Juist door de handicap serieus te nemen, kun je sportprestaties verbeteren

Parasport Lang werd géén nadruk gelegd op de handicap van mindervalide sporters. Maar dat blijkt prestaties in de weg te staan.

Zeven jaar geleden bereed Mitch Valize (27) voor het eerst een handbike. Nu is hij onder meer paralympisch kampioen. Het NK paracycling is dit weekeinde.

Zeven jaar geleden bereed Mitch Valize (27) voor het eerst een handbike. Nu is hij onder meer paralympisch kampioen. Het NK paracycling is dit weekeinde.


Als jongetje had Mitch Valize (27) al een sterke rechterarm. Gespierde schouderbladen aan de rechterkant van zijn lichaam. Sterk gevormde nek- en bilspieren. Rechts compenseerde voor links. En links werd „lui”, zegt hij, waardoor zijn lichaam uit balans raakte.

Bij zijn geboorte was zijn linkerbeen niet goed ontwikkeld. Het was korter dan het rechter, zijn kuit ontbrak. Lopen kon hij wel, met een prothese. En sporten ook. Voetbal, vooral. Als tiener was hij eerst veldspeler bij voetbalvereniging Bekkerveld in Limburg. Daarna keeper, omdat de afstanden te groot werden. Toen hij bijna twintig was, ging het ook te veel pijn doen om negentig minuten te staan op de prothese vanaf de knie aan zijn linkerbeen. Zijn stomp moest geopereerd. Hij wilde na de revalidatie, in 2015, weer „gewoon voetballen”, liefst ook hardlopen. Maar de artsen zeiden: als je zo doorgaat verslijt je gezonde rechterknie en zit je op je zestigste in een rolstoel.

Bij de revalidatie stelden ze voor dat hij een handbike zou proberen – een racefiets voor mindervalide sporters waar je op je knieën in zit en met je bovenlijf kracht zet. Hij zag het niet zitten. Hij was géén mindervalide sporter, toch? Hij kon toch met de rest meedoen?

De eerste keer op de handbike verzuurden zijn bovenlichaam en armen binnen een halfuur. Al snel hield hij het een uur vol, twee uur. Hij deed een testje. Zijn maximale trapvermogen bleek hoog. Zijn lactaatdrempels – het moment dat melkzuur zich ophoopt in de bloedbaan – ook. Zijn revalidatiearts stuurde een appje naar de bondscoach van het paracycling-team. Hij deed mee aan een wedstrijd, maakte indruk en voor hij het wist was hij professioneel sporter, met een salaris van NOC-NSF.

Valize bleek uitzonderlijk talentvol. Zeven jaar na de eerste keer in de handbike is hij regerend paralympisch kampioen, wereldkampioen en Europees kampioen. Dit weekend is hij favoriet bij het NK paracycling in de H5-klasse, één van de vijf klassen in zijn sport. In H1 rijden de meest beperkte sporters, in H5 de atleten met de minste beperking.


Lees ook: het is tijd voor nieuwe paralympische helden, nu een generatie beroemde sporters is gestopt

Niet meer verhullen

De training in het krachthonk van sportcentrum Papendal, waar de olympische en paralympische atleten werken, is net voorbij. Ontspannen loopt Valize naar het restaurant van het trainingscomplex in de bossen bij Arnhem. De linkerkant van zijn bovenlichaam, daar ligt de nadruk nog altijd op tijdens de training. Het is veel sterker geworden, maar nog steeds onderontwikkeld. En wil hij zo recht mogelijk in zijn fiets kunnen zitten, dan moet zijn lichaam zo stabiel mogelijk zijn. Dan brengt hij zijn kracht het beste over van mens op machine.

Zonder te verhullen praat Valize – afgestudeerd bewegingswetenschapper – over zijn stomp. Lang werd aangenomen dat je juist géén nadruk moest leggen op de handicap van mindervalide sporters. Zij zijn topsporter, niets meer en niets minder. En zo ís het ook, zegt Valize, maar dan mis je wel de kans om je prestaties te verbeteren. „Door mijn beperking te bestuderen heb ik ingezien waar ik aan moest werken. Door mijn linkerkant sterker te maken heb ik een heel nieuwe manier van fietsen ontwikkeld, waardoor ik veel sneller ben geworden”, vertelt Valize.

Hiske Kneepkens (41) zit aan tafel te knikken. Zij is chef-arts van de paralympische ploeg. Ze heeft Valize leren kennen toen hij vast op Papendal kwam trainen, als lid van de paralympische ploeg. Nu zien ze elkaar regelmatig, voor controles of als hij een blessure heeft. Vanaf het eerste gesprek heeft Kneepkens in alle openheid met Valize gesproken over zijn handicap. Dat ging vrij eenvoudig met hem, omdat hij bewegingswetenschap studeerde en zelf ook nieuwsgierig is naar de mogelijkheden van zijn lichaam.

Maar voor Kneepkens is de openheid ook een bewuste keuze. Ze is ervan overtuigd dat de prestaties van de paralympiërs zullen verbeteren door aandacht te besteden aan de handicap. Eerder was daar minder ruimte voor, omdat er een andere belangrijke opdracht was: zorgen dat paralympische sport serieuzer genomen werd en professionaliseerde. De medische begeleiding voor mindervalide sporters moest daarvoor verbeteren: meer aandacht, meer begeleiders. In de afgelopen jaren is de zorg voor paralympische en olympische sporters daarom vrijwel gelijkgetrokken, op Papendal.

Nu komt er ruimte om te praten over de verschillen. „Er ís een stomp, een dwarslaesie, een prothese, dus laten we kijken hoe we daar het beste mee kunnen omgaan zodat een atleet gezond blijft én beter presteert”, zegt Kneepkens.

Praten over een handicap is belangrijk, omdat het problemen kan voorkomen. Voorheen kwam het nog wel eens voor dat sporters een probleem met bijvoorbeeld hun stomp niet op tijd meldden. Dat kon voor een ontsteking zorgen, een blessure en daardoor een trainingsachterstand. En dat wil de medische staf boven alles voorkomen. Atleten moeten zoveel mogelijk gezonde trainingsuren kunnen maken – de prestaties zullen dan volgen.


Lees ook: sporters over de kling jagen, dat wil de nieuwe chef-arts van de olympiërs niet meer

Door meer openheid kan er ook beter worden getraind. Er zijn bijvoorbeeld sporters met een hersenbeschadiging. Ze kunnen spasmes hebben, maar zij kunnen ook moeite hebben om informatie te verwerken – zoals een trainingsschema. Kneepkens: „We deden daar weinig mee omdat we het niet over de aandoening wilden hebben. Nu hebben we een nauwe samenwerking opgezet met neuropsychologen. Gaat het beter in plaatjes dan in woorden? Dan kiezen we daarvoor.”

Drukplekken en steunkousen

Extra aandacht voor de handicap verandert de omgang tussen arts en mindervalide sporter ingrijpend. De eerste keer al dat een sporter bij Kneepkens komt, begint ze met vragen stellen. Heb je problemen met je stomp, drukplekjes, hoe was dat in het verleden, inspecteer je dagelijks, hoe verzorg je hem, heb je in het vliegtuig een steunkous om de stomp?

Die aanpak vraagt veel van sporters. Ze moeten niet alleen fysiek in staat zijn topsport te bedrijven, maar zullen hun handicap volledig moeten accepteren. Omarmen, niet verbergen – terwijl dat vaak hun eerste impuls is als ze op Papendal binnenkomen als jong talent. Toch vindt Kneepkens het niet lastig. Voor haar is het simpel: topsport is topsport en dit hoort erbij.

Valize heeft tijd nodig gehad om klaar te zijn voor een open gesprek over zijn aandoening. Vroeger stond hij het liefste in de schaduw, wilde hij meedoen met de grote groep, juist niet anders zijn. Zijn prothese beperkte hem, vond hij, en de samenleving bekeek hem ook als een gehandicapte. Legde hem zijn beperking op. „In de zomer wilde ik niet in een korte broek naar buiten. Dan zag ik iedereen kijken en dat wil je niet.”

Het handbiken heeft hem veel fitter en sterker gemaakt. Ook in het dagelijks leven heeft hij er veel aan. Na twee jaar handbiken kon hij een halve marathon lopen, terwijl de artsen hem daar eerst niet sterk genoeg voor vonden. Hij kon het zich vroeger ook niet eens voorstellen, dat zoiets kon. Zijn lichaam is zo veranderd sinds hij intensief traint. Soms fietst hij wel vijf, zes uur op een dag. Hij werkt in het krachthonk, en op trainingskamp fietst hij over heuvels en bergen. Hij is atletischer geworden. Hij staat rechter, loopt minder scheef. „Het zal misschien nooit zo worden als iemand met gezonde benen, maar voor iemand met een aangeboren afwijking loop ik best netjes”, zegt hij.

Het valt hem nu niet meer op als mensen naar hem staren. Zijn familie en vrienden nog wel, die vinden het raar als hij wordt bekeken. Maar hij draagt nu gewoon een korte broek als het warm is. Valize: „Zonder prothese voel ik me naakt. Hij mag gezien worden. Het hoort bij mij.”

Lees verder…….