Hier zijn de wegen kaarsrecht en oneindig

Bas op de fiets test geen auto, maar pakt de fiets. Deze week: Medemblik is heel anders dan toen zijn ouders er nog woonden, zonder auto, radio of tv. Maar het landschap is nog hetzelfde.

Het IJsselmeer bij Medemblik.
Het IJsselmeer bij Medemblik.

Foto Merlijn Doomernik

Mijn ongedurige vader hield het nergens lang uit, maar er was een kind en werk was werk. Zo was het ook mijn schuld dat we in Medemblik terechtkwamen. Het huis was nieuw, de tuin moest nog worden ontgonnen. Op een familiefilmpje zie ik mijn moeder met piepjonge, driftige bewegingen een schop niet in de grond krijgen. Ik zie mijn vader; keurige, representatieve jongen. Ongelooflijk, mijn ouders waren kinderen, door een ongelukje tot sociale ballingschap veroordeeld. Medemblik lag als een eiland in het niets. Aan de ene kant het IJsselmeer, aan de landzijde West-Friese leegte. Er ging geen trein. De dichtstbijzijnde stad van enige substantie, Hoorn, was twintig kilometer ver.

Mijn ouders hadden geen auto, geen televisie en geen radio. Ze zaten in dat gat braaf een gezinnetje te zijn, met een vader als kostwinner en een moeder met haar begenadigde talent voor veel als huisvrouw.

Hun huisje staat nog, netjes op de rand van armoe. Hoe hielden ze het vol? Ach jongen, zegt mijn vader, we hadden elkaar. Elke maand kochten ze een klassieke langspeelplaat, die ze met aandacht beluisterden. Ze maakten wandelingen met een teckel. Mijn moeder richtte haar didactische ambities maar op mij. Het jongetje dat zo grappig snel kon praten werd een taalproject.

Ik bereik Medemblik op een verwaaide lentedag, en ben stupéfait. Hij is hot geworden, de plaats waar je zondags een kanon kon afschieten zonder iemand te raken. Er is een Kruidvat, een Hema, een New York Pizza. De mensen zijn er even wild getatoëeerd als overal. De haven is een bad vol kleine oligarchen. Kasteel Radboud etaleert zijn sprookjesachtigheid als een West-Friese Efteling. Het ligt er klein noch verloren. De gemeente Medemblik, die via fusies een reeks omliggende gemeenten insloot, telt ruim 45.000 inwoners. Je zou hier in de winter moeten zijn om te begrijpen hoe het in 1967 was, zonder de zon en straten vol toeristen.

Het Markermeer bij Medemblik. Foto Merlijn Doomernik

We kwamen het stadje nauwelijks uit, tot mijn vader in Alkmaar aanvullende onderwijsaktes ging halen. Hij nam een brommer. Daarmee konden we eindelijk op eigen gelegenheid naar Hoorn. Voor de boekhandel, zegt mijn vader. Voor mij, het leerproject, kochten ze lees- en prentenboeken ter ontsluiting van de wereld.

Over de dijk naar Onderdijk fiets ik langs het IJsselmeer de stad uit. Rechts het oude stoomgemaal, links het water, grijs van storm en wit van de perfect horizontaal getrokken schuimkoppen onder een parallel gestreken wolkendek; Whistler zonder lijst. Daarna de vlakke leegte van de polder met zijn reusachtige kassen en de loodsen bij de akkers waar ze witlof, broccoli of pioenrozen kweken. Een bruggetje, hoog riet, de lelies in de transparante sloten. Het verbaast me toch hoe intact ruraal, charmant Noord-Holland is gebleven.

Medemblik-Hoorn is op de fiets misschien zes afslagen. De wegen zijn er kaarsrecht en oneindig. Ik zie de asfaltstroken als geslepen potloodpunten in het niets verdwijnen. Over de Zwaagdijk gaat het acht kilometer strak rechtuit. Leerzaam is de rijkdom langs de wegen, ongeraffineerd figuratieve ondernemerswelvaart. Breedgeschouderde stolpboerderijen en notarishuizen, geglazuurde dakpannen, torentjes en gesmede sierbalkons, verdiend met bloembollen en piepers. Bord langs de weg: ‘Gezocht: kraanmachinist’. Ik idealiseer dit landschap niet, maar het is zo onweerstaanbaar stoffelijk, vrij van dubbele bodems, vrij van schijndiepgang.

Infographic NRC

Ik negeer het geping van de apps en mails in mijn binnenzak. Wat had de mensheid zonder internet mooie, nuttige gedachten kunnen hebben, gedachten die een kunstwerk hadden kunnen scheppen, een boot, een kast, een bollenkwekerij. In mijn van oorsprong vreedzame natuur dreunt één beheersende gedachte: laat me met rust.

Hoorn blijft kilometers lang een lintdorp voor het stad wordt, maar daar zijn eindelijk de I love Sushi, Domino’s Pizza en de Action, pijlers van de 21ste-eeuwse stadscultuur. Gelukkig is de boekhandel er nog. Voor dat genoegen heb ik niet de woorden. De zon schijnt, aan de horizon kringelt een draaiorgel, de stegen zijn betoverend verlaten als altijd. Ik denk aan mijn ouders in hun Medemblikse kindertijd, die mijn schuld was. Die twee, die hun lot droegen en er niet zielig over konden twitteren, trotseerden storm en regen om de boeken aan te schaffen die me ruim een halve eeuw geleden hier de weg wezen naar nu.

Met het geduld van de vermoeiden zie ik terug in Medemblik een tweemaster de haven binnenlopen, symbolische bevestiging van wat ik zag.

Lees verder…….