grens

Woensdag 1 november

De RSF en hun Arabische bondgenoten omsingelen de regeringsbasis. Naast de basis ligt een middelbare jongensschool. „Drie raketten raakten het plein naast de school waar veel mensen zich hadden verzameld, en twee de school zelf”, volgens ooggetuige Farid. „Eén viel op een klaslokaal aan de westkant, waarbij minstens negen mensen omkwamen, onder wie twee vrouwen. Ik kreeg een granaatscherfwond in mijn arm.”

Donderdag 2 november

Als het leger weigert zich over te geven, openen de RSF de volgende dag een grote aanval op het legerkamp. De RSF raken daarbij een tweede school. „Overal waren lichamen. Ik telde er vijftig”, zegt een soldaat. Twee andere soldaten zien drones boven hun hoofd, en hoe er een met sissend geluid op een huis valt vlakbij in het kamp, waardoor twee vrouwen omkomen.

Vrijdag 3 november

’s Morgens zitten Hussein (18) en zijn tweelingbroer Hassan thee te drinken in de woonwijk van Ardamata als plots RSF-soldaten en militieleden te paard of op motorfietsen stoppen voor hun woning. In het bijzijn van zijn moeder schieten ze zijn tweelingbroer neer en plunderen het huis, waarbij ze geld, telefoons en andere spullen meenemen. Aanwezige vrouwen reageren door onmiddellijk Hussein te omringen en hem in een abaya te kleden, een lang gewaad voor moslimvrouwen. Buiten ziet Hussein lichamen van jonge mannen, velen van zijn leeftijd, sommigen met hun handen op de rug gebonden en schotwonden in het hoofd. De pogrom tegen de Masalit – vooral jonge mannen – in Ardamata is begonnen. De aanvallers roepen: „Dood de Masalit.” Omringd door een hechte kring van vrouwen slaagt Hussein erin langs verscheidene controleposten van het RSF te vluchten, naar het Adre in Tsjaad.

Zaterdag 4 november

Op de regeringsbasis ontdekken soldaten na zonsopgang dat ze in de steek zijn gelaten door hun legeraanvoerders: de officieren zijn ’s nachts stilletjes ervandoor gegaan. „Ze lieten de junioren achter zonder iets te vertellen”, volgens regeringssoldaat Ibrahim, „plotseling stond de RSF pal voor ons.” Khamis, een andere soldaat: „Wij hadden geen idee van de sluipende aftocht van de leiding. Toen volgde snel de nederlaag.”

Youssef is in een kliniek op de basis als de RSF deze bestormt. „Ze schoten de gewonden neer, ik wist te ontsnappen door achter muren en door struiken te kruipen.” Terwijl de aanvallers binnenstromen gaat de soldaat Gamareldin Mohammed op de grond liggen, trekt een lijk van een kameraad over zich en speelt voor dood. „Ik bedekte mezelf met het dode lichaam en zijn bloed.”

Patiënten van Artsen zonder Grenzen in het vluchtelingenlkamp.
Foto El Tayeb Siddig/Reuters

Als Abdelrahim Hamdan Dagalo, broer van de RSF-leider Hemedti, voor de kazerne de overwinning uitroept, is een groep van tweeduizend soldaten en burgers aan een trektocht door de bergen begonnen. Velen lopen in hinderlagen van het RSF. „Iedereen rende voor zijn leven. Als er iemand gewond raakte, had je geen tijd om hem overeind te helpen”, volgens een van de soldaten.

Stamleiders in Ardamata zijn intussen onderhandelingen begonnen met de RSF en hun Arabische milities. Alle geweren moeten worden ingeleverd in ruil voor de veiligheid van de bewoners van het kamp. Maar het is bedrog: de etnische zuiveringen door de RSF-soldaten op de Masalit verhevigen juist. „Ze gaven alle mannen de opdracht hun huizen te verlaten en alle vrouwen binnen te blijven”, volgens een ambtenaar. „Slaven, rot op”, riepen ze.

Abdu Mohammed Ibrahim is rond het middaguur in zijn huis, dat uitkijkt over een groot veld. Hij ziet dat RSF-leden en Arabische militieleden honderden jonge mannen naar het veld leidden. Ze verdelen hen in groepen en sturen ze naar verschillende hoeken van het veld, waarna ze het vuur op hen openen. „Er waren jongeren onder hen, nog maar twaalf jaar oud. Ik ken ze bij naam.” Een winkelier in de buurt van het voetbalveld hoort samengedreven jongeren schreeuwen: „Verbrand ons niet”, voordat geweerschoten klinken.

Gealarmeerd door het geweervuur proberen de jonge vrouw Samira en haar familie Ardamata te verlaten: „We zagen hoe twee strijders op een motor een jonge vrouw aanhielden en haar op straat verkrachtten. We konden haar niet helpen, we moesten verder.”

Zondag 5 november

In Ardamata liggen overal lijken op straat. „Bij elke stap zag ik lijken, sommigen bedekt met dekens”, zegt inwoner Mustafa. Van twee kinderen lijkt de keel afgesneden. Dokter Hayder (29) telt die dag 95 lijken. „Ik vond in een huis een baby van 18 dagen oud, naast haar moeder en vier andere vrouwen. Alle wonden waren het gevolg van geweerschoten gericht op de borst of het hoofd.”

Maandag 6 november

Bij de brug van Ardamata zit een groep mannen en kinderen, omringd door RSF en andere strijders. „Executeer ze allemaal”, zegt een strijder, „laten we één voor één wraak op hen nemen”, roept een ander.

Hulpgoederen in het vluchtelingenkamp in Tsjaad.
Foto El Tayeb Siddig/Reuters

Dinsdag 7 november

Arabische militieleden vallen in Ardamata het huis binnen van een 45 jaar oude boer. Ze brengen zeven mannen naar de voorkant van het huis. „Op het moment dat ik naar buiten kwam, schoten ze van dichtbij op de zeven mannen. Ze lagen daar allemaal op de grond. Eén van de aanvallers zei tegen mij: ‘Zie je hoeveel we er hebben gedood?’ Ze vertelden me dat ik de stad moest verlaten.” In de avond brengen Arabieren in vrachtwagens en op ezelkarren geplunderde goederen naar het politiebureau – deuren, raamkozijnen, zelfs auto’s en riksja’s – waar Arabische vrouwen hen toejuichen.

Zondag 26 november

Ardamata ligt er verlaten bij, met nog maar een paar inwoners, overal zijn massagraven. „De dode lichamen op de legerbasis en in de wijken aan de andere kant van de brug worden allemaal begraven door de RSF”, vertelt dokter Ahmed, „maar in het noordelijke deel van Ardamata liggen nog steeds lijken”. Talloze Masalit verblijven in detentiecentra van het RSF. „Er wordt niet meer gevochten maar ze schieten nog steeds jongeren dood. Ze blijven moorden en plunderen.”

Correctie (30 november 2023): In een eerdere versie correspondeerden de namen van de dagen niet met de data. Dat is hierboven aangepast.

Leeslijst