Duitse nieuwlichter Ralf Rangnick heeft nu ook succes met Oostenrijk

Ralf Rangnick beleeft zijn „voetbalopenbaring” (zijn woorden) in de winter van 1983. Hij speelt als verdedigende middenvelder voor FC Viktoria Backnang op het zesde niveau in Duitsland wanneer Dynamo Kiev, met coach Valeri Lobanovski, in de buurt is voor een oefencampagne. De Duitse amateurs zijn een prettige tegenstander voor de profs uit de voormalige Sovjet-Unie, maar het is niet het verschil in individuele kwaliteit dat indruk maakt op de 24-jarige Rangnick.

„Na een paar minuten, toen het spel stillag voor een ingooi, ben ik de spelers van de tegenstander gaan tellen”, memoreert hij in Das Reboot, een boek over het moderne Duitse voetbal. „Ik dacht dat er iets mis was. Hadden ze dertien of veertien man op het veld? Dit was de eerste keer dat ik ervoer hoe het was te spelen tegen een team dat systematisch druk zet.”

Nu, ruim veertig jaar later, is Rangnick (65) coach van het nationale elftal van Oostenrijk, deze dinsdag in Berlijn de tegenstander van Oranje op het EK voetbal. Hij geldt inmiddels als een van de meest invloedrijke trainers die het voetbal heeft voortgebracht, een man die als inspiratiebron wordt gezien door gerenommeerde coaches als Jürgen Klopp, Julian Nagelsmann en Thomas Tuchel. Stuk voor stuk trainers met een grotere staat van dienst in de top dan Rangnick, die nogal eens het stempel van ‘professor’ heeft gekregen. Alsof hij geen man zou zijn voor de praktijk, een stigma dat werd bekrachtigd door een mislukte periode als interim-trainer bij Manchester United (2021-2022).

Rangnick is meer dan een theoreticus, vindt hij zelf. Je kunt zelfs stellen dat Rangnick een schat aan praktijkervaring heeft. Maar een groot deel daarvan deed hij op in de marges van het profvoetbal. Want de Zuid-Duitser moest van ver komen, in een tijd waarin nauwelijks plaats was voor trainers die niet konden bogen op een grote loopbaan als speler. Zeker in het conservatieve Duitsland, tot na de eeuwwisseling verzot op mandekking, net als op het behoudende systeem met vijf verdedigers waarbij de vrije spelmaker (‘libero’) áchter de defensie stond geposteerd.

Een beetje zwanger

Na de ervaring tegen Dinamo Kiev begon Rangnick, die toen al als coach actief was, trainingen van Lobanovski te bestuderen om te ontcijferen wat hem precies was overkomen die winterdag. Ook keek hij in de jaren erna eindeloos videobanden terug van het AC Milan van Arrigo Sacchi, met Marco Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard, en bezocht hij trainingen van het Foggia van Zdenek Zeman. De overeenkomst: allemaal verdedigden ze ‘zones’, in plaats van directe tegenstanders, en zetten ze collectief druk.

Vooral Foggia, dat twee keer achter elkaar promoveerde, fascineerde Rangnick, omdat Zeman bewees dat je met bescheiden voetballers structureel veel betere tegenstanders kon verslaan als je ze voortdurend opjoeg en een overtal rond de bal wist te creëren. Een voorwaarde was dat het team topfit was, begreep Rangnick. Want, zegt hij in Das Reboot: „Een beetje druk zetten is niet genoeg. Dat is vergelijkbaar met een beetje zwanger zijn, het is niets.”

Lees ook

Oranje mist een dirigent die het aanvalsspel naar zich toe trekt

Oranje-spits Memphis Depay in duel met Adrien Rabiot van Frankrijk.

Rangnick verwerkte zijn indrukken en analyses in een dynamische spelopvatting, die jaren later vooral bekendheid zou verwerven dankzij de term Gegenpressing – de kunst om de bal na verlies zo snel mogelijk te heroveren en vervolgens toe te slaan. En hij paste zijn ideeën met succes toe, eerst bij amateurclub SC Korb, later in de jeugd van VfB Stuttgart en bij de profs van SSV Ulm, die hij eind jaren negentig vanaf het derde niveau naar de Bundesliga bracht.

Maar Duitsland was nog niet klaar voor Rangnicks overtuigingen. Bekend is een optreden van Rangnick in een voetbalprogramma op nationale televisie in 1998. Aan de hand van een bord met magneetjes legt de Ulm-coach, volledig in het zwart gekleed, aan het publiek uit hoe zijn systeem werkt – én waarom Duitse leerstellingen over mandekking en een vijfmansverdediging hopeloos verouderd zijn. Die Mannschaft was een half jaar eerder op het WK in de kwartfinale met 3-0 kansloos uitgeschakeld door Kroatië, maar het college van Rangnick wekte vooral irritatie bij collega’s. Erich Ribbeck, toenmalig coach van het nationale elftal, sprak over „banaliteiten”, Franz Beckenbauer noemde Rangnicks betoog „onzin”.

Pas toen Duitsland twee keer achter elkaar werd uitgeschakeld in de groepsfase van het EK (2000 en 2004) kwam de top van de Duitse voetbalhiërarchie langzaam maar zeker open te staan voor vernieuwing. Rangnick beleefde ondertussen ups en downs als coach van Stuttgart, Hannover 96 en Schalke 04 voordat hij in 2006 begon bij derdeklasser TSG Hoffenheim, eigendom van een ambitieuze techmiljardair. Hier kon Rangnick zijn ideeën voor het eerst ongefilterd ten uitvoer brengen, zei hij later, zonder weerstand of bemoeienis van gevestigde namen en oud-spelers. Hij leidde Hoffenheim binnen twee seizoenen naar de Bundesliga, waar de club als zevende eindigde.

Daarmee was Rangnicks naam definitief gevestigd in Duitsland. Des te meer toen hij in zijn tweede periode bij Schalke de halve finale van de Champions League bereikte in 2011 – ondanks matige prestaties in de Bundesliga – en Jürgen Klopps Borussia Dortmund een jaar later met een vergelijkbare speelstijl zelfs tot de finale kwam. Het betekende het begin van de opmars van het Vollgasfussball in Europa. Misschien de bekendste representant van die spelopvatting werd de voetbaltak van Red Bull, eigenaar van Red Bull Salzburg en RB Leipzig, die Rangnick in 2012 onder zijn hoede nam als sportief directeur.

Teamdiscipline

Grote vraag blijft of Rangnicks methode ook werkt met topteams vol grote namen die zich niet vanzelfsprekend neerleggen bij de teamdiscipline die zijn speelwijze vereist. Bij het sterrenensemble van Manchester United stelde Rangnick teleur, maar dat geldt min of meer voor alle coaches sinds het vertrek van Sir Alex Ferguson. Een recent aanbod om trainer te worden bij Bayern München legde de Duitser naast zich neer.

Reden: hij wil verder met Oostenrijk. En daar is veel voor te zeggen. Het nationale elftal verkeerde in crisis toen Rangnick in 2022 werd aangesteld, Oostenrijk miste het WK in Qatar. Sinds zijn komst gaat het aanmerkelijk beter. Qua resultaten – Rangnicks ploeg kwalificeerde zich met gemak voor het EK en versloeg Duitsland in een oefenwedstrijd (2-0) – maar vooral wat betreft het spel. Stond Oostenrijk decennialang bekend om afwachtend voetbal, onder Rangnick speelt het land vol op de aanval.

Het is een risicovolle speelstijl die veel afstemming vereist en daarom zeldzaam is in het landenvoetbal, waar weinig tijd is om samen te trainen. Maar belangrijke Oostenrijks spelers – onder wie Konrad Laimer, Nicolas Seiwald, Marcel Sabitzer en Christoph Baumgartner – zijn opgeleid bij Red Bull-clubs of kwamen er als prof te spelen. Zij zijn dus vertrouwd met dit systeem en maken er geen geheim van de komst van Rangnick als een verademing te ervaren. Of zoals Baumgartner het omschreef tegenover sportmedium The Athletic: „Ralf Rangnick is het beste wat het Oostenrijkse voetbal kon overkomen. We zijn een volk dat graag op zijn lauweren rust. Hij accepteert dat niet en drijft ons iedere dag tot het uiterste.”

Maandag zit Rangnick ontspannen achter een glaasje water in de perszaal van het Olympiastadion in Berlijn. De sfeer is goed bij Oostenrijk, dat overtuigend won van Polen (3-1) en goed speelde tegen Frankrijk maar met 1-0 verloor. Hij heeft mooie woorden over voor Johan Cruijff: in zijn jeugd wilde hij per se met rugnummer 14 spelen. Maar voor nostalgie is dinsdag geen ruimte. Om zeker te zijn van de achtste finale, wil hij winnen.

Met medewerking van Steven Verseput