Column | Wat een ambtenaar!

Marcel van Roosmalen

Mijn vader besteedde het grootste deel van zijn werkende leven aan het behoud van de rivierkreeft in Gelderland, de mooiste provincie van Nederland. Hij adviseerde fietspaden om te leggen, probeerde dijkverzwaringen te stoppen en maakte regelmatig wanhopige inspectietochten met een broodtrommel onder de snelbinders. Ik ben wel eens met hem mee geweest op zaterdagen. Naar de Berkel of de Linge, de langste rivier van Nederland. Lieslaarzen aan en in de blubber staan.

„Daar denk ik”, zei hij dan als hij dacht een rivierkreeft te zien wegschieten. Zeker wist hij het nooit, mijn vader wist niets van biologie, hij was niet voor niets ambtenaar geworden.

„Wat als het hier straks krioelt van de rivierkreeften?”, vroeg ik op een dag. Mijn vader vond het een moeilijke vraag.

„Ja, dan is het volbracht”, zei hij dan. „Waarschijnlijk zetten ze me dan een paar jaar later in voor de bestrijding, dan ga ik al die fietspaden weer verleggen.”

Meer dan tien jaar na zijn dood lees ik een brandbrief van vijftien overheden en organisaties aan minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Er is een rivierkreeftenplaag van tientallen miljoenen rivierkreeften.

De informatie staat haaks op wat ik in mijn jeugd meekreeg. De rivierkreeft is opeens geen verrijking, maar juist een ondergraver van de biodiversiteit. Rivierkreeften graven gangen en holen waardoor de grond langs het water instabiel wordt en kan verzakken, planten zich razendsnel voort en vreten in korte tijd oevers kaal.

De rivierkreeft is kortom een monster. Het levenswerk van mijn vader is geslaagd, maar ook mislukt. Achteraf bezien best fijn dat veel van zijn direct leidinggevenden zijn rapporten met aanbevelingen om het aantal rivierkreeften te laten toenemen ongelezen in de prullenbak kieperden. Een van de aanbevelingen die hij er voor de lol in schreef – ‘misschien is het een idee als de inwoners hun aquaria in het rivierwater leegkiepen’ – is de grootste oorzaak van de explosie van het aantal rivierkreeften.

Gelukkig hield hij zich aan het eind van zijn carrière ook bezig met andere zaken zoals het onteigenen van boerengrond (voor dijkverzwaring) en het verwijderen van paaltjes naast fietspaden.

Ook op die dossiers wordt opeens grote progressie geboekt.

Er is maar een conclusie mogelijk: mijn vader was een geweldig ambtenaar.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Lees verder…….