Is dit Oranje volwassen genoeg voor een confrontatie met een topland als Engeland?

Het heeft alle ingrediënten voor een fraai gevecht. Engeland tegen Nederland, halve finale EK, woensdagavond 21.00 uur, net over de grens, in Dortmund. Vier tactische en speltechnische zaken om woensdag op te letten.

1 De wisselvalligheid van het Nederlands elftal

„Je ziet momenten in wedstrijden dat we niet altijd herkennen wat er wordt gevraagd, zoals in balbezit of bij het druk zetten”, zegt bondscoach Ronald Koeman, eerder deze week in het basiskamp in Wolfsburg. „Daar maken we best wel fouten in, waardoor je de controle ineens kan verliezen.”

Het ‘lezen’ van wedstrijden is een kwaliteit van ervaren, geslepen ploegen. Wat is nodig in een moeilijke fase? Even iets compacter staan? Of juist meer druk naar voren? Die spelintelligentie ontbreekt regelmatig bij Oranje, bleek in de groepsduels tegen Frankrijk en Oostenrijk en zaterdag in de kwartfinale tegen Turkije. Het spel aan de bal was vaak onzorgvuldig of ongeduldig. De defensieve organisatie oogde chaotisch zodra Oranje onder druk kwam.

Daar staan goede fases tegenover, met name tegen Polen en Roemenië. Met snelle uitbraken, door de as of over de flanken, voornamelijk via linksbuiten Cody Gakpo. En gevarieerde combinaties in de kleine ruimte, onder regie van aanvaller Xavi Simons. Vechtlust was ook goed te zien in de slotfase tegen Turkije. Die „meerdere gezichten” van dit Nederlands elftal, zoals spits Wout Weghorst het omschrijft, maakt deze ploeg onvoorspelbaar en gevaarlijk.

„Het is niet zomaar even dat we ieder duel perfect spelen”, zegt Koeman. Een perfecte wedstrijd is wel iets wat Oranje in zich heeft, denkt hij. In zijn tweede periode als bondscoach, maart vorig jaar begonnen, hebben ze dat nog niet laten zien: in de duels tegen toplanden werd vijf keer verloren en een keer gelijk gespeeld. De laatste zege op een topploeg was in september 2022, tegen België.

De vraag is of dit Oranje, met zijn hoge pieken en diepe dalen, volwassen genoeg is om een confrontatie met een topland als Engeland te kunnen winnen.

2 De haperende aanval van het Engelse team

Het is een opvallende paradox bij Engeland. De ploeg heeft een van de talentvolste generaties in decennia met onder anderen Jude Bellingham van Real Madrid, Phil Foden van Manchester City en Bukayo Saka van Arsenal. Toch noteert de ploeg van de vier halve finalisten veruit de laagste expected goals, een belangrijke maatstaf die het verwachte aantal doelpunten op basis van de kwaliteit van de kansen voorspelt. Over de eerste vijf duels lag die gemiddeld op 0,86 per duel, bij Nederland was dit bijna twee keer zo hoog.

Het zegt veel over de haperende aanval van Engeland – met weinig kansen en traag spel (5 goals tegen 9 van Nederland dit EK). Iets wat samenhangt met de zeer defensieve speelwijze van bondscoach Gareth Southgate, waar dit EK al veel kritiek op klonk. Over waarom hij met zoveel beloftevolle spelers voor een behoudende tactiek kiest, kun je een boek schrijven, mailt The Guardian-journalist Jonathan Liew.

Hij noemt twee belangrijke redenen. De eerste is dat het talent „onevenredig groot” is in de aanvallende posities. „Op het doel, in de verdediging en op het middenveld is dit geen bijzonder beloftevolle generatie. En dus is de verleiding groot om zoveel mogelijk van de getalenteerde aanvallende spelers in te passen, wat de balans verstoort.”

De tweede reden is dat Southgate van nature een „conservatieve coach” is, zegt Liew. Hij werd sterk beïnvloed door Portugal, dat in 2016 het EK won met een defensieve strategie. „Al zijn toernooiteams zijn opgebouwd vanuit een solide basis.” Het idee is dat Engeland zo wedstrijden onder controle houdt, waarop de individuele klasse van aanvallers in een laat stadium van een duel de doorslag moet geven. Precies dat gebeurde in de achtste finale tegen Slowakije, door goals van Bellingham (een spectaculaire omhaal) en spits Harry Kane.

De verwachting is dat Engeland woensdag zal terugzakken en het initiatief aan Nederland zal laten. Oranje zal in die kleine ruimte moeten zoeken naar openingen. „We gaan altijd uit van aanvallend, creatief voetbal”, zei Koeman eind mei al, over de speelwijze. Hij wilde „geen boring football” spelen. Dat wordt de lastige balans voor Oranje woensdag: creatief en zakelijk tegelijk. Want de Engelse aanvallers kunnen in een flits een duel beslissen.

Jude Bellingham (vooraan in het elastiek) traint met zijn ploeggenoten in Blankenhain, de Duitse thuisbasis van het Engels elftal.
Foto Thanassis Stavrakis/AP

3 De linkerflank van Engeland tegenover Denzel Dumfries

Op de rechterflank van Oranje ligt waarschijnlijk de sleutel tegen Engeland. Want, die linkerzijde van de Engelsen (dus de rechterflank van Nederland) is de minste van de twee. Op de linksbackpositie spelen zij met een rechtsbenige verdediger, Kieran Trippier. Die draait vaak naar binnen, wat de opbouw van England bemoeilijkt. En Phil Foden, speler van het jaar in de Premier League, is op papier de linksbuiten maar heeft „weinig interesse om op de linkervleugel te spelen” schreef Liew eerder. „Hij wil altijd kort komen in de as. Engeland is in wezen een team dat op 70 procent van het veld speelt.”

Vermoedelijk zal Koeman een strategie kiezen waarbij Engeland wordt gedwongen om zoveel mogelijk via hun kwetsbare linkerkant op te bouwen. Dat kan door Trippier bewust vrij te laten en anderen in de aanvalsopbouw onder druk te zetten. Als dat goed uitpakt, moet Engeland de linksback zoeken. Die kan vervolgens in de problemen komen omdat hij niet linksvoetig is.

Interessant wordt wat de opkomende rechtsback Denzel Dumfries kan betekenen op die flank. Komt er ruimte om op te stomen? Of gaat Engeland zo ver terugzakken dat hij zich vastloopt op een muur. Voor de andere flank geldt dat ook voor linksbuiten Cody Gakpo, die eerder dit toernooi bewees met individuele acties het verschil te kunnen maken. Tegen het stugge Engeland zal dat hard nodig zijn.

4 Het moeizame toernooi van de spitsen Depay en Kane

Oranje-spits Memphis Depay „verdient” krediet, zegt Koeman. Depay, op wie veel kritiek is, kan nog altijd rekenen op een basisplaats, ook tegen Engeland. „Hij is mijn spits”, zegt Koeman. Depay mist dit EK opvallend veel kansen, lijdt vaak balverlies, kiest voor moeilijke oplossingen en kwam slechts tot een goal en een assist. Koeman erkent wel dat Depay „beter” kan spelen.

Koeman blijft voor hem kiezen omdat Depay met zijn techniek en positionering in zijn ogen veel toevoegt aan het combinatievoetbal van Oranje. Daar waar reservespits Wout Weghorst technisch minder geschikt is voor die speelwijze. Al is gebleken dat plan-A, de basisploeg mét Depay, vaak minder goed werkt dan het meer opportunistische plan-B, met breekijzer Weghorst.

Koeman heeft met Depay gesproken over zijn positionering. Hij laat doorschemeren dat hij vindt dat Depay zich te vaak laat terugzakken uit de spitspositie, om vanuit daar „mee te voetballen”. Hij wil dat Depay meer diepte zoekt en nadrukkelijker aanwezig is in het strafschopgebied van de tegenstander.

Bij de Engelsen speelt een vergelijkbare discussie rond spits Harry Kane. Die kan nog niet domineren zoals hij zo vaak deed – hij maakte dit EK twee goals en gaf nog geen assists. Net als Depay laat hij zich regelmatig terugzakken uit de spitspositie. Uit hun statistieken blijkt dat zij relatief weinig acties in het strafschopgebied maken. De halve finale kan voor beiden het moment zijn om een persoonlijk moeizaam toernooi om te draaien.