Het online taalcafé blijft ook na corona nieuwkomers trekken. ‘Weten jullie wat het melk-weg-stel-sel is?’

Het contact en de culturele uitwisseling vindt Els Streefkerk (52) nog altijd het leukst aan het online taalcafé dat ze runt voor nieuwkomers in Nederland. Dat ze in de groep gooit dat in het Nederlands op ieder potje een dekseltje past en dat de voormalige vluchteling uit Turkije dan zegt dat in zijn taal de deksel naar de juiste pot rolt en de Marokkaanse dat iedere boon een koper heeft. En in het Portugees?, vraagt Els Streefkerk, waarna de Braziliaanse van de groep wat ongemakkelijk gaat kijken, ze durft het bijna niet te zeggen, nou ja goed: wat haar te binnen schiet, is dat op elke bil een onderbroek past.

‘Vertel es’, zo heet het digitale taalcafé dat Streefkerk heeft opgezet aan het begin van de coronatijd. Het was – en is – niet haar baan, haar geld verdient ze als muziekdocent, meedoen aan ‘Vertel es’ is gratis. Ze besefte gewoon dat de pandemie het oefenen van Nederlands zoveel moeilijker maakte voor al die statushouders, kennismigranten en andere buitenlanders.

De hele coronatijd bleven de deelnemers opdraven. Maar ook daarna. Sterker, ze kreeg zoveel aanvragen binnen dat hulptroepen meer dan welkom waren, vertelde ze eind 2022 in een podcast van journalistiek platform De Correspondent: onderwijsachtergrond was niet verplicht, taalgevoel volstond. Die oproep hielp, inmiddels zijn er 31 online ‘Vertel es’-groepen op alle dagen van de werkweek, taalniveau B1 of B2 meestal.

De gespreksleiders mogen zelf onderwerpen bedenken. Of ze komen op ideeën door onderling contact. Nagenoeg niemand van de aangehaakte gespreksleiders stopte er tot dusver mee. Toch dreigt de vraag het aanbod opnieuw te overstijgen: nieuwe deelnemers zijn nog maar net onder te brengen in de bestaande groepen, maar meer dan tien deelnemers per groep is eigenlijk al te veel. Zelf runt Els Streefkerk op vrijdag twee groepen vanuit haar huis in Amsterdam.

Els Streefkerk (52) uit Amsterdam zette ‘Vertel es’ op aan het begin van de coronatijd.
Foto Olivier Middendorp

Stel vrienden

„Het laatste jaar”, zegt Tamer (39) uit Syrië vanuit zijn Zoom-vakje, „merk ik dat ik ouder word. Vroeger kreeg ik grijs haar, nu krijg ik minder haar.”

Er verschijnt een nieuw hoofd op het scherm. „We hebben het over ouder worden, Saber, welkom!”

„O, dankjewel”, zegt Saber, „hallo allemaal!”

Gezwaai uit tien vakjes.

„De vraag is”, zegt Els, „heb je vanochtend aan iets gemerkt dat je ouder wordt, of wijzer?”

„Vanochtend niet en in algemene zin ook niet want ik doe regelmatig sporten”, zegt Saber (32) die in 2020 uit Afghanistan vluchtte en redacteur is bij BNNVARA. „Maar”, voegt hij toe, „als ik een foto van mezelf zie, dan merk ik dat ik oud word of ben. In mijn gezicht. Dat is wel jammer denk ik.”

Gevraagd of ouder worden ook betekent dat je groeit, zegt Malalay (49) dat ze in Afghanistan „echt geen kans” had zich te ontwikkelen „omdat we constant bezig waren met de oorlog” en dat ze hier in Nederland „enorm gegroeid” is. Ze werkt, vertelt ze, als pedagogisch medewerker in een kinderdagverblijf.

Het idee is dat je aanhaakt in je eigen regio zodat je ook offline makkelijker afspreekt

„Ik wil mijn spreekvaardigheid verbeteren, daarom zit ik in de groep”, zegt deelnemer Amr al-Ameri (31) aan de telefoon na afloop van de sessie. Hij studeerde af in civiele techniek in zijn vaderland Jemen en vluchtte toen de oorlog uitbrak. Inmiddels woont hij in Bilthoven, zonder zijn vrouw, die is nog in Jemen, ze hebben elkaar sinds 2018 niet gezien, hij maakt zich op voor een derde poging tot hereniging.

Afgelopen maart haalde hij zijn staatsexamen op taalniveau B2. Hij werkt bij bezorgdienst Picnic en loopt stage als bouwkundig tekenaar bij een Utrechts techniekbedrijf. Maar, zegt hij, „als ik eerlijk ben: het is moeilijk om met mensen contact te maken buiten internet en mijn werk. Elk mens heeft zijn eigen zaakje, hij moet werken en alles doen, hij heeft geen ruimte om te praten.” En „de situatie wordt moeilijker”, zegt Amr. „Er wordt meer gesproken over immigranten en vluchtelingen”, zegt hij, mensen houden „meer afstand”. Op het station bijvoorbeeld, als hij de weg vraagt. „Ik kom vaker mensen tegen die niet willen praten.”

‘Vertel es’ ziet hij niet als les maar als afspreken met een stel vrienden. Er is een WhatsAppgroep met „de groep van Els”, vertelt hij. Deze zaterdag, vertelt hij, gaan ze met de hele groep wandelen op het strand. Regelmatig logt Amr in bij een tweede ‘Vertel es’-groep, op de maandag.

Dertiger Mojgan Chaichian Maleki uit Iran zit in vier ‘Vertel es’-groepen, zegt ze. „Ik weet niet eens of dat wel mag, haha.” Eigenlijk is het idee dat je aanhaakt bij een gespreksleider woonachtig in je eigen stad of regio zodat je ook offline makkelijker afspreekt, maar ja: ze wil het Nederlands écht onder de knie krijgen. Ze kwam vorig jaar naar Nederland als kennismigrant, haar doel is te werken als huisarts, zoals ze deed in Iran. Mojgan woont in Tilburg, maar van achter haar scherm haakt ze aan bij ‘Vertel es’-groepen van Drachten tot Breda. Kan ze mooi „alle verschillende accenten van Nederlanders horen”. Haar taalniveau is indrukwekkend maar een compliment wuift ze weg want, zegt ze, „het is jip-en-janneke-Nederlands”. Ja, Jip en Janneke kent ze, één van de gespreksleiders is „heel fanatiek over Annie M.G. Schmidt”.

De gespreksleiders zijn allemaal vrijwilligers. Ze bedenken zelf de onderwerpen. Sommigen leiden met z’n tweeën één groep.

Foto’s: Olivier Middendorp

Lange rij met sterren

„Even een kort quizje om met elkaar te doen”, zegt Annemijn Storm (32) van ‘Vertel es’-groep Amersfoort/De Bilt. Ze is onderwijskundige en runt de groep elke woensdagavond met schoolleider in het basisonderwijs Saskia Krocké (57). Thema deze avond is ‘het heelal’, de eerste quizvraag vult het scherm: hoeveel sterren zijn er in ons melkwegstelsel? „Weten jullie wat het melk-weg-stel-sel is?” vraagt Annemijn.

Luister naar Parsa (9) uit Iran, die vertelt over het melkwegstelsel

„Ja!”, antwoordt een Iraans jongetje van 9, Parsa, die van zijn moeder mag meepraten omdat hij veel weet van het heelal. „Dat is een héle lange rij met sterren”, zegt hij geestdriftig, „en onze ster zit er ook in, dus de zon zit er ook in.”

Het melkwegstelsel bevat zeker 200 miljard sterren, blijkt.

Gevraagd een nieuwe planeet te verzinnen zegt Mehmet (34) uit Turkije dat hij op de zijne „elke dag een zonnige dag” wenst „met alleen in de nacht regen”.

Yasmin (58) uit Iran houdt het bij de aarde want „alles” is er goed: „warm, koud… winter, zomer… water… lucht… volgens mij… de afstand tussen zon en aarde is … juist: het is niet te ver om alles vriezen en niet te dicht om alles branden, het is een bijzondere planeet.”

Luister naar Yasmin (58) uit Iran, ze legt uit waarom de aarde haar bevalt

Geen juf

Gespreksleider van ‘Vertel es’ Den Haag, Brigitte Gorsira (65), heeft in die stad weliswaar een appartement, maar ze woont op Curaçao. „Voor de deelnemers maakt het niet uit”, zegt ze vanaf de andere kant van de oceaan. Als ze in Den Haag is, spreekt ze met de groep af. Vorig jaar zomer gingen ze naar Madurodam – „was ik al honderd jaar niet geweest.”

Gorsira – jurist van huis uit, nu coach – begon in september vorig jaar als gespreksleider. In haar groep zit één kennismigrant, de anderen zijn vluchtelingen. Jemenieten, Turken, Wit-Russen. Tegen nieuwe deelnemers die vragen hoeveel de „cursus” kost zegt ze: niets, dit is gratis, we komen samen voor de gezelligheid, voor het uitbreiden van je netwerk en voor de taal natuurlijk. Aan ‘les’ doet ze niet, ze wil geen juf zijn, ze praten gewoon, als gelijken. Over trouwen bijvoorbeeld, wat zijn de gewoontes in Nederland? En in Turkije? Of dan vertelt een Zuid-Koreaanse dat in haar land iedereen op 1 januari een jaar ouder wordt. „Wist ik niet”, zegt Gorsira. „Ik kwam eerder eigenlijk nooit met mensen met zo’n andere achtergrond in contact. Maar elk gesprek loopt soepel. Nooit denk ik: nou, die persoon begrijp ik niet.”

Over de politiek begint Gorsira niet uit zichzelf, het is „inmiddels best een spannend onderwerp”, zegt ze. „Je wilt mensen ook niet banger maken, je hoopt gewoon dat ze zich welkom voelen.”