TT-fans: liever twee wielen dan vier

Reportage

TT Assen Na twee magere jaren konden motorfans weer als vanouds naar de TT in Assen. Willen ze volgend jaar ook naar de Formule 1 op het Drentse circuit?

Na twee coronajaren was er weer plek voor 105.000 toeschouwers bij de TT op het circuit van Assen.
Na twee coronajaren was er weer plek voor 105.000 toeschouwers bij de TT op het circuit van Assen.

Foto Reyer Boxem

De TT in Assen is meer dan een motorrace. Het is een jaarlijks samenkomen van tienduizenden sportfans, keetjongeren en oudere mannen met bierbuiken. Het is je tent opzetten en daarna in een campingstoel naar voorbijgangers kijken. Het is bier, barbecue en uitlaatgassen. Ronkende motoren, rokend rubber. En Duitsers, heel veel Duitsers. Het is brommers kiek’n. Nog meer bier drinken en daarna meer strompelen dan lopen. Of voor de afkoeling in een trekker-aanhanger vol water gaan liggen, maar dan wel veel te hete saté naar binnen werken. Het is boerenrock. Hardcore. En nog meer bier.

En dat drie dagen lang.

De TT in Assen is Nederlands grootste sportevenement en na twee coronajaren is het weer feest als vanouds. Vanaf vrijdag zetten tienduizenden motorfans hun tentje neer rondom het circuit. Ze vormen samen TT-campings. Of eigenlijk kleine festivalterreinen.

Hoe anders was dat in 2020, toen de coronapandemie uitbrak en de TT in Assen voor het eerst sinds 1946 niet doorging. Vorig jaar was er wel een MotoGP in Assen, maar slechts voor 11.500 toeschouwers vanwege de coronabeperkingen. Zondag was er weer plek voor 105.000 mensen langs het 4,5 kilometer lange circuit tijdens de belangrijkste motorwedstrijd van Nederland.

En daar blijft het volgend jaar misschien niet bij. Want naast de TT in Assen wordt er toch weer hardop gesproken om ook de Formule 1 naar Assen te halen. Dan krijgt Nederland na Zandvoort een tweede Grand Prix, de GP van Assen.

Want de terugkomst van de Formule 1 naar Nederland, na 36 jaar, smaakt naar meer. Althans dat vindt Jos Vaessen, voorzitter van The Dutch Grand Prix Foundation, die eerder lobbyde om de Formule 1 naar Assen te halen in plaats van naar Zandvoort. Nu oppert Vaessen voor één race in het najaar, die van Zandvoort, en één race in het voorjaar in Assen. Want dankzij de populariteit van de Nederlandse autocoureur Max Verstappen neemt de draagvlak voor een tweede race in Nederland toe. „Het succes van Max Verstappen heeft de Formule 1 in ons land een enorme boost gegeven en Nederland heeft de beste supporters”, zei Vaessen. „Waarom Assen dan niet als alternatief?” Maar zitten de motorfans in Assen wel te wachten op een Formule 1 race op hún motorcircuit?

Witte mannenborsten

Als even na tien uur zondagochtend het geknetter klinkt van de eerste motoren die op het circuit warmdraaien, sprinten de bezoekers de dijk op. Kilometerslang zitten ze op de grasdijken bijna bovenop de coureurs, slechts een meter of tien verwijderd van het circuit. Op klapstoeltjes en dekentjes brakken ze uit op het gras. Eigen koeltas mee, vers bier in de hand. Het ochtendzonnetje brandt op de witte mannenborsten.

Mika Nijdam (9) zit samen met zijn moeder Marjan Drenth in de schaduw onder de tribune. „Zo kunnen we mooi op het scherm kijken en zitten we niet in de zon”, zegt Drenth. Eindelijk mochten ze weer naar de TT, na de twee magere jaren. Mika’s vader staat op de baan, bij crashes moet hij de coureurs en motoren van de baan halen. Bang voor ongelukken zijn ze niet. Drenth: „Opa stond ook jaren langs de baan en er is hem nooit wat overkomen.”

De familie uit Assen ademt de TT. „Vanaf maandag zijn we al elke dag met Mika langs de campings gaan fietsen, kijken hoe de tenten worden opgebouwd en de bezoekers binnenstromen”, vertelt Drenth. Een en al gezelligheid vinden ze het.

Maar dat daar nog een mega-evenement bij zou komen, hoeft van Drenth niet. „Auto’s vinden wij niks, wij houden alleen van twee wielen.” Als de Formule 1 naar Assen komt, blijft hij thuis. „Dat zijn andere mensen, de autosport is elitair. De motorsport is voor Jan en alleman. Assen is TT.”

Mika knikt hard mee, op zijn hoofd pronkt een gele pet met nummer 46 erop. Overal zie je de twee cijfers in fluorescerend geel. Op petjes, shirts, motorjacks. Het is het nummer van de Italiaanse motorcoureur Valentino Rossi, de publiekslieveling in Assen. Maar dit jaar moet Assen het doen zonder ll Dottore (de dokter), zoals de bijnaam van Rossi luidt. Want de 43-jarige Italiaan nam vorig jaar na 25 jaar afscheid van de motorsport. In ‘zijn’ Assen, waar ook dit jaar een hele tribune geel kleurt met duizenden fans, won hij tien keer. Maar tijdens zijn laatste race vorig jaar gleed hij na acht ronden onderuit en was het klaar. Dat weerhield Assen er niet van om Rossi tot ereburger van de stad te benoemen.

Nijdam vindt het jammer dat Rossi gestopt is. „Hopelijk komt hij volgend jaar afscheid nemen”, zegt zijn moeder. Dan kan hij zijn held nog één keer in het echt zien. Maar vandaag juicht hij voor twee Nederlanders, die zich langzaam een weg omhoog rijden in de tweede klasse, de Moto2. De Rotterdammer Bo Bendsneyder, die zondag vijfde werd en het pas 16-jarige talent Zonta van den Goorbergh, die bij zijn debuut als achttiende eindigde.

Even verderop zit Drientje Spiegelaar (70) uit Oostwold op een stoel voor het toilet. Dit is haar 41ste TT. „35 jaar als kaartverkoopster en de laatste zes jaar voor het toilet.” Van de wedstrijden ziet ze niks. „De toiletten moeten schoon, dat is ook belangrijk.” Dat de Formule 1 naar Assen komt, moet ze nog maar zien. „Als evenement is het wel leuk, maar het is een ander volk dat dan komt.” Spiegelaar kan het weten, want ze zit elke weekend voor het toilet, tijdens alle evenementen, samen met haar zus. „Autovolk is – hoe moet ik dat zeggen – een beetje uit de hoogte.”

Midden op het circuit staat Gerrit Telkamp (68) uit Emmen, steward bij de in- en uitgang waar gecrashte motorcoureurs langskomen. Vier jaar doet hij dit vrijwilligerswerk. Hij wilde per se op deze plek staan. „Dan zie je wat van de race, komen de coureurs en gecrashte motoren langs.” Het zijn lange dagen als vrijwilliger, van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. „Je krijgt vijf boterhammen, drie flesjes drinken en een stukje fruit van de organisatie. Prima, maar hiernaast staat de VIP-tent waarvan ik wel eens een lekker hapje krijg”, zegt hij glunderend.

Toppromotie voor het Noorden

De Formule 1 naar Assen? „Ik ben er bij”, zegt Telkamp. „Het circuit is er klaar voor, de bereikbaarheid is beter dan Zandvoort en het is toppromotie voor het Noorden van Nederland.” Dat de autofans anders zijn, deert hem niet. „So what? Ik kom.”

Opeens golven de oeh’s en aah’s van de tribune achter Telkamp. „Een crash”, schreeuwt hij, wijzend naar het scherm. Van opwinding springt en wijst hij heen en weer. Het is de zoveelste crash zondag tijdens de MotoGP die gewonnen werd door de Italiaan Francesco Bagnaia.

De volle tribunes tijdens de TT in Assen zijn weer terug. Of die volgend jaar ook oranje kleuren, omdat autocoureur Max Verstappen rondjes rijdt in Drenthe, is nog maar de vraag. Voorlopig zijn er nog geen serieuze signalen die wijzen op de komst van de Formule 1 naar Assen. Sterker nog; voorzitter Arjan Bos van het TT-circuit zegt de plannen voorlopig in de ijskast zijn gezet.

Meteen na de wedstrijd begint het te regenen. Joelend glijden jongens van de dijk af, met hun gezicht door de modder. En dan begint de urenlange uittocht en misschien wel de mooiste traditie van het TT-weekend. De bewoners van Drenthe klappen hun campingstoeltjes weer uit en zwaaien de tienduizenden motorrijders vanaf de viaducten, de berm of voortuin uit.

Correctie 27 juni 2022: in een eerdere versie van dit artikel stond dat landen sinds een paar jaar meer dan één Grand Prix-race per seizoen mogen organiseren. Dat is al jaren zo. Wel is het draagvlak in Nederland voor een tweede race toegenomen door het succes van Max Verstappen.

Lees verder…….