‘Ze zeiden op de dansopleiding: we hebben alleen de sexy meisjes nodig’

Reportage

Grensoverschrijdend gedrag Vooruitlopend op een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de danswereld vertelt danseres Annemarie de Ruijter hoe zij haar opleiding ervaren heeft. „We kregen te horen dat we te dik waren, lomp.”

Danseres Annemarie de Ruijter: „Er was geen keus: het was keihard bikkelen.”
Danseres Annemarie de Ruijter: „Er was geen keus: het was keihard bikkelen.”

Foto Merlijn Doomernik

Annemarie de Ruijter weet niet waar ze moet beginnen. Zo veel materiaal en herinneringen heeft ze over haar studie en werk als dansdocent. Op de eettafel liggen mappen vol brieven, contracten, verslagen. Eindeloze verhalen over de wereld waar ze al dertig jaar in meedraait: die van de dans. Een wereld waar ze van houdt en die ze tegelijk verafschuwt.

De Ruijter is danseres. Dat zie je meteen, als ze de deur opendoet. Klein, tenger, rechte rug. Ze is 47 jaar.

Er loopt sinds begin dit jaar een groot onderzoek naar de mores in de danswereld. Dat wordt geleid door de jurist Marjan Olfers (VU). Zij laat weten dat ze honderden interviews afneemt en pas eind dit jaar met conclusies komt. Een aantal vrienden van De Ruijter zal ook worden geïnterviewd – ze heeft er veel in de danswereld.


Lees ook: Raad voor Cultuur: extra risico grensoverschrijdend gedrag in de cultuursector

De Ruijter was achttien toen ze in 1993 begon op de Lucia Marthas dansschool in de Amsterdamse Pijp. Ze kwam van de Veluwe en ze wist al sinds de basisschool: ik word danseres. Dans is eigenlijk geen keuze, zegt De Ruijter heel serieus: „Jij kiest dans niet, dans kiest jou.”

Al snel bleek dat De Ruijter niet tot de beste danseressen behoorde. Ze volgde beide richtingen die de school bood: uitvoerende dans en de lerarenopleiding. Voor de eerste richting haalde ze zesjes, voor de tweede negens. Annemarie de Ruijter was, zo bleek, een geboren dansdocent.

Maar het eerste – uitvoerend danser worden – had op de opleiding de meeste status. En dat heeft ze geweten. Dagelijks werd ze vernederd en gekleineerd. Zij niet alleen, vertelt ze, ook de betere danseressen werden dat maar de minder goeie danseressen net iets meer. „Het was onderdeel van de cultuur. Het lag niet aan één persoon. We kregen te horen dat we te dik waren, lomp. We moesten soms in de rij gaan staan bij de bar, met onze achterkant naar de spiegel. De directrice liep dan langs en wees één voor één aan: ‘Vijf kilo eraf, tien kilo eraf.’ Kwam er een opdracht binnen, waar ze danseressen zochten voor een televisie- of theateroptreden, dan werd bijvoorbeeld gezegd: ‘We hebben alleen de sexy meisjes nodig voor dit optreden.’ Daar hoorde ik niet bij. Vraag me niet waarom maar ik hoorde er niet bij.”

Circustheater

De optredens. Eindeloos lang moesten de leerlingen van de dansopleiding optreden. Ervaring opdoen, leren optreden – en tegelijk bouwen aan de reputatie van de opleiding. Gratis. Dat heette ‘stage lopen’. Bij Joop van den Ende studio’s in Aalsmeer, bij het Circustheater in Carré en bij televisieprogamma’s van John de Mol. Van Wedden Dat? tot de Mini playback-show, van de Surprise Show en Love letters tot Doet-ie het of doet-ie het niet? Gemiddeld veertig keer per studiejaar.

We wilden zo graag. We waren extreem gemotiveerd

De jonge danseressen kwamen overal opdraven. Bij openingen, van het Lido, op feesten in het Kurhaus, feestjes bij de PvdA, Mazda en Esso. Trots schrijft de directie van de dansschool in de nieuwsbrief dat „een leerling dansend op de tafel van Lubbers en Van Vollenhoven tijdens het World Press Photo Gala de landelijke kranten haalde”.

De Ruijter: „Dat stage lopen was onbetaald en ging van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dan werden we om 24.00 ’s nachts afgezet op het Centraal Station en de volgende dag moest je gewoon weer om 08.30 fris in een spagaat liggen op school. Er was geen keus: het was keihard bikkelen.”

Ze vraagt zich achteraf af: „Is de opleiding er voor jou of ben jij er voor de opleiding?” De studenten leerden niets dat hen wapende voor de harde danswereld: omgaan met afwijzing, een contract lezen en beoordelen „wat überhaupt een fatsoenlijk tarief was”.

Ze werden ook vernederd waar klanten, producers, bij waren. De Ruijter somt op: „Je benen zijn te kort, je borsten te groot, je schouders te stug.” De leerlingen van de vooropleiding werd ook op het hart gedrukt om te liegen over hun naam als de Arbeidsinspectie langs kwam tijdens een stage.

Annemarie de Ruijter
Foto Merlijn Doomernik

Waarom ze dat allemaal accepteerden? „We wilden zo graag. We waren extreem gemotiveerd. Blij dat we onze droom in vervulling konden brengen. We hoorden voor ons gevoel tot de uitverkorenen: de dansers. En we waren jong hè. Wisten wij veel. We zaten ook in een fuik. Ik weet nog dat ik meedeed in het Kerstcircus in Carré en die paarden gaan zó snel in de piste. Ik vond het doodeng. Maar we deden het, want het werd verwacht.”

Jaren later, in 2001, ging Annemarie de Ruijter zelf lesgeven aan de Amsterdamse BalletAkademie/Lucia Marthas school. Dat heeft ze vijf jaar gedaan; in 2006 nam ze ontslag omdat ze de sfeer en omgangsvormen op de academie nog steeds onprettig en onprofessioneel vond.

Behendige agenten

In 2007 richtte ze de ‘Danstank’ op – een soort actiegroep die zich sterk wilde maken voor rechten van dansers. Ze had intussen in New York gestudeerd en gezien wat een sterke vakbond de acteurs daar hadden. En behendige agenten die de danser echt beschermden tegen opdrachtgevers. „In Nederland beschermde niemand de dansers. Ze waren altijd blij als ze werk hadden. Ze waren vogelvrij en moesten meestal een contract tekenen voor geheimhouding bij een grote productie.”

Tegelijk wilde de Danstank dat de opleiding werd geprofessionaliseerd. „Er werden amper eisen gesteld aan dansleraren. Er staan zo veel onbevoegde dansleraren voor de klas. Ze kunnen dansen maar weten níéts van anatomie, didactiek of psychologie. Vergeet niet dat veel jonge dansers al een rugzakje hebben. Ze zijn uit de kast gekomen of werden als kind gepest. Soms hebben ze structurele eetproblemen en lijden ze daardoor fysieke schade.” Ze is bij de HBO-raad geweest met haar aanbevelingen, heeft vele brieven geschreven aan het ministerie van OCW, maar de harde conclusie is dat er weinig van terecht is gekomen.

Het onderzoek van Olfers is een goeie zaak, vindt De Ruijter, want niemand wil als eenling te boek staan als ‘klokkenluider’, en velen schamen zich nog steeds, achteraf, voor wat ze allemaal accepteerden en ook bij anderen zagen gebeuren. „Er is veel angst en verdriet.”

Met Annemarie de Ruijter zelf gaat het goed. Ze is in therapie geweest om van het negatieve – „het is nooit goed genoeg” – gevoel af te komen. Tot een paar jaar geleden kon ze geen filmpjes posten van haarzelf aan het dansen – zo diep zat de angst dat ‘het’ niet goed genoeg was. Nu kan ze dat wel.

En heeft ze „een heerlijk leven”. In haar eigen studio in Amsterdam geeft ze dansles aan stellen die gaan trouwen – ze studeert een favoriet nummer met ze in. Ze woont met haar vriend in het groen, buiten de stad.

Lees verder…….