Column | Aansteller

Marcel van Roosmalen

Op de heetste dag van het jaar gingen we weer naar De Efteling. Lucie van Roosmalen werd zeven, niets kon ons stoppen. Ik zie ons nog wegrijden in de bloedhitte, elkaar vertwijfeld aankijkend, maar het moest, het was het cadeau, we moesten ons er maar overheen zetten. Ik zou graag zeggen dat we niet de enigen waren, maar dat waren we wel. Een paar uitzonderingen daargelaten. De meesten kwamen uit andere landen, maar er zaten ook opvallend veel freaks tussen. Mannen van middelbare leeftijd die wel eens een paar keer achter elkaar in de attracties wilden om alles goed te kunnen bestuderen. Ik houd van nature graag wat afstand van deze menssoort, maar mijn kinderen hebben daar nog geen last van. „Deze man is in zijn leven al meer dan zevenhonderd keer in de Python geweest”, zei Lucie van Roosmalen, „en vandaag al acht keer.”

Ik keek in een zwetend gezicht, waar het onvermogen met dikke druppels afviel.

„Vandaag is echt een topdag”, zei de man.

Ik wist inmiddels ook dat het een topdag was. De aanvankelijke opwinding dat er geen rijen stonden had inmiddels plaatsgemaakt voor het besef dat je als ouder dan ook overal in moet want je kon haar op haar verjaardag toch niet aan haar lot over laten en aan haar zusjes had ze ook niets: te klein en te bang.

Ik ben inmiddels op zo’n leeftijd dat ik de meest opwindende attracties niet meer als prettig ervaar. Er is daar een schip dat dusdanig op en neer gaat dat ik er bijna van moet kotsen, voor Lucie van Roosmalen een extra attractie binnen de attractie. Ze wilde er alleen nog maar met mij in. Om te genieten van mijn pijn, en het ongemak.

Ik herkende daar veel in: mijn moeder verloor ooit een gebitsprothese in dat schip, dat was wel op een drukke dag. Het ding floepte er zo uit, nog net voor ze van angst in haar rok pieste. Mijn ouders hielden er een levenslange hekel aan Eftelingmedewerkers aan over want die gingen de attractie natuurlijk niet stopzetten om met zaklantaarns onder dat schip te zoeken, zoals mijn vader wilde. De dagen erna vonden we het heerlijk om de telefoongesprekken die hij met het attractiepark voerde af te luisteren.

„Mijn vrouw heeft haar tanden verloren, heeft u ze al gevonden. Nee? Dan bel ik morgen weer.”

Later verdacht ik mijn vader ervan dat hij die gesprekken voor ons extra aanzette. Ik doe dat soort dingen ook, voor mijn dochter ben ik best bereid om mijn rotgevoel in zo’n attractie extra aan te zetten. Jammer dat veel mensen mij tegenwoordig herkennen, maar dat drong pas door toen het voorbij was en een hele grote man in een Ajax-shirt voor me ging staan om heel hard ‘aansteller’ te zeggen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Lees verder…….