Het nieuwe Minsk Kunsthaus in Potsdam eert het Oost-Duitse verleden

Recensie


Beeldende kunst

Nieuw museum Café Minsk in Potsdam was ooit de trots van de DDR maar veranderde na 1990 in een ruïne. Miljardair Hasso Plattner kocht het modernistische gebouw en verbouwde het tot museum voor kunst uit de DDR.

Café Minsk in Potsdam is een hoogtepunt van DDR-architectuur. Nu is het heropend als Das Minsk Kunsthaus.
Café Minsk in Potsdam is een hoogtepunt van DDR-architectuur. Nu is het heropend als Das Minsk Kunsthaus.

Foto Ladislav Zajac

Tot eind jaren tachtig was restaurant Minsk een van de beste adressen in Potsdam. Het menu had Wit-Russische accenten. Het gebouw, een platte doos met glazen wanden tegen een groene heuvel in het centrum van de stad, was een hoogtepunt van DDR-architectuur, in de jaren zeventig ontworpen door Karl-Heinz Birkholz. Er werden jubilea gevierd en Jugendweihen, de seculiere rite de passage voor pubers in Oost-Duitsland.

Na 1990 veranderde Café Minsk langzaam maar zeker in een ruïne. In de oude Pruisische garnizoenstad werden ijverig barokke kerken en paleizen opgeknapt, maar veel DDR-gebouwen werden afgebroken, en het Minsk, het „Sanssouci van de communisten”, werd verwaarloosd.

Software-miljardair Hasso Plattner, mede-oprichter van de bedrijfssoftwarefirma SAP, financierde eerder de herbouw van het paleis Barberini in Potsdam (een barok paleis dat in de achttiende eeuw werd gebouwd naar het voorbeeld van een gelijknamig paleis in Rome), waar hij sinds 2017 zijn eigen kunstcollectie met maar liefst 38 Monets tentoonstelt. Plattner doneerde ook 20 miljoen euro aan Potsdam om het rococo stadspaleis te herbouwen dat in 1959 onder de DDR-regering was afgebroken. Inmiddels zetelt de deelstaatregering van Brandenburg weer in het paleis. Nu kocht Plattner ook het oude Minsk, en doet zijn naam dat hij ‘half Potsdam bezit’ eer aan. Onder leiding van Plattners dochter ontstond in Das Minsk een museum voor kunst uit de DDR.

In het café van ‘Das Minsk’ zijn nog altijd DDR-favorieten te krijgen, zoals aardappelsalade met een haring, en kalter Hund – arretjescake. De chocola is beter dan die achter het IJzeren Gordijn, verzekerde de cateraar onlangs in de krant Der Tagesspiegel.

Volkstuintjes

De bovenste verdieping van het museum is gewijd aan werk van de Canadese videokunstenaar Stan Douglas (Vancouver, 1960). In 1994 kwam Douglas met een beurs naar Berlijn. Hij fotografeerde typische en stereotypische Oost-Duitse taferelen: meer en minder verloederde volkstuintjes in de herfst, een stuk Berlijnse Muur met een composthoop ervoor, een Trabant. Ook draaide hij een korte film, Der Sandmann, losjes geënt op het gelijknamige verhaal van E.T.A. Hoffmann. Daarvoor bouwde Douglas een decor van volkstuintjes in Studio Babelsberg in Potsdam, de oudste filmstudio ter wereld en het centrum van de Duitse filmindustrie in de jaren twintig en dertig.

De foto’s van Douglas zijn het uithangbord van het nieuwe museum Das Minsk. Het heeft iets armoedigs dat een museum met de zeldzame doelstelling om kunst uit de DDR te willen laten zien opent met een blik op de DDR vanuit de jaren negentig – ook als de curator het in de catalogus een „dialoog” noemt tussen Oost en West.

Daarbij is op de eerste verdieping werk van de schilder Wolfgang Mattheuer (1927) te zien onder de titel Der Nachbar der will fliegen (‘De buurman die wil vliegen’), ook uit de collectie van Hasso Plattner. De ongeveer dertig werken in Potsdam maakte Mattheuer tussen 1958 tot 2000, en in de kleurrijke verzameling van motieven en stijlen is zijn tuin in verschillende jaargetijden de voornaamste constante.

Foto’s Hasso Plattner Collection © VG Bild-Kunst / Ladislav Zajac

Bruinkool

In de regio in de Oost-Duitse deelstaat Saksen waar Mattheuer woonde en werkte, werd alom bruinkool gedolven. Mattheuer schildert, naast ongerepte natuur, verschillende dystopisch geïndustrialiseerde landschappen. In Freundlicher Besuch im Braunkohlenrevier (‘Vriendelijk bezoek in het bruinkoolgebied’) lopen kolenkompels drie figuren tegemoet die een doos met een opgetekende lach op hun hoofd hebben. Optimisme is verplicht, lijken de figuren te zeggen. In Oh Caspar David verdwijnt een minuscule menselijke figuur tegen een donkere horizon van een afgegraven bruinkoolmijn, die op het eerste gezicht een bruine golvende oceaan lijkt. Het figuurtje zwaait als een drenkeling.

Ook Mattheuers verschillende Icarus-figuren voelen zich niet senang in hun omgeving. In Der Nachbar der will fliegen stijgt tussen bloeiende volkstuintjes een man met sierlijke vleugels op. De buren eromheen roepen schijnbaar ah en oh – maar de buurman is pas een halve meter boven het tuinhek uitgekomen. In andere werken lijkt de toekomst van de buurman bezegeld: in Seltsamer Zwischenfall (‘Merkwaardig voorval’) rijdt een reisbus langs een nog smeulende mens met vleugels gebroken naast hem. In Sturz des Ikarus II (‘Val van Icarus II’) maakt een eenmans-raket met vederen vleugels, het gezicht van de astronaut steekt uit de cabine, een duikvlucht richting aarde.

De ‘kosmonaut’ van Mattheuer, zoals astronauten in de DDR werden genoemd, lijkt Mattheuers systeemkritiek goed samen te vatten: iedere vorm van individualiteit wordt afgestraft, maar de hoogmoedige exploitatie van de natuur in het socialisme en het ongebreidelde geloof in technologie is even goed een voorbode voor de val.


Beeldende kunst Bekijk een overzicht van onze recensies over beeldende kunst

Lees verder…….