Column | Bestreden eenzaamheid

Marcel van Roosmalen

Mijn kinderen zitten op een openbare basisschool, maar dat drukt de kerstbeleving niet. Iedere dag wordt er door een andere klas gezongen bij de vuurkorf. De ouders staan dan zwijgend naast elkaar bij het vuur. Gisteren was het de beurt aan de groep van Leah van Roosmalen (5), ze had thuis hardop gewerkt aan het repertoire. Mijn favoriet was het nummer ‘Ik ben een kerstboom’, waarbij ze al zingend een kerstboom, slingers en kerstballen uitbeeldt.

De dooi was ingevallen, het vuur wilde vanwege de miezer niet branden, zelfs spiritus hielp niet. Twee leraressen stuurden iedereen naar de aula, waar kerstbomen en opgezette kerstdieren stonden. Ik herkende twee elanden en een hert.

Ik heb niets met de andere ouders, en zij ook niet met mij, maar daar vonden we elkaar. We onderbraken onze levens even voor gezang. Het nummer ‘Ik ben een kerstboom’ werd twee keer ingestart. Leah van Roosmalen schalde over alles en iedereen uit.

Na het applaus brachten de ouders hun kinderen naar de klassen. Op de deur van het lokaal van Lucie van Roosmalen (7) hing een intekenlijst voor het kerstdiner, achter haar naam stonden 25 pannenkoeken.

Thuis ontdekte ik dat ik die moest gaan bakken. „Jij bakt”, instrueerde Lucie van Roosmalen ’s avonds. „En dan snijd ik er harten van.”

Daarna: „Met een hart laat je zien dat je van iemand houdt. En ik houd van iedereen.”

Tegen zoveel goedheid ben ik niet bestand, dus ik zal bakken, maar ik vroeg me wel af sinds wanneer er kerstdiners zijn voor kinderen van zeven. Op het schoolplein reageerden de dag erop andere ouders vooral verbaasd op die vraag. „Ik maak ieder jaar vleespastei”, zei de moeder van een klasgenootje. „Al sinds jaar en dag.”

Een vader: „Maar het mooiste vind ik het nog altijd als ze de overvloedigheid naar de oudjes brengen. Zo van ‘hier, eet smakelijk, lekker tegen de eenzaamheid’. En dan met zingen erbij natuurlijk.”

Ik stelde me mijn oude dag voor, in eenzaamheid in zorgcirkel Torenerf te Wormer. En dat er dan op een dag op de deur wordt geramd, waarna een roedel kinderen ‘Ik ben een kerstboom’ zingt en dat ze me dan pannenkoeken, vleespastei, bitterballen en drop laten eten en chocomelk met slagroom laten drinken, net zo lang totdat ik volzit en ze weer door moeten naar de volgende. En dat de verzorging daarna concludeert dat de eenzaamheid effectief is bestreden.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Lees verder…….