Politiek veteraan Fico begon net met het uitvoeren van zijn autoritaire agenda in Slowakije

Robert Fico, de Slowaakse premier die woensdag werd neergeschoten en de politiek gemotiveerde aanslag lijkt te overleven, is ook een politieke overlever. Hij begon als lid van de communistische partij, drie jaar voordat de Fluwelen Revolutie in 1989 een einde maakte aan het communisme in Tsjechoslowakije. Nu is hij voor de vierde keer premier van Slowakije, namens een partij die hij 25 jaar eerder zelf had opgericht. Het is onzeker of hij na zijn herstel in die positie kan en wil terugkeren.

Fico is een politieke veteraan, en de afgelopen decennia een bepalende figuur in de Slowaakse politiek. Zijn positie ten tijde van de aanslag was ijzersterk, zeker sinds de recente verkiezing van oud-partijgenoot Peter Pellegrini als president. Hij begon de laatste maanden met de uitvoering van zijn autoritaire agenda, zoals de opheffing van corruptiebestrijding en de publieke omroep. Internationaal kreeg Slowakije dankzij Fico het laatste half jaar veel meer aandacht dan voorheen. Met zijn pro-Russische houding en kritiek op de Europese Unie ontwikkelde de premier zich na zijn Hongaarse voorbeeld Viktor Orbán tot gevreesde tweede dwarsligger in Midden-Europa.

Als politieke pragmaticus bleek Fico de stemming in zijn land goed aan te voelen

Aanvankelijk leek Fico een andere kant op te gaan. Geboren in 1964 in het plaatsje Topolcany in het westen van Slowakije, kwam hij in de jaren tachtig naar Bratislava voor een studie rechten aan de Comenius Universiteit. Vanaf zijn afstuderen in 1986 tot 1995 werkte hij op het ministerie van Justitie. In de tweede helft van de jaren negentig vertegenwoordigde hij Slowakije bij onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

In 1999 stapte Fico over van de juridische naar de politieke wereld. Hij werd de eerste voorzitter van de partij Smer, ‘Richting’ in het Slowaaks. Aanvankelijk stond er ‘Derde weg’ achter de naam van de nieuwe partij, later werd dat ‘Sociaaldemocratie’. Smer-SD wil opkomen voor Slowaken die niet hebben kunnen profiteren van de transitie van communisme naar kapitalisme en nog steeds in armoede leven. Fico, zelf afkomstig uit een arbeidersmilieu, presenteert zich als voorvechter van de ‘gewone man’ en de belangen van Slowakije. Hij is een bewonderaar van Donald Trump en diens nationalistisch geïnspireerde populisme.

Moord op Jan Kuciak

In 2006 boekte Smer een grote overwinning en werd Fico premier. Ondanks een kritische houding ten aanzien van de EU – toen al – leidde hij zijn land in 2009 naar de eurozone. Bij de volgende verkiezingen, in 2010, won Smer opnieuw, maar slaagde Fico er niet in een coalitie te vormen. Bij tussentijdse verkiezingen in 2012 won Smer met 83 zetels een absolute meerderheid in het parlement. Fico werd opnieuw premier. Zijn poging in 2014 om president te worden, strandde in de tweede ronde.

Robert Fico viert de winst met zijn Smer-partij op een verkiezingsfeestje in 2012.
Foto Diana Cermakova/EPA

Het derde premierschap van Fico, begonnen in 2016, eindigde voortijdig in 2018 na massale protesten tegen corruptie van Smer-politici. Fico moest aftreden. Aanleiding voor de volkswoede was de moord op journalist Jan Kuciak en zijn vriendin Martina Kusnirova. Kuciak deed onderzoek naar corruptie binnen Fico’s regering en ontdekte dat de regering nauwe banden had met de Italiaanse maffiaorganisatie ’ndrangheta. De moord had grote invloed op de Slowaakse samenleving. In de nasleep kwamen tal van misstanden bij justititie en politie naar boven.

Lees ook dit artikel over Russische desinformatie in Slowakije

De verkiezingsposter van oud-premier Robert Fico leest "Voor de mensen, voor Slowakije".

Nadat hij zich tijdens de coronapandemie had geprofileerd als felle tegenstander van vaccinaties, gezichtsmaskers en lockdowns, maakte Fico vorig jaar een verrassende comeback. In een harde verkiezingscampagne profileerde hij zich als de kandidaat die „geen enkele kogel” meer naar Oekraïne zou sturen. Ook weigerde hij mee te doen aan Europese sancties tegen Rusland. Hij noemde de EU, in lijn met Russische propaganda, een „oorlogsmachine onder invloed van de VS”.

Afbraak van de rechtsstaat

Als politieke pragmaticus bleek Fico de stemming in zijn land goed aan te voelen. Uit een peiling van de Slowaakse denktank Globsec bleek vorige zomer dat slechts 40 procent van de ondervraagden geloofde dat Rusland verantwoordelijk is voor de oorlog in Oekraïne. Dat percentage lag nog lager dan in Hongarije en Bulgarije. Desinformatie en polarisatie spelen een grote rol in Slowakije.

Bij de verkiezingen op 30 september won Smer 23 procent van de stemmen, goed voor 42 van de 150 zetels. Eind oktober begon Fico aan zijn vierde termijn als premier. Internationaal leidde zijn nieuwe premierschap tot zorgen over de afbraak van de rechtsstaat in Slowakije. Recent leek Fico het draaiboek van de conservatief-populistische partijen PiS in Polen en Fidesz in Hongarije te volgen. Op 20 maart werd het bureau van de Speciaal Openbaar Aanklager, een afdeling van het Openbaar Ministerie dat grote corruptie-, terrorisme- en drugszaken onderzoekt, opgeheven. Eind april volgde de onafhankelijke publieke omroep RTVS (Slowaakse Radio en Televisie), die volgens de regering „te politiek activistisch” was. De nieuwe staatsomroep moet „ondubbelzinnig nationaal en staatsvormend” zijn.

Waarnemers betwijfelden of Fico ook qua buitenlands beleid zijn harde campagnetaal zou waarmaken. Net als bij de Servische president Aleksandar Vucic leken zijn sneren naar EU en VS vooral bedoeld voor binnenlands gebruik, terwijl hij ervoor waakte om de banden werkelijk te doorbreken. Fico de overlever wist hoe hij moest balanceren. De vraag is nu of zijn partijgenoten – en mogelijke opvolger, als dat nodig zou blijken – over datzelfde vermogen beschikken. De eerste reacties van Smer-politici na de aanslag bieden weinig hoop op politieke stabiliteit in Slowakije.

Lees ook over de veranderingen in Slowakije onder Fico

Protest tegen de reorganisatie van de publieke omroep op 15 maart in Bratislava.

Premier Robert Fico, handenschuddend vlak voor de aanslag op zijn leven op woensdag 15 mei.
Foto Radovan Stoklasa/AP