De 12 dingen die je moet weten voor je kinderen krijgt

Iedereen weet dat de eerste maanden na een bevalling nogal, euh, hectisch zijn. Dat je van onderen ontploft – wat nooit helemaal meer goedkomt –, dat je nooit meer tijd en puf hebt voor seks, en dat je borsten op de onhandigste momenten beginnen te lekken (meestal in de metro of tijdens een belangrijke vergadering). Maar op de een of andere manier bereikt die informatie de doelgroep pas als het al te laat is en de baby al in de wieg ligt te spartelen. En met de doelgroep bedoel ik de mensen die aan het overwegen zijn of ze een kind zouden willen krijgen.

Zo ging het negentien jaar geleden in ieder geval met mij. Ik had vaag weleens iets gehoord over „gebroken nachten”, kapotte tepels en „kraamvrouwenverdriet” – maar dat was vast iets uit de jaren 50, dacht ik toen nog.

Want iedereen kreeg toch kinderen, m’n ouders hadden nota bene kinderen gekregen dus moeilijk kon het niet zijn, en zo huppelde ik mijn zwangerschap in, net als miljoenen vrouwen overal ter wereld argeloos de loopgraven in huppelen om zich daarna het leplazarus te schrikken.

En dus dacht ik: wat dit land nodig heeft is een extreem korte ‘stoomcursus baby’s’ waar alles, maar dan ook echt alles in zit dat je zou moeten weten voordat je kinderen zou willen krijgen. Zo’n stoomcursus die wettelijk verplicht zou moeten worden. Ministerie van VWS, letten jullie op?

1. De bevalling is de hel, en toch te doen.

Vrouwen, dit kunnen jullie, meestal. Thuis bevallen is niet verplicht, doe vooraf een pufcursus en ga ervoor. Sterker nog, wees blij dat wij het moeten doen. Het zou wreed zijn om dit aan mannen over te laten, de schatten. Met hun mannengriepjes.

2. Sommige ouders vinden baby’s saai.

Tuurlijk, de meeste zijn meteen hopeloos verliefd op hun boreling, maar soms duurt het even voor de vonk overslaat. Voel je daar niet schuldig over – jij hebt gewoon meer met peuters, kleuters of pubers. Dat maakt je echt geen slechte vader of moeder.

3. De roze wolk bestaat niet.

Die term alleen al, ugh. Ik vrees dat die ooit is bedacht door een kantoorklerk van SGP- of CDA-achtige huize, sowieso een man, die vlak na de geboorte met gesteven boord en aktetas weer naar z’n werk vluchtte en z’n vrouw met de puinhoop liet zitten. Want de realiteit is in het begin een bootcamp met van die grote zwarte, diepe modderplassen, en heeft niets met roze wolken te maken. Hooguit met de roze wolken die je ziet als er een tankwagen met gevaarlijke stoffen gekanteld is.

4. Vooraf bijslapen heeft geen zin.

Haha, echt niet. In de eerste maanden na de geboorte van je baby bereik je „een staat van vermoeidheid waarvoor je bij het Korps Mariniers een medaille krijgt”, zoals iemand op de soosjals schreef. Ga dus gerust nog nachtbraken in de laatste jaren voor je zwangerschap. ‘Een buffer van slaap’ bestaat niet.

5. Het is een fase!!! Het is een fase!

Ik wilde dat ik dit zelf de eerste maanden had geweten: dat het beter wordt. En makkelijker. En, in mijn geval, na vier maanden elke dag leuker.

6. Een handleiding krijg je niet.

Bij ieder simpel ding krijg je een gebruiksaanwijzing. Hoe je het moet aanzetten, moet ontkalken, uitzetten, verzorgen, schoonmaken en wat de gevaren zijn, schreef een vader. Bij je baby moet je het helemaal zelf uitvogelen. Iedereen doet dus maar wat. Dat hoort, daardoor hecht de baby zich aan je. Wat helpt: doe vooraf een cursus kinder-EHBO. Verder sta je met lege, of nou ja, nogal volle, handen.

7. Je kan het niet alleen.

Er zijn minimaal twee mensen nodig. En het liefst nog een hele stad vol extra hulpmensen. Ik heb huizenhoog respect voor ouders die het solo doen. Reken dus nu al uit wie student zal zijn als je kind op school zit en laat die contracten tekenen. Check of kraamzorg in je ziektekostenpakket zit en of dat in jouw regio überhaupt nog bestaat. Vraag tien jaar voor de conceptie alvast kinderopvang aan en neem na de geboorte achttien jaar onbetaald verlof op. Dan gaat het zeker lukken.

8. Begin zo jong mogelijk aan kinderen.

Het liefst rond je achttiende. Maar echt hoor, blijf niet te lang twijfelen. Al die mensen die nog willen wereldreizen, carrière maken of andere overbodige projecten die totaal niet belangrijk zijn – een kind kan je gelukkig maken en van dingen die je gelukkig maken zeggen mensen altijd ‘was ik er maar eerder aan begonnen’. Bovendien buig je als je jong bent nog makkelijker terug na vier maanden zonder slaap, kraken je knieën nog niet als je ’s nachts je bed uit moet én ben je nog niet verstandig genoeg om er níét aan te beginnen.

9. Want dat is natuurlijk het allerbelangrijkste dat je moet weten voor je aan kinderen mag beginnen: begin eraan.

Het is het beste dat je ooit kan overkomen. Het mooiste.

De knuistjes, de woordjes, de schoentjes, zingen op de fiets, samen de Tafelberg op. De gitaarles, de grapjes, de appjes met ‘ ik mis je’, de trots, de slopende nostalgie van alles dat onverbiddelijk voorbijgaat, de totale coolness van dat hele wezen dat maar doorgroeit – het intense geluk van alleen al het wéten dat ze bestaat.

10. Tuurlijk, 80 procent van de tijd hou je je hart vast, en ben je voortdurend bang dat er iets misgaat.

Maar de andere 80 procent is het je zonder stoppen realiseren dat je een geluksvogel bent, de belachelijke dankbaarheid dat je dit mee mag maken. Als je mazzel hebt, blijven ze tot hun 32ste thuiswonen!

11. Ik had ook nog tips als ‘borstvoeding is niet verplicht’.

‘Poep went nooit’ maar gelukkig kan de romper ook over de schoudertjes naar beneden uit (!), ‘koop een reserveknuffel’ en ‘bewaar altijd het boekje van de Lego want jij bent degene die het in elkaar moet zetten’, maar dat zijn meer tips voor als de baby er al is. Als jullie daar behoefte aan hebben, laat maar weten hoor, dan schrijf ik daar nog een aparte spoedcursus over.

12. En o ja: meestal komt het allemaal goed.

Vergat ik bijna te zeggen! Als je een kind krijgt, heb je 100 handenwrijvende engeltjes op je schouder nodig. En het liefst nog HEEL VEEL meer. Maar meestal komt het goed.

Meestal.

Leeslijst