Column | Het is het niet waard

Je hoort weleens dat oude mensen brandende bibliotheken zijn en omdat er de laatste tijd nogal wat bejaarde familieleden omvielen besloot ik de resterende senioren te interviewen. Ik weet nog niet wat ik ermee ga doen, of het alleen binnen de familie blijft of dat ik een slok havermelk neem en besluit om er een podcast van te maken (‘De bagage van onze voorouders’), het gaat er op het moment van schrijven vooral om de tijd voor te blijven, om alles vast te leggen nu je nog niet bent aangewezen op een ouijabord om te checken hoe iets nou ook alweer zat. Gistermiddag interviewde ik mijn oudtante M. (89). Ik vroeg haar wat het beste is wat haar ooit overkwam.

„Mijn scheiding”, zei ze meteen.

„Dat meen je niet.”

„Ja joh. Ik ben veel te lang bij die man gebleven, en dat terwijl ik hem niet eens echt nodig had. Onze kinderen waren uiteindelijk dolblij toen we uit elkaar gingen, ze werden gek van de ruzies.”

„Bleef je samen vanwege schaamte? In jouw tijd was scheiden nog niet zo normaal.”

„Nou ja, dat speelde wel mee, maar dat was niet de hoofdreden.”

„Wat dan wel?”

„Hij was ongelooflijk knap”, zei ze met een flauwe glimlach. „Ik was enorm trots dat ik zo’n mooie man kon krijgen.”

Ai, ja, mijn ex-oudoom was inderdaad beeldschoon, de foto’s logen er niet om. Bijna twee meter lang, zwembadblauwe ogen, haar in de kleur van kersenhout, gebeeldhouwde kaken, neus van een Griekse god. „Zijn uiterlijk maakte zoveel goed, en dan was hij ook nog eens leuk in de slaapkamer”, verzuchtte ze. „Man, wat was het een verlossing toen hij na zijn vijftigste aftakelde. Ik vond het een bevrijding om niet meer naar hem te verlangen. Achteraf zou ik willen dat we elkaar nooit aantrekkelijk hadden gevonden, maar goed, je bent jong, dom, oppervlakkig en vooral hitsig.”

Ze nam een slok van haar cola.

„Ik vind het best lastig”, vervolgde ze, „om te zien dat tegenwoordig de nadruk nog veel meer ligt op uiterlijk en seks. Mijn kleinkinderen wonen zo ongeveer in de sportschool en komen om de haverklap aanzetten met types waarvan je gewoon al weet dat het niks wordt. Er zal wel weer iets darwinistisch achter zitten ofzo, dat je liever met knappe dan met lelijke mensen naar bed wil. Maar als ik terug kon in de tijd zou ik mezelf willen waarschuwen. Het is het niet waard.”

„Nee?”

„Nee. Vooral niet omdat dan tegen het einde, een scheiding uiteindelijk het hoogtepunt van je leven blijkt.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.