Alweer dringt een internationale rechtbank aan op doortastend klimaatbeleid

Het Internationaal Zeerechttribunaal (ITLOS) heeft dinsdag geoordeeld dat broeikasgassen een groot gevaar vormen voor de oceanen en dat landen de plicht hebben om met klimaatbeleid oceanen en kustgebieden beter te beschermen. Opnieuw heeft daarmee een internationaal hof vastgesteld dat mondiale afspraken om de opwarming van de aarde te voorkomen, niet vrijblijvend zijn.

Landen kunnen wel zeggen dat ze de rapporten van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderschrijven, ze moeten daar ook naar handelen, concluderen de 21 rechters van het ITLOS unaniem. Landen kunnen in het Klimaatakkoord van Parijs (2015) wel hebben vastgelegd dat ze de temperatuurstijging op aarde willen beperken, ze moeten ook beleid maken dat die doelstelling daadwerkelijk dichterbij brengt.

De zaak werd in 2022 aan het tribunaal voorgelegd door enkele kleine eilandstaten, onder aanvoering van Antigua en Barbuda, en Tuvalu. Zij worden ernstig bedreigd door klimaatverandering en eisen dat de internationale gemeenschap meer actie onderneemt om de uitstoot van broeikasgassen te voorkomen.

In het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties, dat in 1994 in werking trad en dat door 168 landen en de Europese Unie is geratificeerd, wordt klimaatverandering niet expliciet genoemd. Daarom moesten de rechters eerst bepalen of ze wel bevoegd waren om te oordelen. China, de grootste klimaatvervuiler van de wereld, trok dat in twijfel tijdens een hoorzitting in september. Ook Saoedi-Arabië, een van de belangrijkste olieproducenten, vond dat het tribunaal zich er niet mee moest bemoeien: (klimaat)wetgeving is een zaak voor de politiek.

Lees ook Tuvalu kan deze eeuw in zee verdwijnen, en wordt nu al onleefbaar.

Funafuti, het hoofdatol van Tuvalu

Verzuring zeewater

De rechters gingen daar niet in mee. Op basis van de klimaatwetenschap zoals die in IPCC-rapporten wordt samengevat en waar vrijwel alle landen van de wereld zich formeel achter hebben geschaard, beschouwen zij broeikasgassen als een vorm van vervuiling. Een deel van de door de mens uitgestoten CO2, het belangrijkste broeikasgas, verdwijnt in de oceaan en leidt tot verzuring van het zeewater. Ook bijna 90 procent van de opwarming komt in de oceanen terecht, waardoor het water uitzet en de zeespiegel stijgt. Dit alles heeft volgens de rechters ernstige gevolgen voor ecosystemen, kustgebieden en visstand.

Volgens artikel 192 van het Zeerechtverdrag zijn landen verplicht het „mariene milieu” te beschermen en te behouden, en dus de uitstoot van broeikasgassen zoveel mogelijk te voorkomen. Opmerkelijk is dat de rechters daarbij, in lijn met de eisen van kleine eilandstaten, pleiten voor een maximale opwarming van 1,5 graden Celsius. In het Klimaatakkoord van Parijs wordt ‘ruim onder de 2 graden’ als harde doelstelling geformuleerd en 1,5 graden slechts als streven – veel klimaatwetenschappers zijn het er intussen over eens dat dit doel niet langer haalbaar is.

Precedent

De uitspraak van het in Hamburg gevestigde tribunaal is niet bindend. Maar juristen verwachten dat die wel een belangrijke rol gaat spelen in toekomstige rechtszaken. Zeker ook in combinatie met andere internationale vonnissen. Zo oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vorige maand dat Zwitserland zijn burgers beter moet beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Ook het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten zal zich binnenkort op verzoek van Colombia en Chili buigen over de plichten van Amerikaanse staten op het gebied van klimaat.

Lees ook Mensenrechtenhof schept met uitspraak Zwitserland cruciaal precedent voor komende klimaatzaken

Een deel van de KlimaSeniorinnen na de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, in Straatsburg.

En tenslotte zal ook het in Den Haag gevestigde Internationaal Gerechtshof zich, op verzoek van het kleine eilandstaatje Vanuatu, uitspreken. Dat kan nog even duren, want in die zaak hebben 91 landen een eigen verklaring ingediend. Een record voor het hof, waaruit wel blijkt hoe serieus landen die zaak nemen.

(Het Zeerechttribunaal heeft dinsdag uitspraak gedaan, niet maandag, zoals in een eerdere versie stond)