Column | Studiedag

Het waren weer ‘studiedagen’, dat zijn dagen waarop het onderwijzend personeel ‘van en met elkaar leert’. Wij spraken af: voor ieder één. Op de mijne vertrok ik met Lucie van Roosmalen (8) en Leah van Roosmalen (7) naar Amsterdam, onze toekomstige woonplaats. Het regende.

De bowlingbaan met Hawaïaans thema onder het viaduct bij het station waar ik een baan had gereserveerd was nog niet open. Aan de zijkant van het gebouw lagen twee zwervers op stukken karton te slapen.

Ze stopten met lopen.

Wormer had ze veel gebracht, maar dit niet. De eerste kennismaking met de rafelrand riep veel vragen op.

Lucie van Roosmalen wilde ze wakker maken om haar halfvolle flesje water af te geven, maar ik zei dat we ze maar beter konden laten slapen. Leah van Roosmalen legde een Fruitella naast een slaapzak.

Ik vertelde ze dat er toen ik jong was heel veel mensen op straat lagen in Amsterdam, dat het de laatste jaren veel minder was, maar dat het misschien weer meer ging worden.

We gingen even verderop bij een fietsenwinkel annex café koffiedrinken, ik vertelde ze dat branchevervaging in Amsterdam heel normaal is. Ze amuseerden zich door in het cafégedeelte met bureaustoelen op wieltjes zo hard mogelijk tegen elkaar in te rijden. Ik beloofde ze een stuk appeltaart als ze daarmee ophielden, Lucie van Roosmalen propte een stuk van de taart in een papieren servet. Ze wilde het naast de zwervers leggen, een beetje zoals ze laatst ook een schoteltje melk naast een door onze kater Joseph gehalveerde duif had gezet.

Ik was de enige die kon bowlen. Zelfs met een rails aan de zijkant van de baan en een standaard waar vanaf je de bal kon rollen won ik van ze. Ik bestelde tosti’s voor ze. Van achter het raam zagen ze hoe de zwervers werden wakker geschopt door twee boa’s.

„Het is ook een vrouw”, zei Lucie van Roosmalen, die de helft van haar tosti naar buiten wilde brengen.

Leah van Roosmalen bleef ondertussen maar zwaaien.

„Ze zwaaien niet terug”, zei ze.

Na het bowlen gingen we naar Scheltema, waar Leah van Roosmalen zich opsloot in het damestoilet. We kregen haar vrij door met een theelepeltje het slot van buiten open te draaien. In het metrostation vergaapten ze zich aan de opgravingen die er tussen de roltrappen liggen uitgestald. Vooral dat er ook een zonnebril tussen de scherven en borden lag vonden ze bijzonder.

Vooral de vraag ‘Waarom hebben ze die niet zelf gehouden?’ bleef hangen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.