Mathieu van der Poel over zijn succes in 2023: ‘Ik heb nooit getwijfeld aan mijn nieuwe aanpak’

Mathieu van der Poel heeft zijn PlayStation thuisgelaten. De spelcomputer was vroeger een vaste metgezel op trainingskampen van de 28-jarige Nederlander, die graag een potje van het schietspel Fortnite speelde om de uren tussen zijn trainingen te vullen. Anders verveelde hij zich maar dood, tijdens de eentonige dagen waarop hij de basis moest leggen voor een nieuw wielerseizoen.

Maar nu, op trainingsstage in Spanje, heeft Van der Poel afscheid genomen van die hobby. Hij rijdt ook geen motor meer. Liever gaat hij de hele dag op pad met zijn racefiets. Als hij de oprijlaan van het hotel in het kustdorpje Benicasim afrijdt, ziet hij rechts de Middellandse Zee schitteren, links torent de eerste heuveltop van het natuurgebied Desert de les Palmes boven de toeristenhotels uit. Van der Poel vertrekt ’s ochtends, stopt ergens voor koffie en om te lunchen en keert aan het eind van de dag terug. „Ik kom altijd pas rond een uur of vier binnenbollen op mijn gemak. Verder doe ik niet veel”, zegt hij. Alleen zo nu en dan een rondje golf kan hij niet laten.

Mathieu van der Poel als wielermonnik; wie dat ooit had voorspeld, was voor gek verklaard. Hij beaamt het zelf: „Vier jaar geleden zou ik dit niet gewild hebben.” Toen keek hij nog op tegen de in zijn ogen „saaie” wedstrijden op de weg en, en de lange duurtrainingen en het zuinige koersen die nodig waren om te winnen. Veel liever ging hij veldrijden of mountainbiken, disciplines waarin hij wedstrijden kon gebruiken om in vorm te komen maar ook lekker met zijn krachten kon smijten.

Het afgelopen jaar besloot Van der Poel het anders aan te pakken, deels gedwongen door een rugblessure. Die speelde hem sinds een valpartij bij de olympische mountainbikewedstrijd in Tokio extra parten. Hij wilde vaker „op afspraak” zijn, topvorm hebben tijdens de belangrijke wedstrijden in plaats van proberen het hele seizoen door races te winnen. Dat vroeg om geduld: Van der Poel ging meer trainen en minder koersen, en verkoos wegwedstrijden boven veldritten.

Het leverde hem het succesvolste jaar uit zijn carrière op. Als eerste Nederlandse man in 38 jaar werd Van der Poel wereldkampioen op de weg. Daarnaast won hij de klassiekers Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix. „Ik besef dat het een uniek seizoen is geweest”, zegt hij.

Gescheurd pak

Vooral zijn prestatie in de Italiaanse klassieker verbaasde hem, zegt Van der Poel. „Ik had niet verwacht dat ik daar al zo goed zou zijn.” Na een slechte start van zijn wegseizoen, met matige prestaties in Strade Bianche en Tirreno-Adriatico, kwam hij in Sanremo solo aan na een indrukwekkende demarrage op de Poggio. „Het ging in eerste instantie niet zoals verwacht, maar ik heb nooit getwijfeld aan mijn nieuwe aanpak.”

Zijn beste vorm behaalde hij zonder meer bij de WK in Glasgow, waar Van der Poel na een solo van 22 kilometer – inclusief een valpartij – de regenboogtrui pakte. Het gescheurde oranje pak dat hij eraan overhield, bewaart hij als aandenken in zijn garage. „Toen ik aanzette in de finale had ik niet verwacht direct alleen te komen zitten. Toen dat wel gebeurde, gaf dat vleugels.”

Lees ook Onnavolgbaar versnellen, vallen en toch wereldkampioen: de memorabele race van Mathieu van der Poel

<strong>Mathieu van der Poel</strong> in zijn laatste meters voor de finish in Glasgow.

Met die zege vervulde Van der Poel een van zijn grote doelen. „Het is wel lekker dat je die nu kunt afvinken.” Het feestje na afloop met de Nederlandse delegatie in Glasgow, hield hij echter al snel voor gezien. „Het is natuurlijk een uniek moment, dus je moet er wel even bij stilstaan. Maar de overwinning is voor mij het belangrijkste. Vieringen en huldigingen zijn niet mijn favoriete bezigheid.”

Van der Poel praat er nuchter over in de hotellobby, die is volgestroomd met journalisten die naar Spanje zijn afgereisd voor een gesprek met de tweevoudig wereldkampioen van 2023 – in februari pakte hij de regenboogtrui op de cross. Hij heeft zich verbaasd over de impact van de wereldtitel op de weg, vertelt Van der Poel. „Je merkt aan alles dat die veel groter is dan bij het veldrijden of mountainbiken.”

Hij heeft het naar zijn zin aan de Costa Blanca, waar hij zich de afgelopen twee maanden heeft voorbereid op het nieuwe veldrit- en wielerseizoen. Sinds hij twee jaar geleden een huis kocht in de buurt van Moraira, ruim een uur rijden onder Valencia, zit hij zo’n beetje de helft van het jaar in Spanje, zegt Van der Poel. „Trainen is hier veel leuker dan in België. Ik was laatst een paar dagen voor verplichtingen terug en dat was niet aangenaam met het weer. Ik denk dat ik daar nog niet een derde had kunnen trainen van wat ik de afgelopen periode heb gedaan.”

De duurtrainingen die nodig zijn om zijn beste niveau op de weg te halen, heeft hij leren waarderen, zegt Van der Poel. „Je hebt het gewoon nodig om het jaar goed door te komen. Ik heb veel meer uren gemaakt en ook kwalitatief beter kunnen trainen, waardoor de basis nu al een stuk breder is dan vorig jaar.”

Het heeft hem fysiek veranderd, merkt hij. Van zijn rug heeft hij minder last nu hij bijna dagelijks oefeningen doet om zijn bovenlichaam aan te sterken. De eerste veldrittraining van dit seizoen – hij heeft er pas twee gedaan – was „verschrikkelijk”, zegt hij. „Dat vraagt een inspanning die je niet meer gewoon bent.” Het sprinten van bocht naar bocht ligt hem tegenwoordig minder; Van der Poel zoekt nu sneller een hoog tempo dat hij lang kan blijven volhouden.

Luik-Bastenaken-Luik

Zijn focus is dan ook verlegd, geeft hij toe. De resterende uitdagingen liggen voor Van der Poel in het wielrennen op de weg. Proberen elke veldrit van de winter te winnen, zoals hij nog wel eens trachtte te doen, interesseert hem niet meer. „Het heeft geen nut om elke cross mijn beste niveau te halen. Eigenlijk is er maar één cross die ik wil winnen.” Dat is het WK, dat dit seizoen in het Tsjechische Tabor wordt verreden. Natuurlijk wil hij de andere twaalf veldritten die op zijn programma staan, ook winnen, zo eerzuchtig is hij ook wel weer. Maar Van der Poel ziet ze vooral als trainingen in de voorbereiding op het WK.

Ook op de weg zoekt Van der Poel nieuwe uitdagingen. Nog een keer Milaan-Sanremo of Parijs-Roubaix winnen is leuk, zegt hij, „maar het afvinken is voor mij belangrijker dan ze een tweede keer te winnen.” Daarom wil hij dit jaar op zijn best zijn voor Luik-Bastenaken-Luik, de Ardense heuvelklassieker. „Dat vind ik leuk om te proberen. Al ben ik realistisch genoeg om te zeggen dat als een Remco Evenepoel of een Tadej Pogacar aanzet op La Redoute, het dan voor mij bijna onmogelijk is om mee te komen.”

Lees ook Na zijn zege in Parijs-Roubaix is de vraag: kan Van der Poel alle wielermonumenten winnen?

Mathieu van der Poel bejubelt zijn zege in Parijs-Roubaix, net als zijn ploeggenoot Jasper Philipsen, die even later naar de tweede plaats zal sprinten, voor Wout van Aert.

Toch gaat Van der Poel ook in 2024 proberen opnieuw de grote eendaagse voorjaarswedstrijden te winnen. Hij denkt dat hij het niveau van afgelopen jaar nog eens kan halen, en dat zal, met de concurrentie van renners als Pogacar, Evenepoel, Wout van Aert, Filippo Ganna en Casper Pedersen, ook nodig zijn.

Hij heeft het niveau van het wegpeloton de afgelopen jaren zien stijgen, zegt Van der Poel. Het is een van de redenen dat hij wielrennen op de weg meer is gaan waarderen. „Sowieso is het makkelijker fietsen met sterke tegenstanders, dan hoef je niet in je eentje de wedstrijd te bepalen. De koers is tegenwoordig zo lastig omdat het gewoon al openbreekt op 100 kilometer van de meet. Dat maakt het leuk, ik heb het liefst toch een man-tegen-mangevecht.”

Speelvogel

De klasse van zijn tegenstanders noopt hem ook kieskeuriger te zijn met welke wedstrijden hij rijdt, zegt Van der Poel. „Je kunt niet meer zomaar elke cross voluit rijden, of zonder voorbereiding van de cross naar de mountainbike naar de weg overspringen. Dan haal je niet het niveau dat je nodig hebt om te winnen.”

Over zijn programma na het klassieke voorjaar is er nog niets besloten. De Olympische Spelen van Parijs lonken, met een mountainbikeparcours dat hij al heeft verkend en een wegwedstrijd met in de finale een kasseienklim richting de Sacré-Coeur die op zijn lijf is geschreven. Als hij beide races wil rijden, zal hij de Tour de France moeten laten schieten. „Er liggen een aantal opties op tafel. Mountainbiken is nog steeds het doel, maar ik ben nu ook op mijn best op de weg. Ik wil daar niet half aan de start verschijnen, dus het is een hele moeilijke puzzel om te maken”, zegt Van der Poel.

Met zijn twijfels toont hij zich weer even de oude Mathieu, de coureur die in het verleden koers na koers bleef aanvallen, gewoon omdat hij het leuk vond. Die versie van zichzelf is er nog steeds in trainingen, verzekert Van der Poel. „Alleen in de wedstrijden kun je niet meer zo koersen. Daar ligt het niveau te hoog. Maar ik hoop dat ik altijd een speelvogel zal blijven.”

Leeslijst