Toezichthouder DNB: maak klimaatschade beter verzekerbaar

Schaderisico De Nederlandsche Bank roept Rijk en verzekeraars op verzekeringen te ontwikkelen voor nieuwe, grote risico’s. Door klimaatverandering en cybercrime, bijvoorbeeld.

Limburg werd in de zomer van 2021 getroffen door overstromingen. In amusementshal Copacabana in Geul raakten gokautomaten onherstelbaar beschadigd door het water dat uit zijn oevers trad.
Limburg werd in de zomer van 2021 getroffen door overstromingen. In amusementshal Copacabana in Geul raakten gokautomaten onherstelbaar beschadigd door het water dat uit zijn oevers trad.

Foto Chris Keulen

Consumenten en bedrijven in Nederland moeten meer mogelijkheden krijgen zich te verzekeren tegen schade door klimaatverandering. Daar ligt een taak voor verzekeraars, én voor de Nederlandse overheid, aldus De Nederlandsche Bank (DNB).

De centrale bank, tevens toezichthouder op verzekeraars, publiceerde woensdag een rapport over de toekomst van het verzekeringstoezicht. DNB’s toezichtsdirecteur Maarten Gelderman wees daarbij op groeiende risico’s door klimaatverandering. „We zouden graag zien dat de markt beter functioneert als het om dit soort nieuwe schaderisico’s gaat.” Voor het ondervangen ervan moeten verzekeraars en overheid niet op elkaar wachten, aldus Gelderman. „En ik denk ook niet dat ze dat gaan doen.”

Van schade door natuurrampen als overstromingen, noodweer en droogte is in Nederland nu meer dan de helft onverzekerd, constateert DNB in haar rapport. Dat kan grote economische gevolgen hebben. Huishoudens en bedrijven draaien dan zelf op voor het onverzekerde deel, samen met banken die hun onderpand op leningen – zoals huizen en bedrijfspanden – beschadigd zien raken. Zij moeten afschrijven op leningen, wat hun kapitaalpositie in gevaar kan brengen en kan leiden tot terughoudendheid bij nieuwe leningen.

Zou klimaatschade echter voor meer dan 75 procent verzekerd zijn, dan ziet De Nederlandsche Bank geen meetbaar effect op de economie. Verzekeraars en herverzekeraars vangen immers het grootste deel van de klap op.

Overstromingsschade

DNB richt zich in haar rapport vooral op overstromingsrisico’s, aangezien 70 procent van de Nederlandse bevolking in gebieden woont die daarvoor gevoelig zijn. Volgens de toezichthouder is de rijksoverheid er mede debet aan dat overstromingsschade nu slecht gedekt is door verzekeringen. Dat is een gevolg van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts), bedoeld om schade te dekken waarvoor consumenten en bedrijven zich niet hadden kunnen verzekeren. DNB wijst er echter op dat niet duidelijk is welke rampen onder die wet vallen. De minister van Justitie en Veiligheid kán de wet van toepassing verklaren op schade na een ramp, maar dat hoeft niet.

De onduidelijkheid over de werking van de wet kwam nog eens naar voren bij de jongste aanwending: na de overstromingen van 2021 in Limburg. Toen koos de overheid voor extra ruimhartige toepassing – ook voor schade die consumenten en bedrijven wel hadden kunnen verzekeren. Zo betaalde de overheid tot 90 procent van de schade.

Aldus gebruikt maakt de wet het verzekeraars lastig nieuwe overstromingspolissen te lanceren. Huishoudens en bedrijven rekenen immers op overheidsdekking en sluiten geen verzekering af. Of het zijn alleen de bedrijven en consumenten met de grootste risico’s die aankloppen bij een verzekeraar. Volgens DNB is het daarom goed als de overheid tevoren duidelijk maakt welke rampen onder de Wts vallen, en dat ze schade niet langer extra ruim vergoedt.

De toezichthouder ziet nog een belangrijke rol voor de overheid: garanties bieden. Klimaatrampen kunnen namelijk enorme schadeposten opleveren, wat het voor verzekeraars moeilijk maakt een verkoopbare polis te ontwikkelen. Zo’n gigantische schadelast – door verwoeste infrastructuur en, indirect, een stilgevallen economie – moet immers uit de ontvangen premies betaald kunnen worden. En tegelijk mogen die verzekeringen niet zo duur worden dat niemand ze afneemt. De overheid zou hier kunnen helpen door zich garant te stellen voor de betaling van schades boven een bepaald bedrag.


Lees ook: ECB dreigt banken met extra buffereisen voor financiële gevolgen van klimaatverandering

DNB ziet een voorbeeld in Floor Re, een privaat-publiek samenwerkingsverband in het Verenigd Koninkrijk. Dit treedt op als herverzekeraar van overstromingsrisico’s, waardoor er relatief goedkope verzekeringsproducten beschikbaar zijn voor Britse consumenten en bedrijven. Het Verbond van Verzekeraars kondigde eerder in NRC een soortgelijk initiatief aan. Rond de jaarwisseling wil de koepelorganisatie de Nederlandse overheid een voorstel doen.

Verplichte verzekering

DNB suggereert ook consumenten en bedrijven te verplichten een overstromingsverzekering af te nemen, zoals consumenten nu al een zorgverzekering moeten hebben.

De toezichthouder doet verder een beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van verzekeraars. Zij dienen afnemers beter voor te lichten over risico’s, en wat wel en niet verzekerd is. Nu wanen veel consumenten zich verzekerd tegen overstromingsschade, waar hun dekking veel uitgebreider zou moeten zijn. Bovendien onderschatten ze de risico’s.

DNB ziet ook een grotere rol voor verzekeraars op het gebied van preventie. Zij kunnen bijvoorbeeld aangeven hoe huizen het beste gebouwd en ingericht worden om bij overstromingen het schaderisico te beperken.

De oproep aan verzekeraars om met klimaatverzekeringen te komen, heeft niet alleen een maatschappelijk belang, aldus DNB. Ook verzekeringsmaatschappijen zelf zijn ermee gediend. Ze hebben immers nieuwe producten nodig om geld te blijven verdienen, nu traditionele producten als levensverzekeringen onder druk staan.

Zo’n nieuw product kan trouwens ook een verzekering tegen cyberrisico’s zijn. Daarvoor is dan nog wel flink wat werk te verrichten, schrijft de toezichthouder, waarbij de overheid opnieuw een rol kan spelen. DNB-directeur Gelderman: „Help bijvoorbeeld door een register op te zetten van cyberincidenten.” Dat kan verzekeraars helpen potentiële schadeposten in te schatten, en daarmee de hoogte van premies en vergoedingen.

Daarnaast kan de overheid volgens Gelderman helpen definiëren wat een cyberincident is. „Is het ontvangen van een phishingmail een incident? Een klik op die mail? Of pas als iemand schade heeft? En voor bedrijven: is het ook schade als je allemaal extra marketingcampagnes hebt moeten opzetten om de imagoschade door een cyberaanval weer te verbeteren?”

Lees verder…….