Stien Kaiser doorbrak het glazen plafond in het vrouwenschaatsen

Necrologie

Oud-schaatsster Stien Baas-Kaiser (1938-2022) was de eerste Nederlandse schaatsster die wereldkampioen allround werd, in 1967 in Deventer. Deze week overleed ze, 84 jaar oud. Ze verzette zich met succes tegen de opvatting dat ze te oud was om topprestaties te leveren.

Stien Baas-Kaiser in 1972 Sapporo op weg naar de gouden medaille op de 3.000 meter.
Stien Baas-Kaiser in 1972 Sapporo op weg naar de gouden medaille op de 3.000 meter.

Foto ANP

Stien Kaiser, na haar huwelijk in 1971 met onderwijzer Hisco Baas over het ijs glijdend als Stien Baas-Kaiser, vormde met onder anderen Carry Geijssen, Atje Keulen-Deelstra en Ans Schut de eerste lichting Nederlandse topschaatssters. In een periode dat er nog in de openlucht werd geschaatst – niet zelden in sneeuw, wind en regen – was zij allesbehalve een technisch begaafde schaatser. Stien Kaiser moest het vooral van haar kracht en doorzettingsvermogen hebben.

Toen ze in 1972 stopte, kon de in Delft geboren sportvrouw een indrukwekkende erelijst overleggen. Ze brak de vijftienjarige hegemonie van schaatssters uit de Sovjet-Unie door in 1967 na een kostbaar trainingskamp op hoogte (in Davos) wereldkampioene allround te worden; als eerste Nederlandse, op het eerste WK voor vrouwen in Nederland. „Met één klap sloeg ze de Russische dictatuur aan scherven”, aldus een schaatsverslaggever in een speciale uitgave van het weekblad Revu. De doorbraak van het vrouwenschaatsen was een feit, niet langer ging het alleen over Ard (Schenk) en ‘Keessie’ (Verkerk), maar ook over Stien. ‘De sport was op slag volledig geaccepteerd’, schreef het weekblad Revu. ‘Kranten, die wellicht uit een gevolg van mannelijk overwicht de hardrijdsters vroeger altijd in enkele zinnen bijeen hadden gedrukt, pakten nu geestdriftig uit. (…) Altijd moesten [de vrouwen] leven in de schaduw van de gevierde mannen. Zij reden op achteraf-baantjes en niemand keek naar ze om. Zij hebben tot het bittere einde voor de nu bereikte positie moeten vechten, zich door een berg van tegenslagen en desillusies heen moeten werken.’

De wereldtitel die ze die zondag in de stromende regen voor tienduizend kletsnatte toeschouwers won, leverde haar in 1967 ook de verkiezing tot sportvrouw van het jaar op, als opvolgster én voorgangster van zwemster Ada Kok. Op het podium stond ze naast sportman van het jaar (en schaatsheld) Kees Verkerk, die haar lange tijd van technische adviezen voorzag. Naast het schaatsen had ze een baan op de administratie van de technische dienst van de Rijkspolitie.

Een jaar later prolongeerde Stien Kaiser na voor haar teleurstellende Winterspelen in Grenoble (brons op de 1.500 en de 3.000 meter) in Helsinki haar wereldtitel: op het podium werd ze geflankeerd door twee andere Nederlanders, Ans Schut en haar goede Amsterdamse vriendin Carry Geijssen – nog steeds een ongeëvenaarde gebeurtenis op een WK allround. Kaiser zette de kroon op haar carrière in 1972, toen ze in het Japanse Sapporo in de lange schaduw van de goldrush van Ard Schenk de olympische titel op de 3.000 meter veroverde.

‘Niks voor meisjes’

Christina Wilhelmina Kaiser was 23 jaar toen eind 1961 de eerste kunstijsbaan in Nederland openging, de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Ze korfbalde toen nog, al sinds haar dertiende, op zaterdagmiddag bij Excelsior, en dat zou ze blijven doen tot vlak voordat ze in 1967 wereldkampioene allround werd. Met wielrennen tussen de schaatswinters door was ze toen ook al gestopt. Als lid van de Hoekse Renners deed ze aan wedstrijden mee. Uiteindelijk kwam ze tot de conclusie dat „wielrennen niks voor meisjes is”.

Pas in 1963 begon ze serieus met schaatsen. In de strenge winter van dat jaar ging ze van start in de door Reinier Paping gewonnen Elfstedentocht, maar in Franeker stapte ze aan het eind van de middag van het ijs. Binnen de kortste keren was ze kampioene van Zuid-Holland. In haar familie gaf oom en streekgenoot Kees Broekman het goede voorbeeld op de lange baan: hij won in 1952 in Oslo de eerste Nederlandse medailles (zilver op de 5.000 meter en de 10.000 meter) bij de Winterspelen en een jaar later, in het weekend van de Watersnoodramp, werd hij in Hamar de eerste Nederlandse Europees kampioen allround.

In 1963 kwam Stien Kaiser in de ploeg van het gewest Zuid-Holland, dat werd gecoacht door ‘ome’ Piet Zwanenburg, waarvan onder anderen Kees Verkerk, Rudie Liebrechts en Jorrit Jorritsma deel uitmaakten. Tot die tijd trainde ze op een schema van de Finse oud-wereldkampioen Clas Thunberg, dat voorschreef dat ze na een training in een warm bad moest gaan zitten. Goed voor de spieren. Ze zwoer erbij, en klom trouw na afloop van elke training in een met warm water gevulde vleeskuip. Tot ze in de gewestelijke ploeg kwam, was ze een trouwe en actieve luisteraar van het legendarische radioprogramma Ochtendgymnastiek, waarmee sportleraar Ab Goubitz en pianist Arie Snoek bij het begin van elke werkdag een groot deel van Nederland fit hielden. ‘Staat u allen klaar? En strek, en voor, en achter, en buig’.

Leeftijdsdiscriminatie

Toen Zwanenburg – steenhouwer bij de afdeling bestratingen van de gemeente Rotterdam – dat jaar voorstelde Kaiser mee te nemen naar een trainingskamp in Noorwegen, kreeg hij van de schaatsbond te horen dat ze ‘al 25’ was. Stien Kaiser bleef thuis.

De rest van haar schaatsleven zou ze achtervolgd worden door de opmerking dat ze te oud was – om die reden was ze door de schaatsbond al buiten de centrale conditietrainingen in Overveen gehouden en kreeg ze ook geen plek in de olympische ploeg die in 1964 naar Innsbruck ging. In datzelfde jaar, nadat ze vooral door tegenwerking van de bond niet naar het WK allround in het Zweedse Kristinehamn had kunnen afreizen, won ze haar eerste van zes nationale allroundtitels. In het IJsselstadion in Deventer won ze alle vier de afstanden (waarvan drie in een nationaal record) maar vooral op de langste afstand, de 3.000 meter, maakte ze gehakt van de concurrentie.

Een uitgeputte en dolgelukkige Stien Baas-Kaiser na haar winnende rit op de olympische 3.000 meter in Sapporo.
Foto ANP

Nog regelmatig zou Stien Kaiser coaches en bestuurders die niet (meer) in haar geloofden het nakijken geven. Onder omstandigheden die je nu als ronduit primitief mag kenschetsen: zelfs toen ze deel uitmaakte van de kernploeg beschikte die nog niet eens over een masseur of een fysiotherapeut. „Soms lag ik ’s nachts met zere benen in bed, viel dan pas om vier uur in slaap”, zei Stien Kaiser in 2012 in een interview. „Indien ik toen de beschikking had gehad over een masseur, dan had-ie deze pijntjes waarschijnlijk met gemak via een simpele massage kunnen verhelpen, maar we hadden er geen, klaar! Ook uitrijden was er niet bij.”

Ze stoorde zich er ook aan dat de mannen uit de kernploeg beter betaald kregen dan de vrouwen. Zakgeld bijvoorbeeld, als ze aan toernooien meededen: 5 gulden per dag voor de mannen, een rijksdaalder (2,50) voor de vrouwen. Over die ongelijkheid kon ze decennia later nog boos worden.

Twee jaar na haar debuut, in februari 1965, was Stien Kaiser in het Finse Oulu de eerste Nederlandse schaatsster die bij een WK allround op het podium stond: derde plaats. Mét een pijnlijke knie, waaraan ze later dat jaar werd geopereerd. Ook dat was in verschillende opzichten een bijzondere prestatie. Het was voor het eerst sinds 1952 dat er niet uitsluitend vrouwen uit de Sovjet-Unie op het podium stonden. Nadat Gonne Donker (1918-2005) eind jaren dertig bij twee WK’s al op enkele afstanden op het podium had gestaan, presteerde Stien Kaiser dat in Finland als tweede Nederlandse.

Stien versus Atje

Haar olympische titel in Sapporo kreeg ze, op haar 33ste, niet cadeau. Een maand eerder had bondscoach Gerard Maarse na afloop van het door Atje Keulen-Deelstra glansrijk gewonnen NK allround gezegd dat „Stien Baas Atje dit seizoen in geen enkele [internationale] titelstrijd [zal] kunnen kloppen”. Keulen-Deelstra zelf was daar niet zo zeker van, is te lezen in het boekje Schaatsgoud ’72 dat De Telegraaf na dat seizoen maakte: „Met Stien weet je het nooit”, zei de Friezin. Ze herinnerde eraan hoe Kaiser bij het WK allround in 1970 in het Amerikaanse West-Ellis had gezegd dat het helemáál niet ging. „Ik kon haar nog maar net voorblijven”, aldus Keulen-Deelstra, die in 2013 overleed. „Wat ze ook tegen me zegt, ik trap er niet meer in. Ik weet heel goed dat als de wedstrijd eenmaal begint, Stien niets meer mankeert en verschrikkelijk hard gaat.”

In Sapporo toont Stien Kaiser haar gouden (3.000 meter) en haar zilveren (1.500 meter) olympische medailles.
Foto ANP

Stien Kaiser stapte destijds weliswaar als wereldrecordhoudster op de 3.000 meter in het vliegtuig naar de Winterspelen in Japan, maar vanwege haar tegenvallende resultaten mocht ze van de KNSB op die afstand niet aan de start verschijnen. Ze zou alleen de 1.500 meter rijden. Eenmaal op de olympische bestemming werd besloten dat ze toch van start mocht op haar favoriete afstand, omdat een andere Nederlandse in Sapporo, Trijnie Rep, de vereiste topvorm miste.

Vóór die gouden rit had Kaiser al zilver gewonnen, op de 1.500 meter, op slechts 0,2 seconde achter de Amerikaanse Dianne Holum, en voor nummer drie Atje Keulen, die in tegenstelling tot Stien Kaiser in haar rit ook een harde wind als tegenstander had.

Na de Winterspelen sloot Stien Kaiser haar carrière af met zilver op de WK allround in eigen land. Op haar laatste toernooi, in maart 1972, perste Kaiser er nog een persoonlijk record op de 500 meter uit.

Vijfentwintig jaar later reed ze de Elfstedentocht wel uit, die van 1997 – evenals leeftijdgenote Atje Keulen-Deelstra, die dat al eerder had gepresteerd. Zo maakte ook Stien Kaiser haar erelijst compleet.

Lees verder…….