Column | Wat jongeren echt nodig hebben

Laatst stampte een collega de lerarenkamer binnen. Hij had een derde klas een schrijfopdracht gegeven die helemaal in het honderd was gelopen. „Ik vroeg hen om neer te pennen wat ze dit weekend hadden beleefd”, begon hij. „Het was een ramp! De „en toens” vlogen je om de ogen, maar het ergste was nog wel dat het alleen maar ging over wat er was gegeten, gedronken of gekocht. En wat ze daar vervolgens weer van vonden. Alsof er niet meer is in het leven!”

Ik had ertegen in willen brengen dat ze op die leeftijd zelden het achterste van hun tong te laten zien, maar het was inderdaad een beetje deprimerend dat ze zich vooral richtten op consumeren en vervolgens recenseren. Aan de andere kant had hij dat ook wel kunnen zien aankomen. Onze jongeren groeien nou eenmaal op in een cultuur waarin je vooral bent wat je koopt en wat je vindt. Maar toch.

Ik bezoek regelmatig open podia, zowel voor storytelling als poëzie. Het draait daar nooit om commercie, bezit of opinie. Aan bod komen getuigenissen over bijvoorbeeld een eerste liefde of een eerste verdriet. De momenten die het verschil maakten in een bestaan. Niemand heeft het over bezit, of loopt te opiniëren. Ik weet natuurlijk dat het bij het schoolvak Nederlands gaat om tekstbegrip (belangrijk), debatteren (belangrijk) en goed leren schrijven (heel belangrijk) maar je zou willen dat jongeren ook op school meekrijgen dat ze taal voor meer kunnen inzetten dan alleen transacties, opinies of een opsomming van wat ze in het weekend hebben gedaan. Soms zou je wensen dat er een vak als vertelkunde werd geïntroduceerd, waar reflectie centraal staat.

Onlangs bezocht ik een storytellingavond in Rotterdam. Een man van een jaar of zeventig betrad het podium en vertelde over de geheime boshut die hij als kind had. Dat die schuilplaats belangrijk voor hem was omdat het de enige plek was waar hij hardop en vrijuit tegen zichzelf durfde te spreken. Zonder dat iemand hem meteen in de rede viel. Na afloop complimenteerde ik hem met zijn verhaal.

„Door tegen mezelf te praten ontdekte ik wat ik nou echt van de dingen vond”, zei hij zacht. „Soms zoek ik die hut nog weleens op in mijn hoofd. Omdat je leven meer moet zijn dan een loopbaan, of het laatste nieuws.”

„Dat is prachtig”, zei ik. „Ik wou dat ik eerder had geleerd dat ook dat belangrijk was.”

Dat inzicht wens ik ook onze jeugd toe.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.