Go Ahead Eagles flirt met de subtop (en met Europa)

Het is wedstrijddag, dus hangen overal rood-gele vlaggen in de Vetkampstraat en omgeving. ‘Eagles till I die’, staat op een spandoek bij nummer 18. De lichtmasten van De Adelaarshorst branden al vroeg deze bewolkte zondagochtend, tussen de arbeidershuisjes in de Deventer volkswijk Voorstad-Oost. Mooie pot voetbal, in potentie: de IJsselderby, Go Ahead Eagles tegen PEC Zwolle.

Publiek op de fanatieke B-side hangt tegen de lage hekken, opgewonden gejoel klinkt als maar even een beloftevolle aanval dreigt. Bier en wijn gaan gretig rond, soms iets té, blijkt snel: het duel wordt kort na de aftrap even stilgelegd als een volle beker richting PEC Zwolle-aanvoerder Bram van Polen wordt gegooid.

Het stadion ademt nostalgie, wordt daarom vaak vergeleken met de typische Britse voetbalsfeer. Met tribunes dicht op het veld, een gedenkplaats voor overleden supporters op de hoek van het terrein en een lange bakstenen muur waarin de oude betonnen kassahuisjes zijn verwerkt. De club cultiveert die Engelse cultuur graag. ‘Home of football’, staat op de klassieke toegangspoort – een kreet die overal terugkomt.

Onder een dak van golfplaten, zit en staat het publiek in een met bijna tienduizend toeschouwers uitverkocht huis. Go Ahead Eagles, verrassend zesde in de Eredivisie, zit in de lift. Zo’n duizend supporters staan op de wachtlijst voor een seizoenkaart, met nu zo’n achtduizend tickethouders. Het is de reden dat de club een volgende stap wil maken.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Go Ahead cultiveert de Engelse voetbalcultuur graag. Met tribunes dicht op het veld, een gedenkplaats voor overleden supporters op de hoek van het terrein en een lange bakstenen muur waarin de oude betonnen kassahuisjes zijn verwerkt.

Al decennia is de trend dat profclubs naar de buitenrand van de stad verhuizen, actueel bij SC Cambuur dat komende zomer een nieuw stadion aan de westzijde van Leeuwarden verwacht te openen. Tegen die beweging in versterkt Go Ahead juist de bestaande Adelaarshorst, waar de club al sinds 1920 zit.

Onlangs werd een vergunningsaanvraag ingediend bij de gemeente Deventer voor een forse stadionuitbreiding. De club wil met 2.500 extra plaatsen doorgroeien naar een capaciteit van 12.700 plekken. Hiervoor liggen plannen klaar om de IJsseltribune (lange zijde) en de Brinkgreverwegtribune (korte zijde) te verbouwen en verhogen.

De club wil zich steviger nestelen in de Eredivisie. Iets dat lange tijd niet lukte: sinds begin jaren negentig was het maar tien seizoenen actief op het hoogste niveau. Nu flirt de club met de subtop – die helemaal open ligt. Die ruimte is ontstaan door het terugvallen van traditionele clubs als Roda JC, FC Groningen en Willem II, nu actief in de Eerste Divisie.

Ambitie bijgesteld

Waar onder de vorige eigenaar Alex Kroes het streven was om structureel de veertiende club van Nederland te worden, is die ambitie inmiddels bijgesteld. „Boven in het rechterrijtje moet de doelstelling zijn”, zegt directeur Jan Willem van Dop. „De veertiende plaats vind ik te laag als je ziet waar we nu staan en hoe we met de club bezig zijn.”

Onder zakenman Kees Vierhouten, die in augustus 2022 bijna 90 procent van de aandelen in handen kreeg, wil de club zowel financieel als sportief robuuster worden. „Elke duizend extra toeschouwers in stadioncapaciteit levert ongeveer een miljoen meer op”, zegt Van Dop.

Door de uitbreiding kan de begroting, die nu 12,5 miljoen euro bedraagt, op termijn stijgen naar zo’n 15 miljoen. Het spelersbudget (salarishuis) van ruim 5,5 miljoen euro zal evenredig meegroeien.

De ontwikkeling is in De Adelaarshorst al te zien – een deel van het stadion staat in de steigers. In beide hoeken van de hoofdtribune zijn nieuwe skyboxen en business-seats bijgebouwd. Die nieuwe stoelen zijn voor dit seizoen al verkocht, zegt Van Dop. En dit voorjaar worden het clubmuseum, een nieuwe persruimte en spelershome opgeleverd.

Maar het is wachten op de grote uitbreiding. Onder bewoners in de omliggende straten bestond onvrede over de plannen. In hun beleving zouden de tribunes te hoog worden, met gevolgen voor hun uitzicht, de zoninval en schaduw.

De IJsseltribune en de Brinkgreverwegtribune (B-side) zijn nu zeven meter hoog. In de eerste plannen wilde de club daar respectievelijk zeventien en twaalf meter van maken. Na gesprekken met bewoners is nu uitgekomen op vijftien meter voor de IJsseltribune en negen meter voor de B-side. Binnen drie maanden verwacht Van Dop uitsluitsel over de vergunningsaanvraag.

Als het doorgaat, wordt de IJsseltribune gelijkgetrokken met de Leo Halle-tribune (andere korte zijde), die al vijftien meter hoog is. Zo ontstaat meer eenheid in de constructie van het stadion, zegt Van Dop. „Typische Engelse stijl, echt mooi.” In de zomer van 2025 moet de verbouwing – door Vierhouten gefinancierd met een lening aan de club – binnen twee maanden worden gerealiseerd.

Aanvallender transferbeleid

Go Ahead heeft ook plannen om de grond onder het stadion, die ooit is verkocht aan de gemeente, terug te kopen, vertelt Van Dop. De club moet hierover in gesprek met de stad. „Dat zou helpen bij het mobiliteitsplan, we hebben nu maar vierhonderd parkeerplaatsen.” Als de club de grond terugkoopt, is Vierhouten volgens Van Dop „bereid na te denken over de bouw van een parkeergarage”.

Ondertussen voert Go Ahead ook een aanvallender transferbeleid. „Wat mij betreft mogen we wel wat vaker het randje opzoeken”, zei Vierhouten mei vorig jaar in VI. Waar de club eerder geen transfersommen betaalde en zich richtte op huurspelers en transfervrije spelers, „durven we met het zweet onder de oksels een klein beetje te investeren”. Zo werd afgelopen zomer de Zweedse aanvaller Victor Edvardsen voor naar verluidt 850.000 euro gekocht.

Daarbij is de club opvallend actief op de Noord-Europese markt. Vijf Scandinaviërs telt de selectie, met eind januari als laatste aanwinst de Deense aanvaller Søren Tengstedt, die enkele tonnen zou hebben gekost. Hij is gehaald met het oog op een mogelijk vertrek van de IJslandse spits Willum Willumsson – die zondag tegen PEC ontbrak vanwege een schorsing.

Supporters van Go Ahead Eagles met spandoek buiten stadion De Adelaarshorst na het gelijkspel in de IJsselderby tegen PEC Zwolle (1-1).
Foto Dieuwertje Bravenboer

Willumsson wordt gemist. De ploeg van coach René Hake heeft het moeilijk, speelt een van de minste wedstrijden van het seizoen. Een strafschop van Victor Edvardsen wordt gestopt. En als aanvoerder Bas Kuipers een kwartier voor tijd botst met ploeggenoot Joris Kramer, profiteert Zwolle-spits Lennart Thy: 0-1. Maar in de laatste minuut van de blessuretijd veert De Adelaarshorst op: wéér een strafschop, na hands van Sam Kersten. Nu wel benut, door verdediger Mats Deijl: 1-1.

„Ik denk soms dat we hier een beetje verwend worden, dat er veel van ons verwacht wordt”, zegt Kuipers. Dat ze thuis van wel ‘even’ winnen van FC Twente, FC Utrecht of nu PEC Zwolle. „Aan de ene kant is dat wel mooi, dat betekent dat we de goede weg zijn ingeslagen.”

Het behalen van de play-offs voor Europees voetbal is reëel. Dat kan komende zomer gaan knellen met de planning voor de renovatie van het hoofdveld, vertelt Van Dop. Er komt nieuwe veldverwarming in, een drainagesysteem en een hybride mat (deels kunst, deels echt gras). „Dat hebben we echt nodig, zeker gezien de regen van afgelopen tijd. Daar hebben we veel problemen mee gehad.”

Wanneer Go Ahead via de play-offs een Europees ticket pakt, moet het veld tijdig klaar zijn voor duels in de voorronde van de Conference League begin volgend seizoen. De club wil idealiter gras inzaaien, maar dat groeiproces vergt tijd. „Minimaal tien weken voordat er een keer een normale mat ligt.” Als die tijd er niet is, kiezen ze voor graszoden. Alle scenario’s liggen klaar, zegt Van Dop. Want het kan zomaar: Go Ahead Eagles Europa in.