Volks duo krijgt dit weekend de macht in Colombia

Gustavo Petro en Francia Márquez president en vicepresident Colombia

Voor het eerst krijgt Colombia een linkse president. Hij en zijn zwarte, vrouwelijke vicepresident (ook een primeur) worden dit weekend geïnaugureerd. De oud-guerrillastrijder en oud-milieuactivist scheppen hoge verwachtingen in de regio.

Een verkiezingsposter met Gustavo Petro en Francia Márquez in een etalage in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá rond de presidentsverkiezingen in juni.
Een verkiezingsposter met Gustavo Petro en Francia Márquez in een etalage in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá rond de presidentsverkiezingen in juni.

Foto Antonio Cascio/SOPA Images/LightRocket via Getty Images

Een duo dat een aardverschuiving teweeg zal brengen, zo hopen de Colombianen. De inauguratie dit weekend van de eerste linkse president van Colombia – tevens ex-guerrillastrijder – Gustavo Petro (62) en zijn vicepresident Francia Márquez (40) – de eerste zwarte vrouw op deze positie – breekt radicaal met een traditie waarbij tweehonderd jaar lang, sinds de onafhankelijkheid, de macht vooral bij een kleine groep uit de elite lag.

Makkelijk zullen de nieuwe leiders met hun partij Pacto Histórico (het historische pact) het niet krijgen. Om regeringsplannen te realiseren moeten er compromissen worden gesloten in het Congres. Ook met de oude rechtse elite.

Maar de verandering wordt vol verwachting gevolgd, ook vanuit de rest van de regio. In het conservatieve Colombia maakte een linkse president eerder nooit enige kans – laat staan een zwarte vicepresident. Als Colombia deze radicale verandering al doormaakt, wat betekent dat dan voor de rest van Zuid-Amerika – een continent waar het koloniale verleden nog altijd aan de oppervlakte ligt met een sterk aanwezige kleur- en klassenmaatschappij en bovenal extreme ongelijkheid als zichtbare erfenis.

„Vandaag schrijven we geschiedenis voor Colombia, voor Latijns-Amerika en voor de wereld”, zei Petro nadat hij de verkiezing won, half juni. Francia Márquez, zich bewust van haar positie in het land waar politiek, media en de financiële macht gedomineerd worden door een kleine homogene groep, en waar zwarte en inheemse Colombianen nauwelijks tot geen deel van uitmaken, maakte het persoonlijker: „Ik ben hier om te laten zien dat de hegemonie niet meer alleen in handen is van een groepje witte rijke mannen. Ik ben de stem van de tot nu toe niet gehoorde bevolking. Van de grote en stille meerderheid van de Colombianen.” Wie zijn deze twee nieuwe leiders?

Katholieke immigranten

Toen Gustavo Petro zich als zeventienjarige student aansloot bij de guerrillagroep ‘Beweging van 19 april’, afgekort M-19, gebruikte hij als schuilnaam ‘Aureliano’, naar kolonel Aureliano Buendía, de hoofdpersoon uit de beroemde roman Honderd jaar eenzaamheid van zijn landgenoot en Nobelprijswinnaar voor de literatuur Gabriel García Márquez.

Petro was al jong een groot fan van Márquez, die net als hij afkomstig is van de Caribische kust. Ze zaten zelfs op dezelfde school, zo tweette Petro laatst nog. Een publieke school in het stadje Zipaquirá, nabij Bogotá, gerund door priesters. Niet tegelijkertijd, ze zijn van verschillende generaties.

Petro groeide op als kind van arme katholieke Italiaanse migranten die een nieuwe toekomst zochten in Zuid-Amerika en opklommen tot de lagere middenklasse. Hij kwam in aanraking met de guerrillagroep toen hij als nieuwsgierige tiener naar vakbondsvergaderingen ging. M-19 was niet in de jungle actief, zoals de FARC en de ELN, maar vooral in steden. Als student vertrok Petro naar de hoofdstad Bogotá waar hij met een studiebeurs economie en later ook politicologie ging studeren. In 1985 werd hij gearresteerd voor illegaal wapenbezit. Niet veel later probeerde de M-19 het Paleis van Justitie te bezetten, een van de grootste acties van de organisatie waarbij zo’n honderd doden vielen. Petro zat op dat moment een straf uit van twee jaar en werd in de gevangenis, zo schrijft hij in zijn memoires, gemarteld.

De M-19 was de eerste guerrillagroep waarmee na onderhandelingen een vredesakkoord werd gesloten door de Colombiaanse regering. Na de demobilisatie in 1990 werd de beweging een politieke partij: de Democratische Alliantie, die uiteindelijk in het congres kwam.

Na de demobilisatie volgde voor Petro een bestuurlijke en politieke carrière, waarin hij uiteindelijk burgemeester werd van Bogotá en vervolgens opklom tot congreslid en senator. Als president wil Petro een sociale agenda invoeren en de diepgewortelde ongelijkheid in Colombia aanpakken.

Buiten de gevestigde orde

Niet eerder lukte het een linkse kandidaat president te worden in Colombia. Zij die het probeerden werden vermoord, zoals Carlos Pizarro, de oprichter van M-19, die in 1990 een gooi deed naar het presidentschap. Twee eerdere pogingen van Petro, in 2014 en 2018, liepen uit op een nederlaag. Dat het hem dit keer wel is gelukt, geeft aan hoezeer de Colombianen snakken naar radicale vernieuwing. Petro staat volledig buiten de gevestigde politieke orde en profiteerde van de onvrede en het wantrouwen in de politiek die tijdens de covidcrisis tot uitbarsting kwamen.

Petro wil alles op alles zetten om het vredesakkoord met de FARC uit 2016 een goede uitvoering te geven. Iets wat zijn voorganger Iván Duque en diens leermeester, de nog zeer machtige rechtse oud-president Álvaro Uribe (2002-2010), juist probeerden te torpederen. Colombia wordt nog altijd geteisterd door verschillende gewapende groeperingen, van narco’s tot paramilitairen en criminele organisaties. En er is nog altijd de ELN, de enige guerrillabeweging waar nog geen vrede mee is gesloten. Onlangs kondigde Petro al aan met de ELN om tafel te gaan zitten om de vastgelopen vredesbesprekingen nieuw leven in te blazen.

Onder Petro zullen multinationals zoals oliebedrijven het moeilijker krijgen. Het milieu krijgt voorrang, heeft hij al aangekondigd.

„Petro is progressief en sociaal voelend, maar kan ook stug en afstandelijk overkomen. Hij weet wat hij wil, en concessies doen valt hem zwaar”, zegt politicoloog Óscar Parra Gaitan van de Katholieke Universiteit in Bucaramanga. „Dat hij Francia Márquez naast zich heeft gekozen, is veelzeggend en slim: zij spat van de energie en heeft een natuurlijk charisma. Massa’s Colombianen uit de volksklasse identificeren zich met haar. Samen kunnen ze, met de juiste aanpak, een balans vormen.”

Werkzaam in goudmijn

Hoewel onervaren in de politiek, was Francia Márquez al jong een leider in de Afro-Colombiaanse gemeenschap in de regio Cauca in het zuidwesten, waar ze opgroeide. Een regio waar de overheid al eeuwen niet naar omkijkt en waar gewapende groepen vechten om de controle over drugshandel en illegale goudwinning.

Márquez groeide op in armoede en werkte als kind, net als haar ouders, in een lokale goudmijn. Op haar zestiende raakte ze zwanger en moest ze stoppen met school. Als puber werd ze milieuactivist en protesteerde ze fel tegen de komst van een multinational die een dam wilde bouwen in de belangrijkste rivier van haar gemeenschap. Over de dam volgde een lange strijd die de Afro-Colombiaanse gemeenschap uiteindelijk won. Als milieuactivist ontving Márquez jarenlang doodsbedreigingen.

„Ik kom uit een volk van overlevers en strijders”, zei Márquez vorige week in een Braziliaanse krant. „Mijn voorouders zijn ontvoerd uit West-Afrika en werden tot slaaf gemaakt. Ze hebben zich eeuwenlang verzet tegen de slavernij. In hun voetsporen ben ik ook de strijd aangegaan tegen onrecht en onderdrukking. Stromend water was er niet. Het water in de rivier waar we van moesten leven was vervuild met kwik door de goudwinning”.

Het lukte haar rechten te gaan studeren in de stad Cali. Ze betaalde die studie met geld dat ze verdiende als schoonmaakster en probeerde als alleenstaande moeder het hoofd boven water te houden. Uiteindelijk werd ze advocaat. In 2018 won ze de prestigieuze Goldman Milieuprijs. Het jaar daarop werd ze door de BBC uitgeroepen tot een van de honderd meest invloedrijke vrouwen ter wereld.

Hoop voor Brazilianen

Vorige week bezocht Márquez Brazilië. Ze ontmoette er onder meer oud-president Luiz ‘Lula’ da Silva met wie ze in innige omhelzing op de Braziliaanse voorpagina’s kwam. „Francia Márquez geeft ook Brazilianen hoop”, zei de zwarte schrijfster en filosoof Djamila Ribeiro op een online feministisch forum. In Brazilië is meer dan 50 procent van de bevolking zwart of gemengd maar net als in Colombia is dat niet terug te zien in politiek en media.

Het nieuwe linkse duo in Colombia past in een rij van linkse leiders die sinds 2019 aan de macht zijn gekomen in Latijns-Amerika. Het is een ‘roze’ golf – links en socialer, maar niet communistisch. Inmiddels worden vijf van de zes grootste economieën van Latijns-Amerika geleid door linkse leiders. In Chili werd voormalig studentenleider Gabriel Boric president, nadat hij protesten tegen de neoliberale regering van Sebastián Piñera leidde. Begin september stemt Chili in een referendum over een nieuwe grondwet die het land, een van rijkste van Zuid-Amerika, inclusiever en socialer moet maken.

Ook in landen als Argentinië, Mexico, Peru, Honduras en Bolivia zijn na een periode van rechtse leiders linkse regeringen aan de macht gekomen. Als in het najaar de oud-president Luiz ‘Lula’ da Silva de Braziliaanse verkiezingen wint van de ultrarechtse president Jair Bolsonaro, waar het volgens de peilingen naar uitziet, krijgt ook het grootste land van Latijns-Amerika weer een linkse leider. Lula leidde Brazilië al tussen 2003 en 2010. Ook toen was er sprake van een roze golf in Latijns-Amerika, en van een explosieve economische groei, mede door de vraag naar grondstoffen voor met name de Chinese markt. Met Covid-19 achter de rug en de oorlog in de Oekraïne die ook in Latijns-Amerika tot hogere brandstofprijzen leidt, is die rek er nu wel uit.

Zal het Petro en Márquez lukken beloftes als de verdere versoepeling van de abortuswetgeving in te lossen? En hoe zullen ze de relatie met de Verenigde Staten vormgeven? Colombia was altijd Amerika’s trouwe bondgenoot in de regio, zowel economisch als in de ‘War on drugs’. Petro is voorstander van legalisatie van marihuana.

Wat betreft Venezuela, een voor de VS gevoelig onderwerp, kiest Petro een tegenovergestelde koers dan zijn voorganger Duque. Is de Venezolaanse president Nicolas Maduro, die nog steeds een autoritair regime leidt, voor Duque en de VS een aartsvijand, Petro wil de banden met het socialistische buurland per direct herstellen. Vooral uit humanitair en economisch oogpunt: Colombia telt vele Venezolaanse vluchtelingen. De grens tussen beide landen gaat als het aan hem ligt weer open, ambassadeurs worden weer uitgewisseld. Maar Petro heeft Maduro niet uitgenodigd voor zijn inauguratie.

„Uiteindelijk kan Petro niet alles op eigen houtje doen”, zegt politicoloog Parra. „Hij heeft geen meerderheid in beide kamers van het Congres, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Of hij het nu wil of niet, hij moet compromissen sluiten met rechts.”

Meer nog dan dat, zullen Petro en Márquez zich de behoeften van de bevolking moeten blijven aantrekken. Het zijn de Colombianen die hun het vertrouwen hebben gegeven een nieuw hoofdstuk van de Colombiaanse geschiedenis te schrijven.

Lees verder…….