Babyboomers zijn traag en gen Z is verwend

De laatste tijd hoor en lees ik steeds vaker onzin over de ‘verschillen’ tussen generaties. Babyboomers die zich ergeren aan de jongste generatie, gen Z, die elke dag om 17 uur de laptop dichtklapt. Generatie X die ongepaste grappen maakt op het werk. Millennials die geen humor hebben en alles als ‘grensoverschrijdend gedrag’ labelen.

Ik kan er kort over zijn: het zijn allemaal vooroordelen, mensen. Het zijn geen feiten. Tuurlijk zijn er best veel boomers die niet vooruit te branden zijn. En tuurlijk zijn er gen Z’ers die zich bij het minste of geringste snippertje kritiek al ‘onveilig’ voelen. Maar dat wil nog niet zeggen dat álle boomers traag zijn, of alle gen Z’ers verwend.

Sterker nog, zulke grote verschillen tussen generaties bestaan helemaal niet. Ik heb er zelf natuurlijk ook af en toe aan meegedaan in m’n columns, en ik hoop dat jullie daar veel plezier aan hebben beleefd – ik zelf in ieder geval wel! – maar de wetenschap vindt geen significante karakterverschillen tussen verschillende generaties die voor álle leden gelden.

Er zijn namelijk nog zoveel meer factoren dan ‘je generatie’ die de verschillen in gedrag tussen mensen kunnen verklaren. De invloed van vrienden bijvoorbeeld, die van ouders, werkervaring, of je kinderen hebt, je opleidingsniveau, geboorteplaats, levensbeschouwing, huisdieren, je aantal vinkjes, geslacht. Generaties bestaan uit individuen – niet uit leeftijdsgroepen waar je etiketjes op kunt plakken. De mensen die dus denken dat alle millennials saai zijn en alleen maar havermelk drinken, moet ik teleurstellen.

Zijn er dan helemaal geen verschillen tussen generaties?! Tuurlijk wel. Acht stuks om precies te zijn. Die heb ik even voor jullie op een rijtje gezet. Die kunnen jullie komende zomer onder de neus van mansplainende boomers en jengelende gen Z’ers wrijven – of wacht, doe ik het weer. Ik bedoel natuurlijk: ik presenteer jullie acht feiten als munitie voor een inhoudelijker debat op het werk. En ik zie jullie in september weer!

1Er worden veel verschillende indelingen in generaties gebruikt

Ik heb, vrij willekeurig, gekozen voor deze: de ‘babyboomers’ (1945-1960); de generatie X (1961-1980); de millennials (1981-1995) en de generatie Z (1996-2010).

De generatie X is momenteel de grootste op de arbeidsmarkt. Volgens Peter Hein van Mulligen van het CBS zijn het 39 procent van alle werkenden. Daarna komen de millennials (30 procent), de generatie Z (24 procent) en de babyboomers 7 procent). Dat we het zo vaak over babyboomers hebben is dus best knap, want ze zijn intussen zwaar in de minderheid.

2De generatie X heeft aan het begin van haar carrière het hardst moeten knokken voor een baan

Omdat ze met meer tegelijk waren, en vaker crises meemaakten. Misschien maken ze daarom zoveel lawaai. Gen Z is met een stuk minder, op een, momenteel, veel krappere arbeidsmarkt. Daardoor kunnen ze – best jaloers op – meer eisen stellen aan werkgevers dan de X-jes in hun beginjaren.

3Het is voor het eerst dat er vier generaties tegelijk op de arbeidsmarkt werken

„Qua leeftijdsopbouw is de arbeidsmarkt nog nooit zo divers geweest”, zegt Van Mulligen. Dat komt omdat mensen langer leven en langer doorwerken. „Als je de bijbaantjes van 14- en 15-jarigen meetelt, zijn er zelfs al vijf generaties”, zegt hoogleraar arbeidsmarkt van Tilburg University, Ton Wilthagen. Misschien is dat de reden dat iedereen het tegenwoordig over generaties op het werk heeft. Omdat er zoveel zijn!

4De oudste gen Z’er, geboren in 1996, wordt dit jaar 28

Dit even voor alle boomers die denken dat 1980 twintig jaar geleden is.

5Het schuurt niet tussen generaties

Er is geen enkel onderzoek dat daarop wijst, zegt Ton Wilthagen. Klagen over de jongere generaties is van alle tijden. Reeds de oude Grieken zemelden erover, en Leo Beenhakker natuurlijk, met z’n ‘patatgeneratie’. De huidige generatie voetballers neemt trouwens haar eigen matrassen mee naar het EK, maar je hoort mij niet zeggen dat het watjes zijn. Ik kijk wel uit.

6Gen Z werkt spectaculair vaker in deeltijd (minder dan 35 uur per week).

Namelijk 65 procent, in vergelij king met 39 procent van de millennials en 43 procent van de generatie X. Van de babyboomers werkt inmiddels, in de stralende herfst van hun carrière, 59 procent in deeltijd. Mensen die kritiek hebben op gen Z’ers die te weinig uren maken moeten dat dus ook over de oudjes zeggen. Of ze niet eens even wat meer uren kunnen gaan draaien! Stelletje deeltijd-prinsen en -prinsesjes.

7Jongeren rapporteren vaker ‘psychische vermoeidheid door werk’ dan ouderen

In de groep jonger dan 25 jaar zei 8,7 procent in 2014 hier last van te hebben, in 2023 was dit al 17,1. In de leeftijdscategorie 25-35 jaar ging dit van 16,6 procent naar 25,8 procent. Voor de oudere leeftijdsgroepen zweefde dit rond de 16 procent. Laten we zoeken naar oorzaken en oplossingen van dit probleem, in plaats van zeggen dat jongeren niet meer tegen een stootje kunnen. We hebben de jonkies namelijk hard nodig, de komende jaren van vergrijzing.

8Onze problemen met babyboomers en generatie X lossen zich vanzelf op

Over 14 jaar is namelijk iedereen die voor 1971 geboren is met pensioen – ik ook! – en stort het hele land in. Gelukkig hebben we nog een paar mooie jaren samen!